maandag 13 juli 2015

Een streepje muziek

Daarstraks kwam ik, tijdens het opkuisen van mijn oude e-mails, een mailtje tegen dat ik vorig jaar naar een vriend stuurde. Zijn naam doet hier niet ter zake, laat ons zeggen dat het een jonkie is, dat van jaren 70 en 80 rockmuziek houdt. Da’s uitzonderlijk (hij was toen nog niet geboren) maar oh zo terecht. Die jongen heeft smaak, want toen is alle goede muziek uitgevonden en al wat er nu aan rock wordt gemaakt, is er nog steeds een afkooksel van. Soms goed, vaak flauw. Eén ding is zeker: elke hedendaagse rockband is schatplichtig aan Jimi Hendrix, Led Zeppelin en Deep Purple.

Ik herneem gewoon mijn mailtje woordelijk, ‘t is nog steeds actueel en zal voor mij actueel blijven tot de dag dat ik mijn laatste adem uitblaas.

Beste xxx,

voor ik het vergeet (en ik heb toch effe tijd), enkele rockalbums die je toch zal moeten beluisteren wil je au-serieux worden genomen door mij :-)). Te beluisteren met goede koptelefoon, niet met speakers van een Linuxbakje hé. Al deze bands hebben uiteraard wel meerdere geweldige platen gemaakt, maar als ik morgen naar een onbewoond eiland word gestuurd dan neem ik deze mee:

“Rising” van Rainbow: de supergroep die uit Deep Purple ontstond, en zeker zo goed, zo niet beter was. Met Ritchie Blackmore en Roger Glover, beiden van Purple,  en dan de betreurde Ronnie Dio (beste rockzanger ooit, snirf mijn hart breekt nog als ik eraan denk dat hij onder de zoden ligt) en de al even betreurde Cozy Powell, beste drummer ooit na John Bonham. Hoogtepunt uit Rising, het epische Stargazer, maar de rest van de plaats is ook ijzersterk. Heb er mijn vader knettergek meegekregen. http://www.youtube.com/watch?v=Ble0pQHUb8c

“In Rock” van Deep Purple: monumentale plaat, met natuurlijk Child in Time, maar die ken je wel zeker? https://www.youtube.com/watch?v=h54-WWqlSt4 (full album)

“Physical Graffitti” 6de album van Led Zeppelin.  In feite zijn de eerste 4 Led Zeps ook formidabel, maar op deze staat Kashmir (beste riff ooit, de plotse intro blaast je gewoon effe weg), en andere beukers als The Rover of In My Time of dying http://www.youtube.com/watch?v=sfR_HWMzgyc

“Look at yourself” van Uriah Heep: de groep waarmee ik als tiener dweepte, zowel zanger David Byron als de zeer begaafde toetsenist Ken Hensley zijn ook al naar het hiernamaals.  Titelnummer met snijdende wah-wah gitaarsolo van Mick Box, en een drum-einde zoals ze het tegenwoordig niet meer aan een plaat durven breien. Ander hoogtepunt: July Morning, 9 minuten en ook al een brok epiek waarmee ik onze pa de gordijnen in heb gejaagd. https://www.youtube.com/watch?v=kE09Bw9GnE4 (full album)

“The Extremist” van Joe Satriani. Joe heeft zoveel goed werk neergezet, bijzonder gevarieerd, maar dit is zeker zijn hardste plaat, met o.m. zijn Summer Song http://www.youtube.com/watch?v=7NJ_nzOckOQ

“Black Sabbath” van Black Sabbath. Hun eerste LP, ijzersterk en in die tijd ongehoord. Staat gewoon niks slechts op. N.I.B. begint met  een bassolo (wie doet dat nu !) en dan een riff die elk beginnend gitaristje toch in de vingers moet krijgen... https://www.youtube.com/watch?v=TNKttMFgaf0

“Let there be rock” van AC/DC: met Whole Lotta Rosie natuurlijk maar voor de rest een bijzonder sterke plaat. Daarna hebben ze zich nog vaak herhaald... Toen nog met Bon Scott als zanger, zoveel maal beter en authentieker dan Brian Johnson, die bompa met zijn klak en stemgeluid als een gekeeld varken. Een beklijvende liveversie van het titelnummer hier (let op Angus Young… die energie is echt buitenaards) https://www.youtube.com/watch?v=s3nEAmt5AZ8

“Boston” van Boston: check deze groep zeker eens als je hem niet kent. Met een uitmuntende zanger met een onvoorstelbaar bereik, Brad Delp (ook RIP intussen – pleegde zelfmoord) . Hun debuutalbum sloeg in als een bom. Gitarist en duivel-doet-al Tom Scholz maakte de plaat in zijn garage.  Hoogtepunt: Long Time met een intro van 2min30 (Foreplay) http://www.youtube.com/watch?v=BTFD5DZwK7g

“Bat out of Hell” van Meatloaf: misschien wat minder hardrock, maar pure bombast en die Meatloaf had een ongelooflijk goede stem. Enkele prachtige ballads en natuurlijk het overbekende Paradise by the Dashboard Light. De clip ervan blijft, zoveel jaren later, geweldig leuk om zien. Die zwetende en zwoegende Meat Loaf toch. https://www.youtube.com/watch?v=C11MzbEcHlw

“The  Black Album” van Metallica: Met Enter Sandman, Nothing Else Matters, The Unforgiven: hun beste plaat . Van Enter Sandman (mogelijk het beste hardrocknummer aller tijden) is een echt epische clip te zien waarin  ze werkelijk een ijzersterke versie neerzetten, voor een miljoen Russen die zijn samengetroept op een verlaten vliegveld. Het Russische leger stond in voor de ordehandhaving! https://www.youtube.com/watch?v=1QP-SIW6iKY&feature=related

“Sheer Heart Attack” van Queen: de plaat waarmee Queen doorbrak. Heb bijna alles van Queen en voor mij is dit hun beste. Nadien werden ze softer en nog bombastischer. Killer Queen, hun eerste echte grote hit, met prachtige samenzang en vooral Freddy die van zijn geaardheid alvast geen geheim maakte. En jawel, toen ook al persé zijn weelderig borsthaar moest tonen. https://www.youtube.com/watch?v=2ZBtPf7FOoM

“Rosenrot” van Rammstein: Benzin, Spring, Rosenrot... dit is een 5 sterrenalbum. https://www.youtube.com/watch?v=I9Xkd6lXrfE

“Van Halen” hun debuutalbum.  De eerste 4 nummers nagelen je aan de grond, daarna zakt het wel wat ineen. Eruption is een les gitaarspelen. Jammer dat het daarna zo’n kakgroep werd. Niet zo moeilijk, zanger David Lee Roth was dan ook een eikel. http://www.youtube.com/watch?v=OCwigPhpiXs

Allez, omdat ook in de jaren 90 ook al eens iets goed werd gemaakt: Rage Against the Machine: hun debuutalbum sloeg niet in als een bom, het was gewoon een bom.  Eén brok rauwe energie en woede. https://www.youtube.com/watch?v=T1ZAM6VsCEE

 

Heb me nu efkes beperkt tot de rock, maar andere platen en groepen die wat mij betreft mijlpalen waren (en dus mee naar mijn onbewoond eiland moeten):

Dire Straits debuutalbum

Rumours van Fleetwood Mac (monumentaal)

Songs in the key of life van Stevie Wonder

LA Woman van The Doors

Out of the Blue van ELO

Apostrophe/Overnite Sensations van Frank Zappa

Night and Day van Joe Jackson

Autobahn van Kraftwerk

Watch van Mannfred Mann’s Earthband (sublieme plaat)

Easter van Patti Smith (hah die Patti! Ben nog steeds fan van de ouwe heks)

Peter Gabriel 1

I do not want what I haven’t got van Sinéad O’connor

Gaucho van Steely Dan (en zowat alle andere LP’s van hen)

Even in the Quitest Moments van Supertramp (maar evengoed Breakfast in Amerika, Crisis What Crisis)

Stop Making Sense van Talking Heads: beste Live optreden

The Joshua Tree van U2

Hotel California van The Eagles

Om het verblijf op dat onbewoond eiland toch nog wat meer op te fleuren, pak ik toch ook nog mee: The Doors,Stevie Ray Vaughan, Walter Trout, Tom Petty, Steve Vai enz enz. 

En natuurlijk Pink Floyd en David Gilmour.

woensdag 8 juli 2015

Verslag stappen in Gavarnie, Hautes Pyrenées, juni-juli 2015


Vrijdag 26 juni 2015

Aankomst in Arette, na een vlotte rit van 13 u. We brengen de avond door bij Claire en Yvon, in hun prachtige huis aan de voet van ons geliefde bergmassief, La Pierre Saint Martin

Zaterdag 27 juni 2015

We stappen vandaag omhoog naar de Anialarra, met een lichte rugzak, vanaf Pescamou. Laatste test van mijn knie, gekneusde rib (val op een rotsblok, 2 weken geleden) en Annette’s voet. Dat moet goed gaan, want maandag zal het andere koek wezen! De Anialarra (hoogte 2100 m) is relatief sneeuwvrij. In ons grotje ligt alle materiaal nog netjes op zijn plaats. We eten op ons balkon, daarna gaan we op de lapiaz (opnieuw) op zoek naar de AN58-Trou du Chien, die we na veel omzwervingen weer niet vinden! Verdorie, die grot wil ik echt wel eens kunnen hernemen.
Terug omlaag naar de auto, onderweg nog een babbeltje met de herders van Pescamou, die zowaar in een melkmachine hebben geïnvesteerd. Daarna rijden we naar de camping, om er een flinke berg materiaal af te zetten voor onze zomerexpeditie. Pierre en Maryse bieden ons een plaats aan in hun gite, een aanbod dat we dankbaar aannemen.
De knieën, ribben en voeten hebben het goed gedaan, vooral Annette’s voet is er echt op vooruitgegaan dankzij de laatste operatie.

Zondag 28 juni 2015

We maken onze rugzakken gereed voor onze vierdaagse trektocht. Ze blijven gelukkig rond de 20 kg. Daarna vertrekken we naar Gavarnie. Flinke rit doorheen uitgestrekte wouden, langs vele valleien en cols. Bijna 3 u 30 rijden voor amper 150 km. Lourdes is een draak van een stadje, gauw er doorheen. In Gavarnie hebben we nog tijd voor een wandeling naar de “Cirque”. Eindelijk kunnen we dat beroemde rotscircus eens in het echt zien. En jawel het is indrukwekkend. Loodrechte rotswanden van wel 1500 m hoog, overal watervallen waaronder de hoogste van Europa (430 m), hangende sneeuwvelden en daarboven een serie van 3000 m hoge besneeuwde bergtoppen met ronkende namen als Marboré, Casque, Taillon of Monte Perdido.

Voor het imposante Cirque de Gavarnie
We kamperen op de camping “Le Pain de Sucre”, 3 km voor Gavarnie. Leuke camping naast de rivier.
Morgen hebben we om 10 u afgesproken aan de Col des Tentes, met onze Franse vrienden. Zij kennen dit gebied en dat zal vast en zeker heel veel verschil maken. Maar toch zijn we niet gerust in onze slechte knieën en voeten. Als dat maar goed gaat!

