woensdag 17 februari 2010

De Raymond

Vorige week wekte de nieuwslezer mij met het droeve nieuws dat Bob Davidse was gestorven op de gezegende leeftijd van 89 jaar. Nonkel Bob dood! Voor mensen van mijn generatie is dat voorwaar iets om stil bij te staan. Wij zijn groot geworden met Nonkel Bob en Tante Terry. Verplichte kost was dat, op onze allereerste TV (zwartwit uiteraard). In de kranten vinden we dan ook een gepast eerbetoon aan de man die duizenden kinderen leerde zingen, en zelfs gitaar spelen. Zeg eens eerlijk: wie heeft er nog nooit van “Vrolijke, vrolijke vrienden” gezongen? Zelfs de kinderen van nu zingen dat nog.

Diezelfde kranten en media besteedden vorige week ook bijzonder veel aandacht aan een nochtans banaal feit: de zestigste verjaardag van Raymond van het Groenewoud. Ik kan me niet herinneren dat er al ooit een andere muzikant – zelfs niet de allergrootsten der aarde – zoveel aandacht kreeg omwille van zijn verjaardag. Het moet zijn dat ik niet de enige ben die van oordeel is dat onze Raymond toch wel een heel speciaal iemand is. Want inderdaad, ik ben al mijn leven lang een fan van "de Raymond", Vlaanderens bekendste liedjesschrijver.

raymond Mijn  interesse in ‘s mans muziek moet zo ergens in 1980 zijn begonnen. Ik was toen twintig, en schuimde wat lokale popfestivalletjes af waarop RVHG speelde. Meestal als “Top-of-the bill” want Raymond was toen al een jaar of 7 bezig en had al een flink repertoire in zijn mars. Mijn muzikale voorkeur ging toen uit naar het zwaardere werk, en op “Meisjes” of “Maria, Maria” moeten we heel wat tenen van te dichtbij staande Chiromeisjes hebben vertrappeld, want we “pogo-den” als gekken over de graswei heen en weer. Het was ook de tijd van de Bel-Pop, met bands als The Kids, Luna Twist, Scooter, The Machines, Twee Belgen, Arbeid Adelt, Lavvi Ebel, Heartbreak, Der Polizei en weet ik nog wie allemaal. Allemaal groepen die kwamen en gingen, maar één man overleefde hen allemaal moeiteloos: de Raymond. Vandaag, 30 jaar later, is hij er nog steeds en kan hij terugblikken op het beste muzikale oeuvre dat een Belg ooit bij elkaar componeerde. En jawel hoor, ik weet dat er een Brel, een Tura of een … (vul zelf in) bestaan, maar Raymond doet ze moeiteloos de broek af.

Raymond zingt in het Nederlands. Dat op zich is al een uitzonderlijk en bijzonder moedig iets, zeker in de jaren ‘70 of 80. Nu zijn we dat meer gewend (denk aan Clouseau of Noordkaap) maar toen wat het echt “not done”. In het Nederlands zingen, dat was iets voor schlager- of charmezangers. De kliek van Paul Severs, Willy Sommers, Will Tura, de Zangeres zonder naam, weet je wel. Ouwe mensen muziek. Het klonk ook niet, in het Nederlands kon je gewoon niet zingen, zo simpel was dat.

Wel, Raymond kon het wel. En het klonk gewoon goed. Waarom? Twee redenen. Allereerst heeft Raymond een ongelooflijk gevoel voor rijm en metrum en dat is ontzettend belangrijk in een weinig metrische taal als het Nederlands. Het aantal lettergrepen in een zin moet gewoon kloppen, anders klinkt het niet.  De onvolprezen kampioen in het verkrachten van deze regel is dhr W.Tura. In zowat elk van zijn liedjes staan er verzen met teveel of te weinig lettergrepen of een metrum van heb-ik-jou-daar. Een willekeurig voorbeeld (de meer dan banale inhoud is geheel voor rekening van de auteur):

Ik ben zo eenzaam zonder jou
Ook als het dansorkest gaat spelen
Want dansen gaat mij gauw vervelen
Als ik jou niet in m'n armen hou

Die laatste zin! Aargh. Klinkt echt niet. En beluister gelijk welk Tura liedje: het is gewoon overal zo. Raymond laat zich daar niet aan vangen.

