donderdag 13 september 2007

Radioreclame

Met stip in mijn Top 5 van dingen waaraan ik me erger, staat radioreclame. Is er iets irritanter dan het opgefokte geluid van het heerschap dat ons met de regelmaat van de klok een nieuwe “Hebbes” radiospot toebrult?

Typerend voor zulke reclame is de snelheid ervan. Een machinegeweer, wat zeg ik, een hevige diarreeaanval is er niets tegen! Elke seconde kost handenvol geld, en dus wil men zo snel mogelijk een maximum aan informatie kwijt. Dan krijg je dus dames te horen die op 5 seconden tijd 38 woorden uitratelen. Waarschijnlijk, na het inspreken van het spotje, storten ze in ademnood neder en dienen ze ter plaatse gereanimeerd te worden.

Een andere eigenschap is het steevast opgewekte karakter van deze radiospotjes. Jawel, de mensen van de radioreclame zijn immer goed geluimd en springen zelfs op maandagochtend juichend uit hun bed, en hollen met drie treden tegelijk de trap af in blijde verwachting van weer een nieuwe, opwindende dag vol oogverblindend witte waspoeders, renteloze leningen, Internet-aan-lichtsnelheid of ultra-absorberend maandverband. De realiteit is echter wel wat anders: op maandagochtend is er ten huize Polleke Pik slechts één iemand opgewekt: de hond die steevast kwispelend de slaapdronken baasjes begroet.

Een andere rode draad doorheen radiospotjes, is dat ze vaak grappig bedoeld zijn. De luisteraar wordt in een mum van tijd naar een meestal buitengewoon flauwe “pointe” gevoerd. Zo flauw, dat zelfs Geert Hoste hem niet zou kunnen gebruiken. En elke ervaren moppentapper weet dat een goede grap slechts eenmaal leuk is, en een flauwe grap nooit. Dat is een vuistregel, een universele wetmatigheid. Radioreclamemakers zouden er beter aan doen hiermee rekening te houden, alvorens hun geesteskind zes weken lang om het kwartier op de luisteraars los te laten. Maar ja, zij geloven nog in het adagium: de kracht van reclame is de herhaling.
En toch, en toch, is er soms radioreclame die mij kan doen glimlachen. Nu ja, glimlachen… eerder een nauwelijks waarneembare trilling van mijn rechtermondhoek. “Deze week in Humo…”. Tja, Guy Mortier en Humo hebben bij mij altijd een streepje voor gehad.

Heel vaak is zo een spotje opgebouwd rond een klassiek rollenspel. Een dialoog tussen twee vriendinnen, of tussen man en vrouw. Is het u ook al opgevallen dat de man dan bijna altijd een domme oen is, en de vrouw een voorbeeld van onaardse intelligentie? Dan hoor je de feministes niet klagen! En dat zijn ook altijd weer diezelfde stemmen hé! Alsof er in heel België slechts een dozijn mensen te vinden is om die spotjes in te spreken. Eerst bezweert een zwoele vrouwenstem je dat Danone Light (met actieve Bifidus !) goed voor je spijsvertering is, vervolgens hoor je krak datzelfde mens je Rennies aanpraten!

Eén ding hebben alle radiospotjes gemeen: het infantiele niveau. “Wij zijn de knakworstjes, ga allemaal opzij”, dat genre bedoel ik. Laat het duidelijk zijn: voor radioreclamemakers zijn de luisteraars domoren, kleuters, ezels, waartegen je kleutertaal moet praten, willen ze begrijpen waarover het gaat. En bij kleuters horen natuurlijk ook kleutermuziekjes, liefst “catchy”, zo van die kenwijsjes die blijven hangen. Wel, nadat ik een hele dag met “toe toetoe toe” (Ethias) of “fun fun fun fun” (Fun) in mijn hoofd heb gezeten, associeer ik die firma’s vooral met iets vervelend. Zoals een hondendrol waar je in hebt getrapt en waarvan de geur je, ondanks al je stiekeme pogingen om hem ergens aan het vasttapijt af te vegen, blijft achtervolgen.
Inderdaad, het is zeer zeker de bedoeling om een merknaam aan een kenwijsje of slogan te koppelen. Om aldus een soort Pavlov-reactie aan te kweken bij de arme luisteraar die bij het horen van de kreet “Aan tafel!” onmiddellijk visioenen moet krijgen van boordevolle potten met lillende mayonaise van Devos-Lemmens.