Maandag 29 juni 2015 (verslag door Annette)

Om half tien arriveren we op de plaats van de afspraak met Stoche en Jocelyn, de Col des Tentes, het eindpunt van de weg. We zitten hier al 2208 m hoog. Van daaruit vertrekken we met vier naar de Col du Boucherou (2270 m) langs de restanten van een stuk asfalt, afgesloten voor het verkeer. Vanaf die col beginnen we te stijgen naar de Refuge de la Brêche de Roland (ex-refuge de Sarradets), 1 u 30 stappen vanwaar we eindelijk zicht hebben op de beroemde Brêche. Groter en indrukwekkender dan ik het voor ogen had. Hoewel nog vroeg in het seizoen zijn er al meer dan genoeg wandelaars. Er is ook nog heel wat sneeuw dus klimmen we met de stijgijzers aan naar de Brêche (2807 m).
Op weg naar de Brêche de Roland
Ongelooflijk zicht vanaf daar. De Brêche is een gigantisch gat dat een hoge rotswand precies in twee deelt. Achter ons Frankrijk, aan de andere zijde Spanje. Vanaf daar zien we de ingang van de Grotte Casteret. Na overleg besluiten we de kortste weg te nemen (steil omlaag in het puin) naar de grot. Om het steile sneeuwveld onder de ingang te overbruggen, moeten de stijgijzers weer aan. De ingang is een enorme porche (30 m breed), en even verder staat een ijzeren hek over heel de breedte. Het zou de toegang moeten afsluiten (reglement Parque Nacional de Ordessa) maar voor een speleo is het een koud kunstje erover of zelfs erdoor te kruipen. Er is nog veel meer ijs in de grot dan verwacht, het ommetje is dus de moeite waard. Een door transparant ijs bedekte vloer waar je precies over water loopt, indrukwekkende ijskolommen, ijsstalactieten en -mieten. Stoche trekt volop foto’s, terwijl de flitsdragers en fotomodellen in hun shortje staan te rillen. (de foto's kan je zien in het fotoalbum, zie de link onderaan dit artikel)

In de Grotte Casteret (foto: Christophe Bès)
Na het bezoek aan de grot, volgt een steile klim over rotsen en sneeuw om de Col des Isards (2749 m) te bereiken, waar volgens Stoche meer dan genoeg bivakplaatsen zijn. Dat was dan buiten de sneeuw gerekend! Na wat zoeken vinden we op een wat lager gelegen rotseilandje twee plekjes die net groot genoeg zijn om onze tentjes te plaatsen. We installeren ons op het eilandje, te midden van de sneeuw en met een prachtig uitzicht. De komende dagen zullen we telkens ’s ochtends ons kamp opbreken, alles verbergen en van daaruit dagtrips doen met een lichte rugzak. Bivakkeren is enkel toegestaan tussen 19 u en 9 u, een tent laten staan is verboden! Na deze prachtige, zonovergoten en warme dag, genieten we van een rustige, welverdiende nachtrust.


Dinsdag 30 juni 2015 (verslag door Annette)

We staan op onder een helderblauwe hemel, we hebben het vannacht te warm gehad met onze dikke donzen slaapzakken. Vandaag zouden we naar de Monte Perdido gaan (3355 m, 3de hoogste van de Pyreneeën) indien de steile sneeuwcouloir naar de top dat toelaat. De sneeuw is nattig. Na veel gepalaver over het al dan niet nemen van de kortste weg, een steile en besneeuwde corniche, kiezen we voor de veilige, lange route. Oostwaarts dus vanaf het kamp, richting Monte Perdido. We verliezen veel hoogte, komen uiteindelijk in leuke groene weitjes met een kabbelend beekje. Een fantastische bivakplaats! Verder en verder, terug omhoog, over een smaller richel met ernaast een indrukwekkende afgrond. Adembenemende uitzichten. Rechts van ons de hoge en brede canyon van Ordessa. Voor ons torent de Monte Perdido, enorme berg. Maar de sneeuwcouloir, honderden meters omhoog, lijkt zeer steil en we hebben er eigenlijk niet het materiaal voor (we hebben de pikkels en het touw in de auto gelaten). Dus “changement de programme”: we gaan naar de top van de Marboré (3248 m).
Op weg naar de Marboré
De wandelgids van Stoche is meer dan summier. Stoche kent de bergen en begint op gevoel een grote lapiaz over te steken, voor de zekerheid begint Paul het spoor te registreren op zijn GPS. In de verzengende hitte rotsvelden en sneeuwvelden over en op en af… Een beetje zoals op de Anialarra: grote lapiaz, chaotisch maar met minder spleten en veel nietszeggende cairns. Toch geraken we aan de voet van de finale klim maar we zijn al wel bijna 5 uur bezig. We eten eerst en dan gaan de stijgijzers aan, voor de lange en steile sneeuwhelling tot net onder de top. De Marboré heeft een kale en uitgestrekte top, bezaaid met kleine steentjes. 5 u 20 na ons vertrek staan we boven. Prachtig uitzicht, over een gletsjerdal waar al lang geen gletsjer meer is, maar wel een blauw meer vol ijsschotsen. We zien de Monte Perdido naast ons, met de restanten van zijn gletsjer. Zicht 360° ! In de verte het observatorium van de Pic du Midi de Bigorre en tal van andere toppen die Stoche ons aanwijst: de Vignemale, de Munia…

Top van de Marboré, 3248 m hoog
Ik ben zowaar ontroerd door mijn prestatie: hoogterecord, 10 km stappen achter de rug met een pootje dat het perfect doet. Wie had dat gedacht!
Terug omlaag maar, via grindhellingen, sneeuwhellingen, blokkenstorten of lapiaz. We nemen een andere en wat kortere weg, gemarkeerd met de nodige cairns (wij waren dus in het heengaan een beetje op de boer gegaan). De hitte blijft verschroeiend, de zonnemelk wordt om de haverklap boven gehaald en we drinken de hele tijd door. Korte pauze aan het kabbelende beekje waar sommigen hun voeten, anderen hun hoofd in soppen. Mijn linkerknie die wat is beginnen zeuren in de klim over de lapiaz, begint nu flink pijn te doen. Verder en verder over de laatste, kilometerslange sneeuwvelden tot aan het kamp. We hebben minstens 18 km zwaar terrein in de benen. Eerst een verfrissend wasje aan een smeltbeekje onderaan het sneeuwveld, en vroeg in bed.

Woensdag 1 juli 2015

Veel wind vannacht, maar toch als een roos geslapen. Opstaan om 8u30, de zon komt net kijken. Annette’s knie is niet echt beter, ze zal vandaag niet meegaan. Tent opbreken en op weg.
We beklimmen met zijn 3 de Casque, de massieve rots die ons kamp domineert, toch wel 3006 m hoog! We beginnen met een lange, schuine klim over uitgestrekte sneeuwvelden. Indrukwekkende diepte onder ons, wie uitschuift gaat wel honderd meter omlaag, maar met de stijgijzers is het kinderspel. Stoche is echter duidelijk niet op zijn gemak. We zigzaggen hoger en hoger en bereiken eindelijk weer de rots. Stijgijzers uit en verder omhoog langs blokkentoestanden en fijne grinthellingen. Deze worden hoe langer hoe steiler, we hebben amper grip op dit rollend tapijt. Aan de voet van deze puinhelling gaapt een duizelingwekkend diepe afgrond. Uitschuiven is een zekere dood. Vreemd, ik voel me hier echt niet in mijn sas, terwijl Stoche erop vliegt als een gems. Ik neem me voor om op de terugweg het gevaarlijkste stuk af te snijden over een sneeuwveld.
De wind is bovendien zeer hevig en brengt ons vaak uit balans. Wat kleine klimmetjes nog en we staan boven. Het uitzicht is echt surrealistisch. Vooral richting Cirque de Gavarnie dan, waar we heel goed de Marboré kunnen zien, waar we gisteren bovenop stonden. Machtige berg, met al die watervallen op zijn flanken. We blijven ons zeker een kwartier aan het uitzicht vergapen. We nemen ook de tijd om de berg ernaast te observeren, de Tour du Marboré, die we eventueel straks willen doen. Maar de sneeuwcouloir naar de top lijkt bijzonder steil en wel 100 meter hoog. De couloir domineert een loodrechte afgrond. Zonder pikkels echt niet aan te raden. Toch worden we verscheurd door twijfel om het toch te wagen, maar het gezond verstand haalt het net. Ook de “vire” die toelaat om de naar de Marboré of Cylindre te gaan, is nog veel te besneeuwd. Grrr, we zitten eigenlijk wat vast.
Top van de Casque, zicht op Gavarnie
Terug omlaag maar. Om 13 u staan we weer bij Annette, we middageten samen. Daarna wat siësta en wat rondneuzen, want we zitten in feite vlakbij een grote lapiaz. Zeer chaotisch, met veel niveauverschil. Tientallen kloven en putten, geen merktekens of ankerpunten. Hier is nog veel exploratiewerk voor speleologen! Stoche en Jocelyn gaan intussen de Vire des Isards eens checken, want morgen moeten we langs die weg terug en het is met deze sneeuwcondities een tricky zaak.
Rond 15 u zijn we allen terug in het kamp. Plots zien we twee stipjes verschijnen in de sneeuwcouloir van de Tour. Met de verrekijker volgen we hun afdaling. Die gebeurt letterlijk met vallen en opstaan. Een van hen maakt een lelijke schuiver en lijkt daarbij zijn been te hebben gekwetst. Op de steilste stukken laten ze zich schuiven, remmend met hun pikkel en stijgijzers. Adrenaline gegarandeerd, boven zo’n afgrond. Ze geraken veilig beneden, oef. We voelen ons getroost dat we het toch maar niet hebben gedaan.

Tijd voor wat speleologie nu. Boven het kamp, aan de voet van de rotswand van de Tour, is een enorme grotingang zichtbaar. Na een flinke klim op de puinhelling staan we boven. De ingang meet minstens 15 bij 15 m en wordt gevolgd door een grote galerij met een flinke sneeuwberg. Na 30 m wordt het te steil, de sneeuw lijkt van boven te komen. Fotosessie, dankzij Stoches twee flitsers maak ik enkele mooie foto’s. Tegen dan zijn we zowat bevroren (shorts en T-shirt zijn hier niet de ideale kledij). Weer buiten, we volgen de voet van de rotswand en amper 50 m verder is er weer een grot. Er gaat een enorme tocht in. Na een sneeuwhelling bereiken we een puinhelling waar een grote ijspilaar staat, die jammer genoeg door een waterval van boven wordt besproeid en dus zienderogen smelt. Weer een lange fotosessie en naar buiten. Grot nr 3, iets verder, is klein maar heeft een mooie ijswaterval.
In een van de grotten van de Tour de Marboré (foto: Christophe Bès)
Grot nr 4 is een perfect ingericht bivakplaats, kurkdroog, vlakke vloer en er hangen zelfs matrasjes en dekens gereed! Te onthouden dus. Nog wat verder, grot nr 5. Dit is de verrassing van de dag. We staan hier in een 7 meter brede gang, waarin een ijsmeer is gevormd. We lopen voorzichtig over de perfect vlakke ijsvloer, een grote echo laat een flink vervolg vermoeden. Maar we lopen snel tegen een ijsmuur aan, wel 5 m hoog. Een echte gletsjer, mooi gelaagd en transparant. Onmogelijk op te klimmen zonder echte (technische) ijsbijlen, stijgijzers en touw om er weer af te raken. Jammer want erboven zien we veel verder. Uitbereide fotosessie, want dit is echt magnifiek en zeldzaam. Dit blijkt ook de laatste ijsgrot te zijn, dus weer naar het kamp. Daar merkt Stoche dat hij zijn bril boven vergeten is. Hij moet weer omhoog, Annette gaat mee, enerzijds om die prachtige gletsjer te kunnen zien, anderzijds om haar knie eens te testen.

In de magnifieke ijsgrot (foto: Christophe Bès)
We eten rond 19 u, en tateren nog enkele uurtjes. Het is echter heel wat kouder dan gisteren. Rond 21u30, het is nog klaarlichte dag, kruipen we in onze warme slaapzakken. De volle maan verlicht heel de nacht de tent, een zaklampje is echt niet nodig.

Donderdag 2 juli 2015

Opstaan om 7u30, ontbijt en kamp opbreken. Er waait een harde en koude wind maar het is in feite nog steeds mooi weer. Een uur later zijn we al op pad, vandaag keren we terug naar de beschaving. De rugzakken zijn gelukkig minder zwaar dan op de heenweg. We klimmen flink boven de Col des Isards uit, waar de beruchte “vire” op ons wacht, een smalle richel onderaan de rotswand. De sneeuw ligt nog tot tegen de rotsen, we dienen op een zeer smalle sneeuwkam te lopen. Eronder een zeer steile sneeuwhelling, wel honderd meter omlaag. Met de zware rugzakken is dit echt “bangelijk”, zelfs met stijgijzers is dit een serieus riskante zaak. Na een honderdtal meter ruimt de sneeuw plaats voor een nauwe rotsrichel, waar een ketting als looplijn dient. De ketting is minstens 75 meter lang. Stoche, voor mij, doet het met knikkende knieën. Na de ketting, opnieuw een 45° steil sneeuwveld. Vanaf hier klimmen we naar de Brêche de Roland.