De tweede reden is humor. Tuurlijk, humor is geen must: veel humor valt er niet in Pink Floyd of Led Zeppelin te bespeuren. Maar sommige muziek kan niet zonder humor gebracht worden, en dat geldt des te meer voor muziek die over alledaagse zaken gaat. Zaken als relaties, sex, religie, gevoelens. Breng die te serieus en het wordt al gauw pijnlijk, ongeloofwaardig, pompeus of gewoon onnozel. Breng het met een snuifje ironie of zelfspot, en het wordt iets heel anders.Frank Zappa wist dat, Randy Newman ook, en de Raymond nog veel beter. Wanneer ik naar Zappa luister moeten ze mij niet komen lastig vallen, want ik wil de tekst horen. Idem met Raymond. De overgrote meerderheid van zijn liedjes maakt me blij - ook al zijn ze vaak zeer melancholisch of intriest van aard.

Je mag de meest serieuse hark zijn die er rondloopt, maar wanneer Raymond zingt over zijn schoolgaande jeugd, dan begin je toch spontaan te glimlachen? Het is er zo pal op.

daar gaat de bel van ringeling
'k Wou dat ik de lucht inging
rijen rijen twee aan twee
best van al gedwee
binnenstromen in de muf
muffe klas alwaar ik suf
zure zweters, dat doet deugd
't lot van onze jeugd

Overigens: zowat al zijn liedjesteksten vind je hier: http://www.muzikum.eu/nl/122-166/raymond_van_het_groenewoud/songteksten.html en het zijn er inmiddels 219, zo goed als allemaal zelf gecomponeerd, geschreven en gezongen. Wie doet hem dat na?

Kijk eens naar mij, ik hou van veel muziekjes. 'k Speel alles graag, en wie doet mij dat na?  zong Raymond in "Chachacha", en inderdaad, zijn grootste verdienste is ongetwijfeld dat hij een muzikale duizendpoot is die niet alleen diverse instrumenten bespeelt, maar ook zowat elk denkbaar muziekgenre baas kan. Rock, gospel, honky-tonk, reggae, dub, chachacha, bossa nova, country: je kan het niet bedenken of hij heeft er wel een paar liedjes in geschreven. "Twee meisjes" werd verkozen tot het beste Nederlandstalig nummer ooit, en daarmee kan ik het alleen maar volmondig eens zijn. De zoete, ingetogen intro op piano en bas, de zo eenvoudige maar oh zo tot de verbeelding sprekende tekst: Twee meisjes op het strand, ze lezen modebladen, twee meisjes op het strand, ze dromen van een prins. Het rijmt zelfs niet, en toch zie je die meisjes je gewoon voor je, liggen lanterfanten in de zon, op het strand van Blankenberge. Het nummer dat opbouwt, de drums die invallen, en dan die lange, klaaglijke gitaarsolo: ik ken geen enkel ander Belgisch nummer met zo'n mooie gitaar erop. Luister mee en geniet.

Ach, Twee Meisjes is maar één hoogtepunt uit 's mans rijke oeuvre. Bierfeesten, Hoppah, Brussels by Night, Joske, Bleka Lena, Liefde voor Muziek... de lijst is onnoemelijk lang. Ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag, is er nu een nieuwe verzamelaar uit met daarop – u raadt het al – 60 nummers. Ik heb mijn gezinsleden al tactisch ingefluisterd dat ze voor mijn verjaardag, volgende week, mij hiermee een groot plezier kunnen doen. Hoeveel artiesten – en opnieuw mag de Internationale scene gerust meedingen – kunnen er al een Best-of uitbrengen met 60 goede nummers; zonder hun B-kantjes en ander vulsel te moeten recycleren? Eén hitje of meezingertje schrijven, dat kan bijna iedereen. Er vijftig of honderd schrijven, dat is slechts weinigen gegeven. Mocht RVHG in Amerika of Engeland geboren zijn, dan deelde hij nu de selecte schare van muzikale genieën zoals Bob Dylan of Paul Mc Cartney. Helaas kwam hij in een postzegelgroot landje ter wereld, en verkoos hij dan nog te zingen in een taal die 75 km verder al niet meer begrepen wordt.

Vlaming zijn, of zelfs Belg zijn, en geen muziek van Raymond in huis hebben, dat kan gewoon niet. 16,99 Euro voor zijn 60 beste nummers: het is voorwaar geen geld. Gewoon doen! En met doen bedoel ik kopen, die CD, en niet ergens heimelijk downloaden. De Raymond is ook maar aan hardwerkende Vlaming zoals u en ik. Bestolen worden verdient hij niet, daarvoor heeft hij ons al teveel luisterplezier verschaft.