Is het u ook al opgevallen dat radioreclame overal bovenuit komt? Staat je radiootje het ene ogenblik nog zachtjes een onopvallend achtergrondmuziekje te spelen, dan krijst even later Gamma’s Franky Bakeljauw “Mannekens!" door de kamer, waarop al je collega’s “Ja vader!" antwoorden. Naar het schijnt is dat een technisch foefje. Niet enkel het volume wordt opzettelijk opgetrokken, ook de toonhoogte wordt aangepast. Ik hoorde dat sommige fabrikanten van radiotoestellen een soort reclamefilter inbouwen die de ergerlijk snerpende reclameblokken onderdrukt. Tot grote ergernis van de reclamemakers, natuurlijk.

De boodschap zelf dan. De inhoud. Tja, breek me de bek niet open. Dit gaat het bestek van mijn blog te buiten: Google biedt me maar 1 gigabyte ruimte. Toch, heel kort, wat commentaar. Er is de laatste jaren een nieuwe trend: gebruikers van een bepaald product een naam opkleven, waarschijnlijk in de hoop dat er een soort groepsgevoel ontstaat waardoor deze mensen eeuwig trouw blijven aan het product.
“Word Proximus en krijg honderd SMS’jes gratis!“
“Ben jij al Base?“
Nog even gezwegen over het taalkundig misbaksel dat een zin als “Word Proximus” in feite is (word groen, word blauw, word groot of word verstandig: dat is correct. Word kast, word auto, word Microsoft of word Proximus: ik zou mijn ex-leraar Nederlands eens moeten raadplegen, maar volgens mij schort er iets aan die constructie). Ik vind zo een slogan ook een grote inbreuk op mijn privacy. Alsof het afsluiten van een abonnement iemand het recht zou geven me een stempel “Proximus” op het voorhoofd te plaatsen.

Maar er is iets dat nog erger is dan radioreclame. Het summum van ergerlijkheid, zeg maar.
Dat kan niet, het is totaal onmogelijk dat er op deze aardkluit iets is, dat nog infantieler, opdringeriger, irritanter, stompzinniger, hemeltergender, debieler en opgefokter is dan radioreclame, roept u nu uit! Toch wel: Franstalige radioreclame. Ik heb namelijk de hele dag een Brusselse radiozender op staan; en ik bezweer u: daar kunnen wij Vlamingen nog iets van leren. Als u dacht dat die kerel van “Hebbes” hysterisch kon doen, dan stel ik voor: stem eens af op Classic 21. Maar keigoede muziek, dat wel. Luister: ze spelen net “Wish you were here” van Pink Floyd. Gedaan met bloggen: luisteren en genieten, Polleke!

So, so you think you can tell,
Heaven from Hell,
blue skies from pain.
Can you tell a green field from a cold steel rail?
A smile from a veil?
Do you think you can tell?