Weer op weg naar de Brêche, via de riskante Vire van de Col des Isards

Daar laten we onze rugzakken en Annette achter, zij wil haar knie sparen voor de terugweg. Stoche, Jocelyn en ik spurten nog “even” de Taillon (3144 m) op, een van de populairste 3000’ers hier. Het is nog een flinke klim, waar we slechts 50 minuten over doen. Boven worden we weer beloond met een prachtig uitzicht, maar de snijdend koude wind doet ons gauw terugkeren. Terug aan de Brêche pikken we Annette op, die zich anderhalf uur lang heeft kunnen verkneukelen door met de verrekijker naar het geaarzel te kijken van Spaanse trekkers aan de risky passage en de kettingen van de Vire des Isards.

We spurten nog even de Taillon op (3144 m)
Afdaling, zeer steil, naar de refuge van de Brêche. Middageten, en verder maar. Het zeer steile stuk omlaag over de gladde rotsen, en dan vooral de oversteek van de gletsjerbeek van de Glacier du Taillon, zijn echt lastig. Het kan niet anders of hier moet elke week wel iemand verongelukken. Het is vandaag overigens al flink druk, we kruisen vele andere wandelaars. Eindeloos lang stuk nog tot aan de auto’s aan de Col des Tentes, waar we stipt om 15 u aankomen. Toch weer dik 6 u gestapt dus. We nemen afscheid van onze Franse vrienden, zij hebben nog een uur of 4 rijden voor de boeg, wij installeren ons weer op de camping in Gavarnie. Verdiende douche, frisse pint en ’s avonds gaan we lekker eten. Het leven is mooi.

Vrijdag 3 juli 2015

Vannacht zijn er 5 druppels regen gevallen, maar het is vanochtend terug stralend weer. Als laatste tocht hier, hebben we de “boucle” van de Cirque de Gavarnie gepland, maar Annette’s knie is niet beter en dus zal ik dat alleen moeten doen. Terwijl Annette zich met haar tekenblok op een strategische plek installeert, begin ik aan mijn rondgang. Die begint aan het oude kerkje van Gavarnie. Na een steile klim door het bos, bereik ik na een uurtje het plateau de Bellevue. Inderdaad een mooi grasplateau met vele bloemen en een schitterend uitzicht op de Cirque. Vanaf daar weer een uur afdalen naar de Cirque. Daar krioelt het van het volk die allemaal via de grote, rechte weg vanuit het dorp naar hier zijn gekomen.

De Cirque in al zijn glorie
Van zo dichtbij is dit rotscircus met zijn vele watervallen van 300 tot wel 400 m hoog, en de rotwanden die wel 1500 m hoog oprijzen, gewoon irreëel. Slechts met moeite kan ik me van de aanblik losrukken en de terugweg aanvatten. Maar ik zal nog vaak achterom kijken. Intussen is het snikheet weer, ik maak gebruik van elk beekje om me te verkoelen. Ik steek de grote gletsjerrivier over en kom dan plots tot de vaststelling dat mijn wandelgids van Ton Joosten uit de zijzak van mijn rugzak is gevallen. Ik keer op mijn stappen terug en zoek wel een uur lang. Vergeefs…grrr, dat is balen!
Verder maar. Aan de Hotellerie du Cirque, verlaat ik weer de toeristenstroom door een steil klimmend pad te nemen dat me weer 300 m hoger voert, langs mooie kalkrotswanden met talloze kristalheldere watervalletjes. Na een uurtje kom ik op een mooie open plek omringd door bergtoppen: de Cirque de Pailla. Ik les mijn dorst aan een koele bron en vat de terugweg aan naar Gavarnie. Zigzaggend omlaag doorheen een eeuwenoud bos. Vijf uur na mijn vertrek zit ik met Annette van een paar frisse pinten te genieten in de rustige bar op de linkeroever van de rivier. Zeer mooie wandeling, ver weg van de toeristen beneden, echt een aanrader.
Morgen zullen we afreizen naar de Hérault, een grote omweg weliswaar (400 km extra), maar Franse vrienden organiseren er een speleofeest en daar moeten we bij zijn.

Zaterdag 4 juli 2015

Vandaag laten we Gavarnie achter ons, de volgende bestemming is St-Genies de Varensal, waar de Aven du Mont Marcou ligt. We hebben een speciale band met deze grot. Het is de enige grot ter wereld met groene concreties; de “geode” van groen aragoniet is werkelijk een 8ste wereldwonder. In 2006 konden we ze bezoeken, zo ook een tweede maal in 2010 tijdens een privégidsing (onder leiding van een van de beheerders Michel Berbigé, die intussen een goede vriend is geworden) met als doel goede foto’s te maken van “Les Vertes”, met het oog op een DVD en enkele posters die de Association Mont Marcou wilde uitbrengen.
Een ander unicum in deze grot is de immense Puits du Grand Cèdre, een vrijhangende put van 146 m diep van buitengewone diameter. Niemand was er ooit in geslaagd er een goede foto van te maken. Dat was een uitdaging voor mij en zo kwam het dat Annette en ik in 2010, gewoon onder ons beidjes, die foto zijn gaan maken. De hele AMM stond gewoon paf, want het was toch wel een exploot zo met 2 personen (de grot is 340 m diep, bijzonder nat en lastig en vereist veel touw en equipement. In de grote put valt permanent een waterval omlaag), of misschien eerder een “demystificatie”. De foto overtrof mijn stoutste verwachtingen. Ze werd talloze keren op poster uitvergroot (de eigenaar van de grot, dhr Merlin, heeft een uitvergroting van 1m50 hoog boven zijn bed hangen) en zowat alle leden van de AMM schijnen ze te hebben. Voor sommigen van hen was het zelfs de enige manier waarop ze zich een beeld van die immense put konden vormen. In 1967 kwam een van de expeditieleden immers om het leven toen een rotsblok in de put viel en hem raakte. Sindsdien zijn velen van die speleo’s nooit (meer) die put afgedurfd.
De foto in kwestie kan je hier bekijken

De eerste exploratie van die grote put gebeurde in 1965, met een pneumatische winch. Vandaag 2015, was dat dus exact 50 jaar geleden, reden van het speleofeest waarop de nog in levende zijnde originele ontdekkers zouden worden geëerd. Er zou een expositie zijn, nooit eerder vertoonde films en een echt feest. Gezien men “de” foto van de put had gekozen als etiket voor de wijnflessen, konden wij echt niet anders dan daar onze opwachting maken.
Kortom, na een rit van 5 uur, kwamen we aan de Mont-Marcou aan.
Veel meer volk dan verwacht (minstens 150 man)en er was echt werk van gemaakt. Tot onze verrassing liepen we er Patrick Gea tegen het lijf, en natuurlijk ook weer Stoche en enkele andere speleovrienden die we in de loop der jaren, in het Zuiden van Frankrijk hadden gemaakt.
Een echt leuke namiddag en avond, met lekker eten en veel wijn, allemaal gratis en voor niks want wij waren blijkbaar een soort van VIPs. In bed na middernacht.


Speleofeest aan de Mont Marcou

Zondag 5 juli 2015

Opstaan om 6 u en om 7 u weg. We hadden besloten langs onze chalet in Vieuxville te rijden, wat maakte dat de GPS ons via… Lyon stuurde, want dat is de snelste route. We deden dus deze week echt wel de Tour de France (3100 km)! We reden door de meest bizarre landschappen van rode schist, in de buurt van de Lac de Salagou (waar we langs een site te Merifons, met dinosaurusafdrukken reden, zonder te stoppen, kiekens dat we zijn!)
Rode zandsteen en schist nabij Merifons


Vervolgens 1000 km eentonige autostrade.
Een mens moet soms al iets over hebben voor zijn passie… maar ’t was reuzeplezant.

Verslag: Paul De Bie / Annette Van Houtte

Een fotoreportage van dit alles hier (met o.m. foto’s van de ijsgrotten)

woensdag 13 november 2013

Halve wandelingen in de Haute-Savoie

De Belgische Spéléo Secours had het idee gekregen om de tweejaarlijkse grote reddingsoefening in Frankrijk, in de Savoie te houden, in het uitstrekte Réseau Garde-Cavale. 900 km ver van huis dus. Omdat we het te gek vonden zo’n afstand te gaan rijden enkel voor een verlengd weekend, hadden we er een weekje vakantie voor gebreid. Dit in de Haute-Savoie, iets dichterbij, aan het meer van Annecy.
Aankomst zaterdagnamiddag 2 nov 2013 in het dorpje Bluffy, na een uiterst vlotte rit in onze nieuwe tuf-tuf. Wel 800 km in de regen gereden en dat was een voorbode van wat komen ging. We hadden een klein maar uiterst comfortabel chaletje gehuurd, werkelijk perfect voor onze noden. In onze gite is er Wi-fi en dus halen we ’s avonds de laptops boven om uit te zoeken wat er hier in de buurt zoals te doen is. De conclusie is gauw dat er wel enkele toeristische bezienswaardigheden zijn (kastelen e.d.) maar dat die in november allemaal gesloten zijn. Dus, zal het wandelen worden (onder het motto : “un con qui marche va plus loin qu’un intellectuel assis!”).
DSCF1894

Zondag 3 nov 2013

Na een hele nacht gietende regen is het zowaar droog, maar de wolken hangen laag en het is koud.
Nadat we een stafkaart op de kop hebben getikt en ons via Internet hebben geïnformeerd over wat er zoal te doen is qua “rando’s”, trekken we erop uit voor een eerste wandeling: de Point Nord van de Dents de Lanfon, een bijna 1800 m hoge kalksteengraat die Annecy domineert. Vanaf de parking gaat een piste uiterst steil omhoog en ze brengt ons in een uurtje aan de Chalet de l’Aulp Riant Dessous. Een bleek zonnetje doet zijn best maar warm krijgen we het er niet van. Het decor is subliem, rondom rond rijzen de kalksteenwanden honderden meters op en enkele donkere grotingangen doen ons watertanden. Doch het gras is al bedekt met een dun laagje sneeuw; en de lucht is geladen met nog meer! We stijgen verder tot op de Col des Frêtes, waar we een prachtig zicht hebben op het meer van Annecy. Vanaf hier moeten we de Dents de Lanfon schuin langs onder traverseren maar het wordt gauw duidelijk dat dit met het natte weer geen optie is: zeer gevaarlijk glad en verderop zit je dan nog boven hoge falaises. Als je uitschuift val je morsdood. Dit is te gek, en we keren op onze stappen terug.
Dents de Lanfon
Terug in de chalet lezen we de beschrijving nog eens en inderdaad: totaal afgeraden bij nat weer want levensgevaarlijk! In het vervolg beter ons huiswerk maken dus.

Maandag 4 nov 2013

Na een nachtje regen zijn de mogelijkheden beperkt. We hadden graag in de loop van de week een trip gemaakt in de Grotte de la Diau, maar dat is bij hoog water ook al zelfmoord. En volgens meteo France is er geen beterschap op komst. Toch stappen we naar de ingang, met volledige regenkledij want het blijft sappig regenen. En het loont de moeite, want heel de “cirque” staat in crue, van overal donderen watervallen omlaag en uit de grot komt een rivier van jewelste. We hebben onze helmen bij en kunnen zo een honderdtal meter in de grot doordringen, tot waar de rivier ons de doorgang belet.
Grotte de la Diau
We picknicken in de ingang en stappen daarna weer naar de auto. Het regent nog steeds en veel meer dan in de chalet zitten, kunnen we niet doen.