Beste Raymond, van harte gefeliciteerd, en doe er nog veel jaartjes en liedjes bij!

woensdag 10 februari 2010

Sneeuw

Dit is nog eens een echte winter. Zo bont hebben we het in geen decennia meegemaakt. De keren dat ik al sneeuw heb staan ruimen voor mijn deur zijn niet meer te tellen! Nooit willen investeren in een sneeuwschop, maar nu begin ik toch wel te twijfelen.
Er zijn kinderen in dit land die van hun hele leven nog geen sneeuw hebben gezien. Sneeuw was is dat, papa? Wel Jefke, dat is die zwarte pap daarbuiten op de straat.
Maar die dreumessen weten dit jaar wel beter.
Vanochtend opgestaan om 7u, even buiten gekeken en oh verrassing: het zag weer spierwit; er lag wel 5 cm sneeuw. Tiens, gisterenavond nog naar de weerman gekeken (de Frank ditmaal) en die had nochtans niks “voorspeld”. Verbaast me niks, het weer laat zich nu eenmaal niet voorspellen, die illusie zijn we al lang kwijt. Niet voor niets noemde men Armand Pien (de voorganger van Frank en Sabine) destijds “Monneke de leugenaar”.

Toch maar naar het werk vertrokken - de plicht roept - en binnen de 3 straten had ik al begrepen dat zulks een bar slecht idee was. Het bleek werkelijk spekglad, het verkeer reed voor geen meter. De radio meldde laconiek dat het filerecord gesneuveld was met meer dan 700 km file. Ik schoof en gleed geduldig verder, aan 5 km/uur. Een dik uur later was ik “al” aan de A12 geraakt: normaal gesproken duurt dit traject in volle ochtendspits 10 minuten. Het filerecord was intussen keer op keer verpulverd, van 800 naar 900 tot zelfs bijna 1000 km file. De verkeersredactie was gestopt met het proberen bijhouden van waar er allemaal files stonden en ongevallen waren gebeurd, en beperkte zich tot het signaleren waar het wel nog reed. Du jamais vu! Op de viaduct van de A12 ging het al niet beter. De linkerrijstrook was voorzien van een maagdelijk laagje sneeuw en werd slechts occasioneel gebruikt door Berlingo’s en andere lichte karretjes. Voor mij schoof een patserige VW Touareg stapvoets verder, achter mij een nog dikkere Mercedes ML 380. Geen van beide durfde blijkbaar hun aso-bak in 4x4 te zetten en door de toch wel 5 cm dikke sneeuwlaag te rijden op het linkse vak. Een betere illustratie dat zulke auto’s alleen maar worden gekocht door mannen met een klein Pietje of kakmadammen met een bontjas, met als enige bedoeling hun buren te overbluffen, kan je niet vinden. (Onlangs nog op het werk, waar zo iemand werkt, en jawel met een dikke Mercedes 4x4: het had overdag gesneeuwd en tegen ’s avonds begon de madam in kwestie te panikeren, want naar huis rijden zag ze niet zitten. Toen ik haar suggereerde de auto in 4x4 te zetten, keek ze mij met grote ogen aan en zegde “ik zou niet weten hoe ik dat moet doen”. Jawadde!).
Maar we wijken af, terug naar mijn ochtendspits. Na anderhalf uur was ik aan het einde van het viaduct geraakt, en was het me duidelijk dat ik nog wel een paar uur voor de boeg had om op mijn werk te geraken: de Kennedytunnel bleek geblokkeerd te zijn door vrachtwagens die de helling niet opgeraakten. Dus nam ik een wijs besluit: een SMS’je naar de baas om te zeggen dat ik mezelf een halve dag verlof toekende, en het vanmiddag nog wel eens zou bekijken. En dan gauw huiswaarts.

Nou dat was dan weer een vruchtbare ochtend, zo een die je beter zo snel mogelijk vergeet. De berichtgeving die ik tijdens mijn epische rit bij herhaling op het radionieuws had gehoord, was ook al niet van aard om mij op te vrolijken. Prins Filip die aan zijn kloten veegt aan de 90 km/u tijdens het smogalarm en gisteren aan 140 km/u was gespot. Alle Belgen gelijk voor de wet, behalve sommigen, jaja dat kennen we. Weg met heel dat Koningshuis! Dat ze gaan werken voor de kost goddomme.

Minister Daerden die zijn pensioenplan ontvouwt: vervroegd pensioen slechts mogelijk vanaf 63 in plaats van 65, of iets van die strekking. Tja veel “plan” zal hij voor de rest nog niet hebben. Wanneer ik dan vanochtend in de Standaard lees dat het gemiddeld pensioen voor een werknemer zowat 700 Euro in de maand bedraagt (bruto!) en dat van een ambtenaar 2260 Euro, dan word ik echt wel witheet van woede. Alle Belgen gelijk voor de wet was het toch? 700 Euro, dat zal netto zo een 500 Euro zijn. En daar heb je dan 40 jaar voor gewerkt. Zelfs een werkloze of een steuntrekker krijgt meer. Weg met die Daerden, een grotere lul heb ik in geen jaren in de politieke arena bezig gezien, of het moest De Decker zijn.