woensdag 5 september 2007

George W

Laat me het eens over politiek hebben vandaag.
Zonet lees ik in de krant “De Amerikaanse president George Bush vraagt zich af hoe de geschiedenis over hem zal oordelen.” Tja George, kwel jezelf toch niet met deze volstrekt retorische vraag. Er is immers slechts één antwoord op mogelijk, en wel dat je er een zootje van hebt gemaakt. Correctie: een ZOOI. Je hebt er voor gezorgd dat je opvolger (of opvolgster?) in feite met een achterstand van 8 jaar begint, want zolang zal het duren om alles weer recht te zetten wat jij in eenzelfde periode hebt verknoeid.
Blijkbaar ben je ook een beetje bezorgd over hoe je in de toekomst je dagen zal doorbrengen, want ik lees: “Bush geeft ook toe dat hij niet goed weet hoe hij later zijn tijd zal doorbrengen.” Terecht, George. Good thinking, voor een keer! Ik kan me eerlijk gezegd ook slechts weinig inbeelden waarmee iemand met jouw capaciteiten zich kan bezighouden. Louche predikant? Ambassadeur van de A.A.? Cliniclown? Ik suggereer maar wat hoor! Nee, even ernstig nu: doe gewoon niets! Neem het er rustig van, ga in je hangmat liggen en kom er de volgende 40 jaar niet meer uit. Want alles wat jij doet, heeft nare en verstrekkende gevolgen voor de wereldvrede, het milieu, de werkgelegenheid, de broodprijs en het aantal kikkers in mijn tuinvijver (17, bij de laatste telling!).

Nu, ik wil eigenlijk toch niet te negatief oordelen over G Double-U Bush. Hij is het levende bewijs van de American Dream: je kan in dat land àlles bereiken. Zelfs al ben je een alcoholicus geweest, zelfs al ben je een psychopaat, zelfs al kan je amper een voorgekauwde zin nazeggen waarin één moeilijk woord voorkomt, zelfs al zie je eruit als een sul, of als een chimpansee: je kan het tot op het hoogste schavotje schoppen. Zelfs tot President of the US.
En eerlijk gezegd, George, ik moet toegeven dat de balans van jouw presidentsschap niet geheel negatief uitvalt. Want één ding had je wel: gevoel voor humor. En dat is toch wel een van de belangrijkste zaken in het leven, niet? Wat hebben we vaak gelachen om jou! Tik in YouTube.com maar eens “George Bush” in, en je krijgt genoeg grappig materiaal voorgeschoteld om je drie avonden lang te pletter te lachen. Geen enkele andere mens op deze planeet, zelfs Urbanus niet, is zo grappig. Alleen al je versprekingen hebben stof geleverd voor tientallen legendarische videoclips, zoals deze: http://www.youtube.com/watch?v=xhqKoqqS0XI.
En dan die mimiek! Die hondenogen, dat pruilmondje: onweerstaanbaar grappig. Kom, een voorproefje: Bush verwikkeld in een waanzinnige conversatie met Condeleeza Rice: http://www.youtube.com/watch?v=zfwRb_XKFvA



De vraag waarmee jij worstelt, nl. hoe de wereld later over jou zal oordelen, is zelfs helemaal niet de vraag die de wereld nu bezig houdt. Het zal ons werkelijk worst wezen! Wat we ons vooral afvragen is, of de volgende president het beter zal doen. De pientere lezer merkt nu allicht op, dat het moeilijk slechter kan. Doch opgelet! Presidenten en premiers (en ik beperk me nu niet enkel tot Amerika) zijn maar al te vaak schertsfiguren gebleken. Schertsfiguren met bijzonder veel macht, jammer genoeg. Zelfs filmacteurs met volgend wereldbeeld konden 8 jaar lang de wereld regeren (klik op de tekening om ze te vergroten):


Hilarisch, niet? Maar wel vrij accuraat, dus eigenlijk eerder “tragisch”!

Ach, het collectieve geheugen van deze aardbol zal zich de heren Bush, Reagan, Berlusconi of Sarkozy niet lang herinneren. Ze zullen allicht nog een tijdje in de Wikipedia of in de rubriek “humor” van YouTube blijven rondhangen. De échte wereldleiders daarentegen, die zullen nog tientallen jaren nazinderen. Ghandi, Mandela, Martin Luther King of de Dalai Lama, om er maar enkele te noemen.