Dinsdag 5 nov 2013

Hoera, het regent niet, maar de lucht is donkergrijs. De toppen rondom ons zijn witbesneeuwd. Humm daar gaat ons plan om vandaag een tocht te maken naar de “Tête du Parmelan”, de hoogste top van het plateau van Parmelan (waar o.m. een van de vele boveningangen van de Grotte du Diau ligt, de Tanne des 3 Betas), via de beruchte “Grand Montoir”. Dit is een zeer steile klim op de falaises, met kabels en ladders.
Maar stilzitten is geen optie, dus toch maar naar daar, via een gemakkelijke route. Lange keienpiste (probleemloos met de Mazda) tot aan de Chalet de l’Angletaz, waar we de enige zotten zijn die hier vandaag komen wandelen. Rondom ons ziet het al wat wit, we zitten op 1536 m. We stijgen via een mooi pad omhoog en de sneeuw ligt 200 m hoger al 10 cm dik. Ter hoogte van de Grotte de l’Enfer (waar we middageten) al 15 cm en de lapiaz is verraderlijk. Links en rechts gapen diepe putten. We stappen verder maar gauw wordt het duidelijk dat het heel tricky is: dit is een echte lapiaz, met om de halve meter een kloof waarvan de meesten dichtgesneeuwd zijn. Maar de sneeuw is zacht en dus zakken we voortdurend in zo’n spleten. We moeten voetje per voetje stappen, steeds eerst met de stokken voor ons prikkend. De Tête du Parmelan ligt nog anderhalf uur verder, en nog 200 m hoger. Aan ons huidige tempo gaat dat nog uren duren en binnen 3 uur is het donker. Grrr, dit kunnen we ook al vergeten.
Plateau du Parmelan
Gelukkig kunnen we langs een geheel andere weg naar de auto terugkeren (langs de Fontaine de Tours) en die is best mooi. Het laatste half uur lopen we in de sneeuw die nu flink omlaag dwarrelt. Drie uur na ons vertrek staan we weer aan de auto, na een lus van een km of 6-7. Maar het was toch leuk!

Woensdag 6 nov 2013

Het wordt eentonig, maar het weer is geen sikkepit veranderd. We opteren voor een korte wandeling op lage hoogte: de Cascades de Angon. Een circuit van 5-6 km en 300 hoogtemeters. De regenkleding is weer noodzakelijk, maar de wandeling blijkt een meevaller. Een absolute must zelf, bij regenweer, of beter gezegd wanneer de rivieren in crue staan. Aan de Pont des Fées passeren we al over de rivier die hier met ongelooflijk veel geweld van het plateau omlaag duikelt. 500 m verder begint het pas echt. Moeder Natuur heeft ervoor gezorgd dat er een natuurlijke richel is, honderden meters hoog in de rotswand. Je kan deze over wel 300 m volgen tot aan de watervallen. De richel is uitstekend beveiligd met balustrades en kabels. Aldus traverseer je het hele rotscircus rond, tot op de plaats waar twee verschillende rivieren omlaag komen donderen en elkaar beneden vervoegen. De eerste waterval daar passer je via de richel achter door; geniaal gewoon! De tweede waterval daar kom je tot op enkele meters bij: het is een waterval van 60 m hoog die met veel geweld in een groot bassin dondert. Uiteraard zijn dit bekende canyons (http://www.descente-canyon.com/canyoning/canyon/2136/Angon.html) maar met crue-omstandigheden als vandaag, totaal uitgesloten (zelfmoord).
Cascade de Langon
Na dit spektakel zetten we onze rondgang verder en we arriveren tegen 14 u weer aan de auto. Prima getimed om het archeologisch museum (Gallo-Romaans) in Viuz (Faverges) te gaan doen. Volgens de site 365 dagen per jaar open… behalve vandaag blijkbaar want “gesloten wegens uitzonderlijke omstandigheden”. We redden de namiddag met een wandeling doorheen het oude stadscentrum van Annecy. Heel mooi, met vele kanaaltjes en bruggetjes.
Morgen zou het mooi weer zijn. We willen dan de Tournette beklimmen; de hoogste top rond het meer (2300 m) maar we maken ons geen illusies: van ver kunnen we zien dat hij de voorbije dagen ook een pak sneeuw heeft gekregen. En dan wordt het al vanaf 1800 m heel delicaat… en de westzijde van de berg, is in de winter lawinegevaarlijk en wordt normaal nooit gedaan. Driemaal raden vanaf welke zijde wij zullen komen: west natuurlijk.
Ik stop het GPX-circuit toch maar in de GPS, we zullen wel zien hoe ver we geraken.

Donderdag 7 nov 2013

Hoera, prachtig weer. We rijden naar de Col de Forclaz en vanaf daar naar de Chalet de l’Aulp waar onze wandeling begint. Aan de ene kant een magnifiek zicht op het meer van Annecy, aan de andere kant torent het massief van Tournette als een kalkstenen fort boven ons uit. Indrukwekkend! Maar het ziet daarboven zo wit als de Mont Blanc.
We beginnen eraan. Als alles lukt, hebben we bijna 1000 hoogtemeters voor de boeg en een kilometer of 11. De eerste 300 m stijgen we in een gladde en drassige alpenweide, daarna wordt het een goed pad over de rotsen. Vanaf hier begint een dun laagje kletsnatte sneeuw (het dooit flink want de zon brandt als was het zomer). Een eind voor ons loopt een trio Fransen, we volgen hun sporen tot aan de Refuge de la Tournette; een hut van de CAF (?) dat als een arendsnest bovenop de loodrechte rotswanden staat. Hierboven zitten we op 1700 m, de sneeuw ligt al dikker en we zien dat de weg die we moeten nemen, geen enkele spoor vertoont en in een steil witbesneeuwd rotscircus omhoog loopt. Dan liever de Fransen volgen die ene andere weg nemen, maar dat blijkt een uiterst steile en spekgladde helling te zijn. Onder ons gaapt een zeer diepe afgrond. De Fransen geraken tot aan de voet van de rotsen, daar doen ze diverse pogingen maar het lijkt er vandaag niet mogelijk te zijn (veilig) te passeren. Wij houden het dus ook maar voor bekeken en we geraken gelukkig weer levend van deze helling. Dan toch maar de “normale” weg proberen. We trekken dan maar zelf ons spoor door de natte, zachte sneeuw die hoe langer hoe dikker ligt naarmate we stijgen: 20 cm, 30 cm, 40 cm. We zakken er diep in weg. Maar toch is het minder geëxposeerd dan de route van daarnet, dus we blijven hopen dat het toch nog zal lukken. En het decor is ronduit subliem: rondom ons de Franse Alpen, beneden het blauwe meer van Annecy.
Tournette
Na een steiler stuk (waarin een verse maar kleine lawine erop wijst dat de sneeuwmantel helemaal niet vast ligt) bereiken we een col, we zitten hier op bijna 2000 m hoogte. Vanaf hier kunnen we het vervolg bekijken: verderop wordt het nog steiler en wordt het ook weer gevaarlijk: een schuiver eindigt in klippen van wel 100 m hoog. Wetende dat we nog 300 m moeten stijgen en dat er daarboven dus minstens 60 cm sneeuw zal liggen, en we daar absoluut niet op voorzien zijn (geen crampons, pikkels, raketten enz), zetten we ook vandaag weer vroegtijdig een punt achter onze exploten. Het spreekwoord indachtig “il faut mieux passer pour un con vivant que pour un héro mort”, peuzelen we onze boterhammetjes op en blazen we de aftocht. Aankomst aan de auto zonder problemen, na een zeer mooie tocht van 8 km.


Reddingsoefening in de Savoie


Vrijdag 8 nov 2013

Vandaag vertrekken we richting eindbestemming: La Feclaz in de Savoie, waar ons een weekend speleo wacht. Maar omdat we daar pas terecht kunnen vanaf 17u30, vertrekken we maar in de namiddag, en met een omweg langs Chambery. Daar is immers een winkel van Le Vieux Campeur gevestigd. Ik heb speleolaarzen nodig, Annette canyonschoenen. Maar helaas, daar aangekomen, blijkt dat men daar enkel kleding en skimateriaal verkoopt. Dan maar verder naar La Feclaz: 10 km kronkelweg tot boven op het plateau. Het skidorp dat op 1300 m hoogte ligt, is geheel uitgestorven. We gaan dan maar op zoek naar twee van de ingangen van het enorme systeem waarin zich de reddingsoefening zal afspelen. De Trou du Garde wordt vrij vlot gevonden, amper 400 m van de auto. Maar naar de Creux de la Cavale zoeken we veel langer (wegens een onduidelijke wegbeschrijving). De grot ligt een flink eind stappen (20 min) van de auto.
DSCF1955
We eindigen de wandeling in de regen. Weer naar het dorp, waar we enige tijd later in de gîte kunnen. Enorm geval (49 plaatsen) met vele kamers. We kiezen een kamertje voor twee en installeren ons. In de loop van de avond druppelen de andere Belgen binnen. Rond 19 uur rijden we met wat vrienden (Jack, Patrice, Arnaud, Vincent) weer de kronkelweg naar Chambery af om ons daar in de “Buffalo Grill” te gaan vol schranzen. Rond 21 u weer naar La Feclaz, in de gietende regen. Rond 23 u in bed.

Zaterdag 9 nov 2013

Om 8 u opstaan, het weer buiten is wat beter maar er ligt al wat sneeuw op de toppen van de Margeriaz. Voor morgen verwacht men strontweer en een pak sneeuw!
Voor de reddingsoefening is het afwachten, ze begint pas rond de middag, in samenwerking met de SSF. Dus wachten, wachten en wachten. Annette heeft geluk: ze mag rond 12 u al vertrekken in een verkenningsploeg: een zoektocht naar een ploeg speleo’s die over tijd is. Ze gaat via de Creux Perrin, een naar het schijnt zeer vochtige en vooral modderige ingang. Pas als er nieuws is van deze verkenningsploegen, kan de echte secours beginnen. Intussen wachten wij. De uren tikken voorbij, wij vervelen ons steendood en kunnen niet veel anders doen dan van Wilfrieds gastronomische kunsten genieten (m.a.w.: veel eten!). Om 15 u is er nog steeds geen nieuws en wordt het duidelijk dat wij een nachtelijke grottocht gaan doen. Dan heeft men eindelijk een karwei voor mij: samen met Marc Legros de ploeg aflossen die de ingangsmeander van de Creux Perrin aan het dynamiteren is. Maar wanneer we aan de grot aankomen, komt die ploeg net buiten: zij hebben alle accu’s leeg geboord en wij kunnen dus niks gaan doen. Terug naar af dus.
DSCF1972
Rond 18 u verschijnt ook Annette, nat en vooral zeer modderig: haar materiaal is onherkenbaar. Het wordt duidelijk dat een secourssimulatie langs de Creux Perrin geen optie is in deze weersomstandigheden. Het zal dus in de Trou du Garde gaan gebeuren!
Ik probeer wat te slapen (onmogelijk in deze rumoerige gîte). Tegen 22 u kennen wij eindelijk onze opdracht: wat evacuatiestellingen bouwen van -160 tot -180 in de Garde. Ploeg van 6 Belgen onder leiding van 2 Fransen, sympathieke gasten. Het klikt direct met de Chef d’Equipe, Yann. Nadat we al ons materiaal hebben bijeengezocht, en ons in de gîte hebben omgekleed, gaan we op weg met de camionette van het UBS. Rond middernacht vertrekken we in de grot. Ingangsput 21 m, drupt flink. Grote zaal, meander, dan zeer natte puttenreeks (La Trilogie) waarin we kletsnat worden. De equipementen zijn gewoon slecht. Dit is blijkbaar een soort “vast” explo-equipement: alles in het water, veel wrijving, lastig, ondermaats (looplijnen op een spit of gewoon geen looplijnen enz.). Bovendien zijn de touwen totaal versleten doordat vele traverseerploegen er natuurlijk ook gebruik van maken. Op sommige plaatsen is de mantel gewoon doorgesleten, zijn er knopen gemaakt. Op een plaats neemt Jack het initiatief een rotversleten touw te vervangen door een van onze secourstouwen. Niemand begrijpt waarom deze putten niet opnieuw geëquipeerd zijn; wij hebben daar met minstens 20 man een hele dag lang zitten niksen.
Enfin, verder maar tot onze bestemming door een toch wel plezante grot met mooie witte rots en veel water, tot in een chaotische zaal met diverse steile obstakels die we moeten equiperen. Beneden de zaal dondert de rivier om dan in een 13 m hoge waterval te vallen. Daar is een andere ploeg bezig met o.m. Kevin en Raf. We bekijken met onze CE alle moeilijkheden, in gemeenschappelijk overleg zoeken we voor alles een oplossing en we beginnen eraan. Wat later weerklinkt staccato gehamer want er zijn minstens 20 spits te plaatsen (in keiharde rots)! Stilaan krijgt alles vorm: schuine helling 15 m hoog met palan, overgang op korte tyrolienne van 5 m, schuine helling overgaand in put omhoog met een balancier, tenslotte helling 10 m omlaag met een frein de charge. Wanneer we rond zijn is het 3 u ’s ochtends. Onder ons is de brancard vertrokken, wij wachten intussen, warmen een choco en eten wat. De ambiance is prima en de vorm is er, ondanks het onmenselijke uur.
Dan kunnen we eindelijk aan de slag. Lastige brancardage in de bulderende rivier geheel beneden, gelukkig niet zo ver, dan over alle onze stellingen met die zware last. Vanaf daar wordt het manoeuvre geneutraliseerd aangezien er een stuk nauwe meander is. Onze opdracht is alles weer desequiperen en dan met alle materiaal naar de point chaud van -100. De terugweg gaat niet snel, er zit veel volk voor ons en sommigen zijn niet meer zo fris. Om 7 u arriveren we aan de point chaud, waar ons een lang inventariswerk wacht: we moeten de inhoud inventariseren van minstens 7 kits secoursmateriaal en die daarna weer allemaal inpakken ook!
Eindelijk is het klaar, vanaf hier kunnen we zonder kitzakken naar buiten. De putten zijn nog natter dan op de heenweg. We kruisen een ploeg die omlaag komt, onder hen Annette. Zij zullen de evacuatie doen in de natte putten! Kusje en we wensen hen veel “plezier” en gaan verder. Om 9 u 30 ’s ochtends staan we buiten, er valt natte sneeuw en alles ziet wit.
In de gîte gauw eten, douchen en dan dodo voor een uur of vijf. Rond 16 u word ik wakker. Buiten ligt nu 5 cm sneeuw en het ijzelt. Ik rij tot aan de grot, waar toevallig Annette en Patrice buitenkomen na een zeer natte ondergrondse tocht. Het zit er nu bijna op, een laatste nog frisse ploeg neemt het desequipeerwerk voor haar rekening.
DSCF2002
Die avond bouwen we een klein feestje, Belgen en Fransen verbroederen met veel Belgisch bier en Franse wijn, en een overheerlijke driegangenmaaltijd van Wilfried en Emilia. Rond een uur zoeken Annette en ik ons bed op want morgen wacht ons nog een terugreis van 900 km. Maar het was buitengewoon plezant (op het wachten na), en weer veel bijgeleerd en mensen leren kennen.

Maandag 11 nov 2013

Om 7 u uit bed, in de kamer naast ons ligt een Française te kotsen die teveel gedronken heeft dus slapen is er toch niet meer bij. Ik ben snipverkouden, tiens hoe zou dat nu komen? Buiten vriest het flink, er ligt een laag glanzende ijzel en sneeuw. We ontbijten en laden de auto in (die moeizaam wordt open gekregen want de deuren zitten potvast gevroren) en rond 10 u zijn we weg. Het wordt een zware rit want we zijn echt nog groggy en moeten dringend bijslapen. We arriveren dan ook als zombies in Edegem.

Foto’s en video

Een fotoalbum van onze escapades rondom het meer van Annecy

Een video van de Grotte de la Diau en Cascades d’Angon in  crue (2 min)

Een fotoalbum met sfeerfoto’s in en rond de gîte van La Feclaz

Een video (5 min) over de losbandigheden NA de secours en de nu al beroemde speech van Wilfried

Een prima video van de reddingsoefening ondergronds (auteur “jaildede”)

woensdag 7 maart 2012

Stappen in de sneeuw en blaasgaten zoeken

 

Feb-maart 2012

De lokroep van de Pyreneeën werd ons weer te machtig. Na onze eerste winterse trektochten daar, 2 jaar geleden, sluimerde het plan om dat nog eens over te doen. De wetenschap dat er 1 à 2 meter sneeuw lag op de Anialarra was genoeg. Paul en Annette dus weer op weg naar het zuiden van Frankrijk. Met een omweg langs (nogal) wat vrienden natuurlijk…

Vrijdag 24 februari 2012

Vertrokken om 7 u ’s ochtends. Een uur verloren in Parijs. Aankomst tegen 20 u bij Stoche en Madé in Carcassonne. Plezant weerziens met dit duo gelijkgestemde zielen. We aperitieven duchtig door, de ene fles wijn na de andere sneuvelt. Het opstaan morgen belooft lastig te worden.

Zaterdag 25 februari 2012

Om 8 u eruit, ontbijten en dan op weg naar Castanviels waar we afgesproken hebben met Marie en Clément (de zoon van Michel Revel) om de Aven de Castanviels te doen. Een magnifieke verticale grot (-265 m) die we nog niet eerder deden. Stoche wil geologische waarnemingen doen en ik help hem daarbij. De grot is in een zeer mooie kalksteen gevormd, sterk gelaagd, geplooid en gebroken. De putten worden groter en groter en op -130 staan we in een werkelijk imposante zaal. Een touw vertrekt omhoog, 40 meter hoger naar een balkon waar een meander vertrekt. Die meander is een lastig en scherp ding; hij komt in een zaaltje uit van een meter of 10 diameter: de Géa-Géode, enkele jaren geleden door Patrick Géa ontdekt na een reeks adembenemende klimmen. Dit is het doel van ons bezoek want de Géa-Géode is zeer mooi met aragonietkristallisaties versierd. Ten einde het zaaltje vertrekt een lage moddergang die ze aan het uitgraven zijn. Doel nr twee van de dag is daar verder graven en daar houden we ons een paar uur mee bezig. Op zijn Belgisch, en er komen tientallen bakken modder uit. Heel veel hoop is er niet: het pijpje zit na een meter of 6 potdicht.

IMG_3033_stitch

Tegen een uur of vier is het welletjes en beginnen we aan de terugtocht. Buiten worden we opgewacht door Michel Revel die ons – het was te verwachten – een aperitiefje aanbiedt. Het blijft niet bij één natuurlijk. Stoche werd op weg naar huis gelukkig niet door de flikken tegengehouden want hij was zeker boven zijn theewater.

Zondag 26 februari 2012

Mijn verjaardag! En het weer is schitterend en het programma ook: een tocht in de sneeuw in de Pays de Sault, in het zuiden van de Aude, samen met Stoche en Madé. Wel anderhalf uur rijden en onderweg besef ik dat ik mijn zonnebril ben vergeten. Gelukkig kan ik er ergens een kopen, zo niet had ik mijn tocht wel kunnen vergeten, want felle zon op sneeuw dat gaat niet zonder bescherming van de ogen.

Het doel is een skistationnetje “Camurac”, het enige van de Aude, waar een handvol skiërs probeert om wat miserabele pistes af te skiën. Het zijn pistes van modder en wat ijs; het skiseizoen is hier echt wel aan de laatste dag toe.

Raketttentocht rond Camurac

We beginnen aan onze tocht. Na een half uur zijn we boven de pistes uitgestegen en zitten we in dikke, goede sneeuw zodat we de raketten kunnen aantrekken. Rondom is er een fabuleus panorama op de witbesneeuwde Pyreneeën. We maken een rondtrip van een tiental km door heen de “Cirque de Camurac” met onderweg de beklimming van een klein topje. Enig mooi, en het is zomers warm. Geen betere manier om een verjaardag door te brengen.

Het beste is dat het weerbericht voor de rest van de week eenzelfde weer belooft. We hebben dan ook bijzonder veel zin in onze driedaagse Pyrenese trektocht die we gepland hebben.

’s Avonds, weer in “Carca”, vieren we mijn verjaardag, met taart en al.

Maandag 27 februari 2012

Stoche en Madé moeten vandaag werken, dus we staan ook vroeg op en rond 9 u verlaten we onze vrienden en reizen we door naar Ste-Engrace. Een ritje van een uur of 4. We nemen onze intrek in de kraaknette en supercomfortabele gite van Maryse en Pierre. ’s Middags maken we onze rugzakken gereed voor morgen. We eindigen met flink zware pakken want er moeten, behalve alle kampeergerief om het daar drie dagen in Siberische omstandigheden uit te houden, ook een paar zware dingen mee zoals stijgijzers en ijspikkel. Waarschijnlijk hebben we ze niet nodig, maar indien de sneeuw verijsd is, zijn ze echt onmisbaar op sommige steile hellingen.

Die avond moeten we tegen 19 u in Oloron-St-Marie zijn, bij Christine en Didier, voor een gezellig avondje…we maken het er niet te laat want morgen willen we vroeg op pad zijn.

Dinsdag 28 februari 2012

We vertrekken vandaag op onze driedaagse trektocht en gezien het ronduit fantastische weerbericht, kan die eigenlijk niet mislukken. Enige reserve wel want ’s morgens is de auto witbevroren… en dat beneden in de vallei. Wetende dat we 1500 m hoger zullen kamperen, is de kans reëel dat we daar een nachtje van -10°C zullen hebben.

We parkeren aan de vervallen refuge van Belagua. Tot onze verbazing is de parking geruimd. Erg veel sneeuw ligt hier niet, we zitten hier niet veel hoger dan 1400 m. Rugzakken op de bult en op weg. Waar is die GR12? Wegens de sneeuw vinden we de GR-markeringen niet en we lopen het spoor van enkele voorgangers achterna. Schilderachtige route door beukenbossen en struikgewas. Na een dik uur zie ik op de GPS dat we veel te veel naar het Zuiden zitten, en vooral veel te laag. Dwars op het Noorden doorsteken dus, moeilijk want we moesten diverse hoge rotsbulten over. Heel lastig met al die sneeuw en die zware rugzakken.

Maar we vinden eindelijk de GR12. Wat verder is er een prima picknickplaats, een rots midden een groot sneeuwveld. De zon schijnt zo heet dat ik al gauw in bloot bovenlijf zit te eten! Beetje surrealistisch toch.

Driedaagse Belagua-Ukerdi-Anialarra

Dan verder maar. De sneeuwlaag wordt hoe langer hoe dikker en het blijft gestaag stijgen, in de volle zon. Zweten dus. Twee km verder wacht ons de grootste moeilijkheid: het oversteken van de Sierre Longa, het gebergte dat Animerkandia (waar we zijn) scheidt van Anialarra (waar we heen willen). We hadden dat al eens in de zomer gedaan, lastige klus want 100 m steil omhoog. En lastig was het! De sneeuw ligt op deze Zuidflank zacht en er zijn veel verborgen gaten en sneeuwbruggen. Twee keer zakken we erdoor en breken we bijna een been. De derde keer verdraai ik mijn knie en vanaf dan deed die flink pijn. Sommige stukken zijn te steil om met de raketten te doen maar met onze bottines zakken we kniediep in de sneeuw of schuiven we weer omlaag. Maar we geraken boven. De afdaling aan de andere kant is vlakker en gauw zitten we op de onderste Anialarrazone. In de sneeuw is dit een sprookjestuin; alle scherpe rotsen zijn veranderd in zacht glooiende sneeuwbulten. Maar we zijn te moe om er van te genieten. Een kilometer verder vinden we een geschikte bivakplek. Het is 17u, een uur later staat de tent en pruttelt het water voor onze droogvoeding. Om 19u een schitterende zonsondergang en tegen 20 u liggen we al in onze slaapzakken.

Driedaagse Belagua-Ukerdi-Anialarra

De heldere sterrenhemel buiten en de sneeuw die intussen hard bevroren was, deden ons vrezen dat het flink ging vriezen. Dus met kleren aan in de slaapzak, en zelfs een fles warm water aan de voetjes. Gevolg: zweten als een paard en de donzen slaapzak helemaal nat gezweet. Het vroor die nacht amper!

Woensdag 29 februari 2012

Om 8 uur eruit na een rustige, windstille nacht. Buiten zet de zon de toppen al in het licht. Na het ontbijt op pad, de tent blijft staan. De rugzakken zijn dus heel wat lichter. De sneeuw knarst onder de raketten, hij is toch keihard bevroren vannacht. Het landschap is onbeschrijflijk mooi. We zijn moederziel alleen. “Into the great wide open, under the sky of blue”, speelt het lied van Tom Petty door mijn hoofd.

We blijven boven op de crête tussen Anialarra en Ukerdi, omdat daar “onze” grot onder loopt. Vaak steil omhoog dus, zwetend in de hete zon. Zo komen we op een plateautje waar het ene blaasgat na het andere is. “Blaasgat”= holte in de sneeuw gesmolten, doordat er een grot onder zit die warme lucht uitblaast. We tellen er een tiental. Zeer interessante plek, benieuwd wat we hier volgende zomer gaan vinden.

Driedaagse Belagua-Ukerdi-Anialarra
TSN62

Op de crête, niet ver van de Sima B21, een picknickplaats gezocht in de zon, met onder ons een fabuleus uitzicht over Ukerdi en Budogia. Dan verrassing: tientallen vluchten kraanvogels steken net vandaag de Pyreneeën over, in typische V-formaties van wel 100 vogels. Ze roepen en kwaken dat het een lust is, en ook al zitten ze wel 500 m hoog, het lawaai is enorm. Onvergetelijk schouwspel. Onze tocht verder gezet tot aan de rotswanden onder de Pozo Estella (rond de 2000 m hoogte). Dan terug langs een heel tricky zone met veel blaasgaten en vooral veel gevaarlijke sneeuwbruggen. Rond 17 u terug aan de tent voor weer een avondje moederziel alleen in de sneeuw. Het is opnieuw windstil en de sneeuw dempt elk geluid. Het is zo doodstil dat je het bloed in je oren hoort ruisen. Magisch gewoon.

Donderdag 1 maart 2012

Opstaan rond 8u30, na een verkwikkende nachtrust van zowat 12 uur! De zon is al van de partij en tegen dat we het water aan de kook hebben, baadt de tent al in het zonlicht. We wachten nog een uurtje in de hoop dat de sneeuw wat zachter wordt want de piketten van de tent zitten diep in de keihard bevroren sneeuw verankerd. Komt de ijspikkel die we al twee dagen meezeulen toch nog van pas om de tent “uit te hakken”. Tegen 10u30 zijn we gepakt en gezakt en gaan we op pad. We hebben onze sporen van twee dagen geleden maar achterna te lopen. Het landschap is nog steeds betoverend. We ontmoeten zowaar twee Spaanse toerskiërs, de enige andere mensen die we op onze driedaagse zagen! De klim over de kam tussen Anialarra en Animerkandia baart ons wat zorgen, vooral dan de steile afdaling aan de andere kant, want dat is een zuidkant in volle zon. Gelukkig is de sneeuw op dit uur nog niet te zacht en het gaat vlot.

Driedaagse Belagua-Ukerdi-Anialarra

Tegen 13 u picknicken we, dan nog anderhalf uur doorheen de beukenwouden waar de sneeuw na drie dagen zomerse warmte flink geslonken is. Rond 15 u komen we aan de auto die er gelukkig nog intact staat.

We besluiten nog even het skistation in te rijden, op zoek naar brood. Het is er onvoorstelbaar druk, de parkings staan propvol en duizenden mensen wriemelen rond en op de skipistes. Na de stilte en eenzaamheid van Ukerdi en Anialarra, is er voor deze amusementsfabriek maar één woord: de hel. De clou is dat deze mensen die zich met hun dikke reet aan een kabel omhoog laten slepen, zich allemaal bijzonder sportief vinden (wintersport jawel!), en waarschijnlijk denken ze ook van zich zelf dat ze natuurliefhebbers zijn. Wie zoals wij net drie dagen heeft doorgebracht in een van de mooiste en ongerepste natuurgebieden van Europa, en dan de ravage aanziet die het skitoerisme hier heeft aangericht, denkt daar wel wat anders over. Egoïsten en hypocrieten zijn het, allemaal. Zij en niemand anders laten heel deze machinerie draaien.

Om de weg omlaag zien we nog amper de overkant van de vallei, alles is in een dikke rook gehuld. De verklaring is simpel: rond deze tijd van het jaar, brandt men de varens en het struikgewas van de hellingen. De vuurhaarden, vaak wel honderd meter breed, zijn er met tientallen. Ze branden uren lang, soms zelfs de hele nacht door waardoor de bergtoppen wel gloeiende vulkanen lijken. Deze traditie resulteert in een luchtvervuiling van enorme proporties, die volledige valleien vult met een vieze gelige smog. Tegen dat we aan de camping aankomen, tranen onze ogen!

We zetten ons met een paar pilsjes in de zon, het is bijna 20°: zomer op de 1ste maart!

We brengen de avond door bij Pierre en Maryse met het gevolg dat we (weer) met een barstensvolle maag ons welverdiend bed moeten induiken.

Vrijdag 2 maart 2012

Het is nog steeds schitterend weer, nog warmer dan gisteren. We slapen ongegeneerd uit tot half tien en ontbijten op zijn Frans met warme croissants. Rond 11u worden we bij Claire en Yvon verwacht, het sympathieke koppel grijsaards van ARSIP dat zich sinds enkele maanden in Arette gevestigd heeft. Ze wonen er magnifiek, in een heel rustige wijk. Met zicht op het gebergte, waar vandaag ook weer niet veel van te zien is: het vuurtjestoken gaat onverstoord verder.

Na een leuke middag doen we nog wat inkopen, dan naar de gîte. Morgen willen we vroeg vertrekken voor onze laatste tocht in de sneeuw. Het weer slaat vanaf morgen om, voor maandag spreekt men over nieuwe sneeuw! Hopelijk valt het nog wat mee. We willen naar Anialarra, maar langs een geheel andere weg, nl langs Llano Carreras, de “vlakke wegen”. Deze route vertrekt aan de Col de la Pierre-St-Martin.

Zaterdag 3 maart 2012

Rond 9u staan we aan de Col de la Pierre-St-Martin. Het weer is al bij al redelijk maar donkere wolken pakken zich al samen en beloven weinig goeds. De sneeuwraketten worden aangeriemd en weg zijn we. Deze route volgt een vrijwel horizontale kalksteenstrook, inderdaad een “vlakke weg”, tot aan de weide van Baticotch. Ver onder ons ligt de Contienda, een groot komvormig dal waarin men een langlaufpiste heeft getrokken. Vanaf daar komt een flinke horde Spanjaarden op toerski’s omhoog, met als duidelijk doel de Pic d’Anie. We houden ons hart vast want de meesten staan zo te zien voor het eerst op ski’s.
We ploeteren omhoog langs de Murlong, waar we geconfronteerd worden met totaal verijsde sneeuw. Onmogelijk met de raketten te beklimmen. En vandaag hebben we de stijgijzers niet meegenomen! Met wat omwegen geraken we verder maar intussen is het weer totaal omgeslagen, we lopen in de mist, het is guur en koud. Het sneeuwt licht en we zitten al gauw in een soort “white-out”. Lucht en sneeuw zijn even wit en het is bijna niet mogelijk om afstanden te schatten of te zien of het terrein voor je voeten daalt dan wel stijgt. We sukkelen tot aan de grote brêche waar we ook niet verder geraken door het ijs. We beseffen dat het voor vandaag om zeep is en dat verder gaan weinig zin heeft. Toch gaan we mits een omweg tot aan de rand van de Anialarra kijken en wanneer we daar aankomen, voltrekt het wonder zich: de mist verdwijnt en voor ons ligt heel de lapiaz te glinsteren in de zon! Hoera!

We zetten onze tocht dus verder. Maar het is oppassen want heel vaak is de sneeuw veranderd in een keiharde, blauwe laag ijs. Gelukkig hebben we wel de pikkels bij om ons voorbij enkele delicate passages te helpen.

Anialarra 2012

De lapiaz is totaal dichtgeplamuurd door de sneeuw. Boven, nabij de grote cairn, vinden we een intrigerend blaasgat met galerijen in alle richtingen. Sima Rapida zit potdicht maar wat verder vinden we twee prachtige blaasgaten waar we in kunnen afdalen en perfect de spleet lokaliseren waaruit de tocht blaast.

In die stijl gaat de dag verder, we volgen de crête omlaag tot voorbij de Pozo Estella en vinden onderweg nog menig groot blaasgat. Maar het is uiterst goed oppassen geblazen, rond sommige blaasgaten is de sneeuw amper een decimeter dik, eronder wacht een holte van meters diep. Sommige gaten kunnen we zelfs helemaal niet dicht benaderen.

De terugweg gebeurt langs de Col Porteur (min of meer) en dan dwars door Llano Carreras. De laatste kilometers zijn erg zwaar, de sneeuw is hier erg zacht en het is echt ploeteren. De ene steile helling volgt op de andere.

Anialarra 2012
TS nabij de AN6

 

Pas tegen 18u ploffen we neer naast de auto, dit was echt wel de zwaarste tocht van de week. 15 km over zo’n zwaar terrein. Annette’s voet is total-loss en ik voel me ook niet meer erg fris. Maar het was weer een prachtige en vruchtbare dag. Met nog een laatste blik op de glinsterende toppen van de Anialarra keren we terug naar de gîte in de vallei. Morgen vroeg opstaan en dan weer 1250 km naar huis rijden…

Het was een van de mooiste weken die we hier ooit doorbrachten. De Pyreneeën in de sneeuw, dat is een belevenis. Wanneer er dan nog een week lang een zomerse zon bij straalt, dan is het gewoon iets unieks. Dat maken we misschien nooit meer mee…

Paul

Fotoalbum hier
https://picasaweb.google.com/102034171858489646608/SneeuwprospectieAnialarra2012

Kleine videomontage hier
http://dl.dropbox.com/u/1068395/Movies/PSM/Souffleurs%20Anialarra%202012%20LQ.wmv

dinsdag 17 mei 2011

Pyreneeënuitstap mei 2011

Verslag van een weekje in de Pyreneeën (Paul & Annette)

Vrijdag 6 mei 2011

We rijden vandaag rustig tot Bordeaux. Toch al gauw 1000 km, en enkele files (Antwerpen-Brussel: grrr!) zorgen ervoor dat we pas rond 19u bij Claire en Yvon Henaff arriveren. We worden er zeer hartelijk onthaald en brengen een leuke avond door in gezelschap van dit kranige duo knarren. Yvon 76 jaar oud, maar met de praats en humor van een twintiger.

Na veel lekker eten met teveel apero en wijn volgt een degustatie van zowat elke “digestif” die in hun kast staat. De meeste flessen staan er al 30 jaar lang, dus zijn ze echt wel excellent. Gevolg is dat we rond middernacht nogal “teut” in ons bed kruipen en de ochtend erop niet bijster fris zijn…

Zaterdag 7 mei 2011

Grijs en regenachtig weer maar dat zal ons vandaag niet hinderen. We gaan een prehistorische grot bezoeken, ten noorden van Bordeaux: de Grotte de Pair-Non-Pair (Gironde). Het is de allereerste grot die ooit in Frankrijk werd gevonden met prehistorische tekeningen, lang voor er sprake was van Lascaux, Cosquer of Chauvet. Claire en Yvon kennen ze goed (ze hebben o.m. de topo gemaakt) en ze zijn goed bevriend met de archeologen ter plaatse. De grot is sinds kort toeristisch, gelimiteerd tot 12000 bezoekers per jaar. Er staat een mooi en nieuw gebouw waar een kleine expo is over de grot en haar geschiedenis. We krijgen een privé-rondleiding van onze gids Stephanie.

Voor de Grotte de Pair Non Pair

De grot werd in 1881 ontdekt en een zekere François Daleau ontdekte er 3 jaar later de eerste gravures, die pas zichtbaar werden nadat de grot was leeggemaakt van de honderden kubieke meters aarde die er in de loop der tienduizenden jaren in waren beland. Hij maakte van de opgraving zijn levenswerk: 35 jaar lang. Nochtans is ze helemaal niet groot, een abri van hooguit 15 m diep. Dat de grot nog bestaat is een wonder, want enerzijds ligt ze slechts enkele meters onder de oppervlakte en het zwakke plafond had dus kunnen instorten, anderzijds is heel de omgeving één grote steengroeve, genre Savonnières-en-Perthois. Gelukkig werd ze in 1902 door de Franse staat gekocht en beschermd, als eerste grot ooit in Frankrijk. Ze is 60000 jaar lang bewoond geweest, eerst door Neanderthalers dan door Homo Sapiens. Het zijn deze laatsten die zowat 30000 jaar geleden een massa gravures maakten (of beter uitbeitelden) in de wanden. In het begin maak je er niks van en lijken het maar wat lijnen door elkaar, maar Stephanie toonde geduldig één voor één elke tekening, soms gebruik makend van aangepaste verlichting. En zo zagen we de lijnen tot leven komen. Er waren zeer kunstig en levensechte afbeeldingen van paarden, steenbokken, mammoets en herten. Werkelijk indrukwekkend. We brachten bijna anderhalf uur door in deze kleine abri en leerden heel wat bij. Werkelijk zeer interessant!

Na dit bezoek, terug naar Claire en Yvon thuis voor het middageten… dat weer uitliep tot zowat 15 u. Dan afscheid genomen van onze vrienden, en op weg naar de PSM, via de gloednieuwe autostrade Bordeaux-Pau, die 2 maanden geleden open ging. Een droom, je rijdt er bijna moederziel alleen. Je wint toch wel een klein uurtje tegenover vroeger en moet de moordend drukke en gevaarlijke Nationale 10 dus niet meer doen. Enig nadeel: péage!

We gaan nog winkelen in de Leclerc in Oloron en arriveren tegen 19u30 aan de chalet van ARSIP. We hebben ze de hele week voor ons alleen. Het weer is aan de beterhand, tussen de regenvlagen door schijnt de zon al. We bellen naar de meteo en al bij al valt het best mee: goed weer maar in de namiddag telkens zeer onweerachtig.

Morgen gaan we gewoon een dagtrip naar de Anialarra doen, daarna willen we een trektocht van een dag of 3-4 maken met de tent.

Zondag 8 mei 2011

Het is ongelooflijk goed weer. Strakblauwe lucht en een stralende zon. We stappen dan ook goedgemutst naar de Anialarra. In T-shirt en korte broek, begin mei! Toch weer geheel anders dan in de zomer. Nog geen blaadjes aan de boompjes, het gras nog dor, geheel andere bloempjes. Maar ook een andere lichtinval en dus een ander landschap. We gaan op een alternatieve manier omhoog, via de Col de Pescamou en dan de Murlong langs achter rond, kwestie van eens iets anders te zien. Vanaf de Pourtet ligt er veel sneeuw en is het oppassen om niet ergens in een gat te belanden. Passage via het hoogtekamp, piknik op het balkon. Dan de sneeuwraketten aan en de Anialarra op die voor 80% een sneeuwvlakte is. Maar gemakkelijk gaat het niet, de sneeuw is zacht en vooral op de steile hellingen is het schuiven geblazen.

Op de Anialarra die nog goed besneeuwd is

Hier en daar stoppen we even om een blaasgat te inventariseren. De Pozo Mariposa zit werkelijk potdicht, oei oei daar geraken we deze zomer weer niet in. Dan de crête omhoog, afwisseling van raketwerk en gewoon lopen. Op de top van de Anialarra krijgen we gezelschap van een Spanjaard die vanaf Belagua is vertrokken. We kunnen vanaf hier goed zien dat ons doel voor de komende dagen haalbaar is: de Col d’Anaye, ver onder ons, lijkt passeerbaar. Of we daarentegen de Table des Trois Rois gaan kunnen beklimmen (2400 m) lijkt dubieuzer, want daar ligt nog heel veel sneeuw.

We stappen door tot aan de falaise, schitterend uitzicht wel 50 km ver met tientallen beroemde Pyreneeëntoppen. Dan terugkeren via de lapiaz, zeer risky business want sommige blaasgaten zijn echte valkuilen. Een koppel Spanjaarden roept ons herhaaldelijk toe vanop de top van de Anialarra, ze denken dat we de weg kwijt zijn. We trekken ons er weinig van aan, wij kennen het terrein hier beter dan zij. De Gouffre Polaire is met stip het indrukwekkendste gat, zichtbaar van op honderden meters. Ook het enige in heel die grote sneeuwvlakte. Daar gaan we deze zomer nog plezier in beleven!

De Gouffre Polaire, wijd open

Tegen 17u30 staan we weer aan het hoogtekamp. Voeten kapotgelopen en moe, we hebben al zowat 11 km over de lapiaz getjokt. Het weer is nog steeds prima, van die beloofde onweersbuien komt niks meer in huis. Anderhalf uur later staan we weer aan de auto, na een prachtige dag en een mooie buit aan nieuwe blaasgaten (een tiental).

Die avond plannen we onze driedaagse en pakken we de rugzakken in. Sneeuwrakketten blijven ditmaal thuis, die zijn niet persé nodig en 2 kg extra kunnen we missen.

Maandag 9 mei 2011

Alweer schitterend weer. We laten de auto achter aan de voet van de skipiste en stappen opnieuw naar Pescamou. Ietsje trager dan gisteren, want we zijn flink geladen. Aan het begin van de weide gaan we linksaf, de GR10 volgend. Hier begint voor ons het onbekende. Het pad klimt door een prachtige begroeide lapiaz. Twee keer kruisen we de skipiste, dan even slikken wanneer we aan een eindpunt komen van de kabelbaan. Skipistes in alle richtingen, een platgebulldozerde woestijn van gemalen lapiaz. We zijn (weer eens) woest en treurig tegelijk, op al die schijnheiligaards die in de bergen gaan skieën en zo verantwoordelijk zijn voor heel deze waanzin. Zonder hen draaide heel deze business van vraag en aanbod niet.

We laten dit trieste landschap achter ons. Wat verder eindigt onze driedaagse al bijna wanneer we een groot en sterk hellend sneeuwveld moeten oversteken. In het begin gaat het goed, Annette voorop, stampt treden in de sneeuw, ik volg onbewust. Dan ligt de sneeuw in de schaduw en wordt het glanzend en hard ijs. Annette kan zich met de grootste moeite staande houden, ik kan niks doen om haar te helpen. Terwijl zij met haar iets scherpere zolen toch schuin omhoog kan vorderen, voel ik mijn botte zolen schuiven. Tot twee keer toe scheelt het geen haar of ik ga omlaag. De zware rugzak verergert mijn wankel evenwicht. Het sneeuwveld gaat minstens 40 m zeer steil omlaag, beneden wachten grote rotsblokken. Vallen = ziekenhuis of erger. Ik krijg een wandelstok door de harde sneeuwkorst geramd en kan zo even mijn evenwicht behouden. Met de andere stok hak ik een trede. Aldus geraak ik vooruit. Oef, we zijn er voorbij, ik sta te trillen op mijn benen. Wanneer we bekomen zijn, gaan we verder, maar volgende keer zullen we beter moeten opletten!

Op de Pas d'Azuns

Het landschap is zeer gevarieerd, we klimmen nu via staalkabels de Pas de l’Osque over, een nauwe doorgang tussen hoge rotswanden. Aan de andere kant wacht een groene vallei, het pad slingert omlaag. Een uur later: Pas d’Azuns, ronduit schitterend met een zicht op de achterzijde van de Soum Couy en de Pic de Countendé, die nog vol sneeuw liggen. Meer naar links zien we de Pic du Midi d’Ossau liggen, een van de bekendste toppen van de Pyreneeën. Diep beneden in de vallei zien we ons volgende doel, een herdershut “Cap de Baitch”. Deze plek, hoog boven alles, is de ideale plek om te middageten, in de warme zon. Daarna omlaag naar de herdershut. Vanaf daar verlaten we de GR10 en zullen we via de HRP (Haute Route des Pyrenées) doorsteken naar de vallei van Anaye. Gemakkelijker gezegd dan gedaan want die HRP dat zijn amper paadjes te noemen. Geen enkele markering trouwens. We komen dan ook zowat 100 m boven ons volgende doel uit, weer een hutje. Omdat we geen zin hebben in de zeer steile afdaling naar de hut, improviseren we erop los. Echter we moeten een soort vallei rond zien te geraken, finaal lukt het ons maar we verdoen er zeker een uur mee en daarna zijn we wel even gaar.

Na wat recuperatie, verder maar. Het blijft zoeken naar het spoor in het gras, in de mist moet deze HRP onmogelijk zijn. Op een grasplateau is er geen enkel pad meer, met wat zoeken vinden we het 100 m verder terug (UTM30/ED50 688,339 4757,573). We draaien stilaan voor de enorme berg “Billare” de vallei van Anaye in. Zachtjes dalen we naar de Cayolars d’Anaye, herdershutten naast een woeste beek. Vanaf hier moeten we de vallei nog over een paar km beklimmen; dit stuk kennen we al van vroeger. Nog 300 m stijgen, het valt ons redelijk zwaar. Ons doel is de Cirque de Marmitou, aan de voet van de falaises van Anialarra. Rond 18 u zijn we er. We hebben 8 u gestapt en zijn 14 km onderweg geweest. Het is een van de mooiste plekken die men zich kan inbeelden. Grasland, met vele kleine heldere beekjes die hier ontspringen, met knoestige dennenbomen en grote rotsblokken, soms huizenhoog. Omringd door besneeuwde bergen of honderden meters hoge rotswanden.

Prachtige plek om te kamperen: de Cirque de Marmitou

We stellen de tent op, eten en drinken en maken een klein vuurtje van wat droog hout en dennenappels. Het wordt een prachtige, rustige avond, en er is helemaal geen onweersdreiging. Wanneer de zon ondergaat, kleuren de bergen rond ons rozerood…dit is echt leven als God in Frankrijk.

Dinsdag 10 mei 2011

In de ochtendzon is de Cirque nog mooier. Ik bestudeer de falaises van Anialarra grondig, in dit strijklicht is elk detail zichtbaar. Jammer genoeg zie ik amper gaten, bovendien is nu goed te zien dat de wanden zeer onregelmatig en woest zijn. Daar valt niet veel te beleven!

Rond 10 u op weg, richting Col d’Anaye. Een uur later staan we boven op deze col die één van de enige twee mogelijkheden is om vanuit de Cirque de Marmitou, op Ukerdi of Anialarra te geraken. De andere is de Col des Ourtets, maar die zit nog geheel in de sneeuw en is nu geen optie.

Boven de Col d’Anaye staan we aan het begin van Ukerdi. Ons plan om de Table des Trois Rois te beklimmen laten we varen, veel te veel sneeuw. Zonder pikkel en stijgijzers zou dat nogal onverstandig zijn! We volgen dus het pad verder, dat aan de zuidkant van de Crête van Anialarra loopt tot we op een zeer recente GR-balisage komen: het is de gloednieuwe (van 2008) GR12 die via Belagua loopt en die we een heel eind kunnen volgen. Fijn, deze nieuwe markering maakt het echt wel makkelijk. Ukerdi is geheel anders dan Anialarra. Valleitjes, bulten en bergen, zeer chaotisch en vooral: begroeid met dennen want lager gelegen. Een uniek gebied en best te begrijpen dat het een “Reserva Integral” is.

Na de Col d'Anaye begint Ukerdi... prachtig

Een grote g rotingang trekt onze aandacht, we gaan kijken en het is zowaar een prima bivakplek. Achteraan de grote ingang vertrekt een kruipgang met tocht. We gaan kijken, op handen en voeten over de scherpe keien en komen tot onze verbazing terecht in een cheminée met een grote stock aan recent materiaal. Ongetwijfeld van speleo’s, en duidelijk Spanjaarden. Tiens, en die exploreren hier zonder dat we (Arsip) daar iets van afweten?

Enfin, dat eitje zullen we later pellen. Verder maar, we volgen de GR maar we weten dat we niet tot aan Belagua mogen gaan. We kennen die plek, het is de oude refuge naast de weg die van de PSM naar Isaba afdaalt. Mochten we tot daar gaan, dan kunnen we morgen enkel via de asfaltweg terug naar het skistation. En een heel eind, zeker 10 oersaaie km! We willen dus eerder noordwaarts afbuigen, om zo in het gedeelte van Ukerdi te komen dat we kennen. Gemakkelijk is dat niet, want de Crête van Anialarra loopt over wel 6 km verder, en vormt een honderden meters hoge barrière. Uiteraard zitten we aan de verkeerde kant. Dus volgen we toch die uitnodigende GR, die kunstig door de gemakkelijkste valleitjes slingert en voortdurend daalt, over kilometers…

Rond 15 u beseffen we twee zaken:

a) we geraken nooit over die crête heen, hoe verder we gaan hoe meer vegetatie er is en hoe minder we kunnen zien hoe en waar we erover moeten.

b) we hebben een acuut watergebrek. We hebben elk nog een liter water en sneeuw is hier op deze lage hoogte (1600-1700) niet meer te vinden. Water evenmin, uiteraard. We hebben minstens 4 liter nodig om vanavond en morgenvroeg door te komen. Liefst 6 liter, want we zijn flink uitgedroogd na zo een dag in de hitte.

Kortom, we besluiten op onze stappen terug te keren. 500 meter eerder hadden we een miezerige plek vuile sneeuw gezien, amper 70x30 cm groot. Vuile sneeuw of niet,; we proppen er onze waterzakken mee vol, een Micropur erbij en zo hebben we terug elk 2 liter groezelig water. Al één probleem opgelost. Het andere probleem, die crête oversteken, wordt ook aangepakt. Blijkt aartsmoeilijk, het is een zeer scherpe en chaotische lapiaz, met rotswanden, geulen en moordend voor de voeten. Wel 200 meter hoog. Maar het lukt en aan de andere kant dalen we evenveel weer af en plots herken ik het; we zitten aan de AN701, het blaasgat waar we enkele malen aan zijn komen werken! Onder de bult waar we net zijn overgeklommen, ligt de Salle Gargamel!

Eindeloos groot: Ukerdi

We moeten echt dringend de tent kunnen zetten, de lucht begint te dreigen en in een onweer hebben we geen zin. Het zoeken naar een geschikte kampeerplek duurt nog een half uur, Ukerdi is immers zo chaotisch dat 3m² horizontaal terrein vrijwel niet te vinden is. Maar tegen 17 u hebben we een gedroomd plekje, te midden van kilometers woeste lapiaz. Met als toetje een grote voorraad propere sneeuw naast de tent.

Oef, de schoenen vliegen uit, want we hebben vandaag weliswaar minder gelopen dan gisteren (zowat 10 km) maar in dit terrein telt dat dubbel! We maken ons plekje vlak en zetten het tentje.

Na het eten is de hemel weer geheel opengetrokken, ik ga wat grotten en gemzen spotten, en Annette gaat met haar schetsblok aan de slag. Plots worden we opgeschrikt door een helikopter die laag rondjes vliegt boven de lapiaz. Een secourshelicopter met in grote cijfers “112” erop. Gelukkig verdwijnt het ding gauw uit ons zicht. Tegen tienen is het bedtijd. De nacht is doodstil en warm; het lijkt wel zomer.

Woensdag 5 mei 2011

De zon maakt ons wakker. We zijn niet gehaast want we zitten op amper 2-3 uur van de bewoonde wereld. Die ochtend ga ik een paar uur lang grotten zoeken, Annette tekent verder. Grotten vind ik maar weinig, doch gemzen zie ik zat. Na 3 km over de lapiaz te hebben gecrost vind ik het welletjes, tijd om te gaan middageten en de tent op te plooien.

Annette is ook tevreden, met een heel mooie tekening in haar schetsblok. We breken ons kamp op, eten en vangen de terugweg aan, langs de gekende “oude” weg die we zowat 15 jaar geleden zo vele malen liepen. Alleen ligt er nu nog veel sneeuw en is het oppassen geblazen om niet door een sneeuwbrug te zakken.

Foto vanuit een blaasgat genomen!

Rond 15 u aan de auto, na een ronduit magnifieke driedaagse. Verplichte kost voor iedereen die het PSM-massief eens beter wil leren kennen. Je loopt er deels rond, deels dwars doorheen. Je beseft dan pas hoe groot en gevarieerd het is.

Rond 18 uur barst een flink onweer los, met hagel en pijpenstelen regen. We bekijken het geamuseerd vanuit onze chalet. Ook ’s nachts gaan de hemelsluizen een paar keer volop open…

Donderdag 6 mei 2011

Op deze rustdag is het ’s ochtends nog redelijk weer, wat ons inspireert om rondom het plateau van Irratzordoky paddenstoelen te gaan zoeken. De vangst is schraal maar we hebben toch weer een mooi wandelingetje door mistige wouden gemaakt!

Vanaf de middag misten we compleet in, en de rest van de dag zal het blijven miezeren en regenen. Al goed dat we geen vierdaagse deden en we dus vandaag nog aan het stappen waren!

In het skistation – totaal verlaten en van een ongezien deprimerende tristesse, ga ik in opdracht van Arsip foto’s maken van de expositie van Arsip in de “Espace Haroun Tazieff”. De expositie moet dringend gemoderniseerd worden en men wilde graag als geheugensteun foto’s van de oude panelen hebben.

Na wat inkopen beneden in Arette plannen we de wandeling van morgen: naar een bergtop met een naam die we maar niet kunnen onthouden: de Pic de Chardekagagna, 1876 m, vanwaar men een geweldig panorama zou moeten hebben. Morgen voorspelt men overigens mooi weer en daar willen we van profiteren.

Vrijdag 7 mei 2011

Mooi is het weer helemaal niet, zwaar bewolkt maar gelukkig zitten we ditmaal niet midden erin, maar hangt het wolkendek heel hoog. Onze wandeling zal wat minder aangenaam worden dan gedacht. We rijden de Col van de PSM over, dalen af richting Isaba tot aan de ex-refuge van Belagua, waar we in 2003 onze eerste wandeling naar de BU56 aanvatten. Het eens zo leuke gebouw is nu totaal in verval, zeer triestig. Uit wat infoborden begrijpen we dat het enkele jaren geleden werd gesloten omdat een refuge niet compatibel was met het natuurpark van Belagua en Ukerdi. Maar wat te denken van de twee nieuwe langlaufstations die men 2 jaar geleden hier vlakbij heeft gemaakt (El Ferial en La Cotienda) inclusief 30 km pistes die IN het natuurpark zijn gemaakt (men heeft er wel eerst een deel van het park voor gedeklasseerd)?

Enkele honderden meter verder is er de vrij grote militaire kazerne, die we zelfs van boven op de Anialarra kunnen zien. Ook dit gebouw is nu verlaten, de deuren zijn dichtgemetseld en het is overduidelijk de bedoeling dat dit ding, net zoals de refuge van Belagua, ter plekke mag wegrotten. Tot zover de ethiek van de Spaanse natuurbeschermers.

Enfin, hier begint onze wandeling en wat blijkt: de gloednieuwe GR12 die we enkele dagen geleden al volgden, passeert hier ook en loopt pal naar ons doel (denken we). Het eerste deel van de tocht is langs de flank van de Pic de Lakhoura: glooiende hellingen vol bloemen en dennetjes. In de vallei van Belagua is de lucht zwart van de regen en even later krijgen we de volle laag. Regenkleding aan en verder maar. Het gaat nu flink omhoog, doorheen een merkwaardig landschap van enorme rotsblokken. Dan bereiken we een col, waarop we amper kunnen blijven staan van de wind. De GR12 verder volgen is geen optie, die daalt aan de andere kant van de col omlaag. We proberen ons te oriënteren, niet zo simpel want we zijn de Franse stafkaart vergeten en moeten het stellen met de povere Spaanse kaart. Rechts van ons, de pyramidale Pic Binbaletta (1758 m). Links van ons, een pad dat heel steil een hoge berg opkronkelt waarvan we denken dat het de Chardekagagna moet zijn, ons doel.

In de verte zien we heel het PSM-massief liggen

Het regent niet meer, de helling lijkt doenbaar (bij regen zou ze gevaarlijk glad zijn, zo steil is het) en we klimmen omhoog. Een half uur later staan we op een top, of beter we zitten op handen en voeten om niet te worden weggeblazen door de wind. In de verte ontrolt zich het hele PSM-massief voor ons, en vanuit deze hoek lijkt de Anialarra een bergtop met Alpiene allure! Jammer dat het nog zo zwaar bewolkt is, hoewel het weer langzaam aan verbetert.

De hoogtemeter wijst aan dat we op 1980 m zitten, raar want de Chardekagagna is er maar 1893… We zitten dus op de verkeerde berg! Terug omlaag naar de Col dus, waar we op goed geluk de GR12 verder volgen en wat blijkt: die loopt toch naar de Chardekagagna, die overigens nog vele kilometers verder ligt. Middageten en verder maar. We weten dan al wel dat de top halen niet mogelijk zal zijn, er is een echte stormwind op de crêtes en die van de Chardekagagna is bijzonder geëxposeerd (en zelfs levensgevaarlijk bij regenweer). Aan weerszijden gaat het wel 500 m bijna verticaal omlaag.

De GR12 volgt mooi de Frans/Spaanse grens, en dan arriveren we op de Col Chotako (1696 m) aan de voet van de Chardekagagna. We kunnen amper blijven staan van de wind, dus hier eindigt voor ons de tocht. Later nemen we daar wel revanche op!

Terug naar Belagua dus. Onderweg proberen we nog even de top van de Bimbaleta mee te pikken maar ook daar is de wind (die aan zowat 80 à 100 km/u moet waaien) een spelbederver. We genieten nog even van het ongelooflijke uitzicht, dan verder maar. De zon is intussen volop van de partij. De weg is lang, en op het einde beginnen de voeten er genoeg van te hebben. Tegen 16u30 staan we weer aan de auto, met zowat 17 km in de benen. Een echte aanrader, deze wandeling, en bij helder weer doen we ze zeker nog eens.

Om 17 u zitten we alweer te aperitieven op het balkon van de chalet, in een warme zon.

Zaterdag 8 mei 2011

Vandaag is het zo een dag die enkel op de PSM kan voorkomen: mist-regen-mist-gietende regen-miezer en mist wisselen elkaar af. De temperatuur is 10° gezakt. Gelukkig hadden we vandaag geen grootse dingen gepland. In de voormiddag, terwijl Annette haar Spaans instudeert (overmorgen heeft ze examen!), werk ik een paar uur lang de grottendatabase bij en dit verslag.

In de namiddag rijden we naar beneden, naar Arette, om het gloednieuwe “Maison de Baretous” te bezoeken. Het blijkt een revelatie, wie had er in zo’n boerengat een zeer moderne en interessante expositie verwacht! Opgebouwd rond een aantal thema’s, met de meest moderne audiovisuele technieken, ben je al gauw 2-3 u zoet eer je rond bent. Uiteraard veel aandacht voor het culturele en pastorale aspect (de herders, de houthakkers) maar ook over de aardbeving die Arette in 1967 vrijwel geheel verwoestte, en ook over iets dat ons nauw aan het hart ligt: speleologie! Inderdaad, en tot mijn verbazing zijn er 3D-dia’s te zien die me zeer bekend voorkomen, van de Anialarra nog wel. Genomen door Daniel Chailloux. Inclusief ons hoogtekamp!

Ergens staat zelfs de originele lier te kijk die Cosyns maakte en waarmee Loubens aan zijn einde kwam. Een ongelooflijk prutserig geval met fietspedaaltjes. Ernaast staat de solide en goed doordachte elektrische winch van Queffelec. Moet je toch wel gezien hebben.

De winch van Queffelec (geel) naast die van Cosyns

Nadat we alles grondig bekeken hebben, zijn we weer heel wat wijzer geworden. Het regent nog steeds. Terug naar de chalet voor apero, etentje bij kaarslicht en dan inladen van de auto, want morgen moeten we – jammer genoeg – weer naar huis.

Die terugrit verloopt trouwens nog spannend: ik leg meer dan 1000 km af met een achterwiel dat niet vaststaat. Voor het vertrek hadden we al een vreemd geluid gehoord aan het rechtse achterwiel, maar we hadden niks gevonden. Tot zowat 100 km na Parijs de hele auto begint te daveren. Na onderzoek blijkt mijn achterwiel los te staan, meer nog één van de 5 wielmoeren is verdwenen en de rest staat los, het achterwiel kwakkelt. Wanneer ik de moeren vast draai, breekt er een vierde af. Daarna ben ik heel rustig de resterende 200 km naar huis gereden!

Paul

Link naar een fotoalbum met een selectie foto's van Annette en Paul