Allez vooruit, zal de sneeuw eens van mijn voetpad gaan ruimen.

maandag 25 januari 2010

Mr Nobody

mr_nobody Vrijdag met vrouwtje lief  naar de cinema geweest en ervan genoten. Laat ik dus mijn bescheiden blogje eens aanwenden om wat reclame te maken voor een film: Mr. Nobody van de Brusselse regisseur Jaco Van Dormael. U had er misschien al over gelezen of gehoord, want in de pers kreeg de film lovende kritieken. De Standaard wijdde er bijna een volledige pagina in en was laaiend enthousiast, en ook Humo gaf een ongemeen positieve recensie. Regisseur Jaco Van Dormael verwierf wereldfaam met Toto le Héros (1991) en le Huitième Jour (1996) maar dan bleef het stil rond deze Belgische wonderboy. Veertien jaar lang! Zo lang had hij nodig om het verhaal dat hij in zijn hoofd had, op pellicule te krijgen. Veertien jaar, zoiets noemt men een levenswerk. Nadat je de film hebt gezien, begrijp je perfect waarom hij er zo lang over deed.

Voor zij die hun neus ophalen voor Belgische films alvast dit: wakker worden! De Belgische film is de voorbije 20 jaar van wereldklasse. De tijd van “Hector” ligt lang achter ons, en films als “De Zaak Alzheimer”, “Loft” of recent nog “De Helaasheid der dingen” hebben uw eigenste dienaar (die nochtans meestal bijzonder kritisch is) in vervoering aan zijn cinemastoel vastgekluisterd.

Terug naar Mr. Nobody. Een Belgische film, en ook weer niet: de film wordt gespeeld door Amerikaanse Hollywoodsterren (o.m. Jared Leto en de verrukkelijke Diane Kruger)) en is voor het grootste deel in het buitenland opgenomen (maar evengoed in Antwerpen of in Brussel). Het is allicht een strategische keuze: een Belgische film maakt anders geen schijn van kans om in het buitenland aan te slaan. Zonet hoorde ik op de radio zeggen dat Eric Van Looy een remake gaat draaien van Loft. Een Nederlandse remake, met Nederlandse acteurs én vast en zeker in lelijk oerhollands gesproken. Hoezo, vraagt u zich nu af, dat was toch al een Nederlandstalige film? Wel de waarheid is dat in Nederland geen hond er zit op te wachten om Koen de Bouw of Matthias Schoenaerts bezig te zien of naar hun zachte Vlaamse taal te moeten luisteren. Mr. Nobody is dus een Engelstalige film, en dat is mij prima. En ik hoop dat onze Waalse en Franse zuiderburen vooral niet beginnen met de stemmen te dubben met Frans gekwetter. Gewoon ondertitels leren lezen, mensen, en genieten van de originele stemmen (die krakende stem van de oude Nemo!)

Mr. Nobody is de duurste Belgische produktie ooit: 50 miljoen Euro (da’s 2 miljard oude Frankskes) en ook dat begrijp je nadat je de film hebt gezien. Van Dormael heeft het zich niet gemakkelijk gemaakt. Alles was hij in zijn wonderlijk hoofd had, heeft hij willen weergeven. De film speelt deels in een verre toekomst (2092), er zijn zelfs ruimtereizen naar Mars, en alles erop en eraan qua adembenemende futuristische decors, ruimtetuigen en zelfs gadgets (nu weten we ineens hoe een krant er in de toekomst zal uit zien!). Er wordt voortdurend gebruik gemaakt van de meest moderne filmtechnieken, wat voor verbluffende beelden zorgt en ongelooflijke visuele effecten. Zoals Humo schreef: het is een roller-coaster: instappen en laat alles maar op je afkomen. Je valt samen met een regendruppel vanop kilometers hoogte naar de aarde toe, je dwarrelt mee met een dor herfstblaadje doorheen het landschap. Beelden van honderden fietsen die door de ruimte zweven, macro-opnamen van kippenvelhaartjes die recht komen, een slippartij en duik in een meer alsof je zelf mee in de auto zit. Je hebt het ene beeld amper geassimileerd of het andere duizelingwekkende shot komt al op je af. Bij momenten zo surrealistisch dat je de indruk hebt een schilderij van Magritte te bekijken: de scène met de engelen, compleet met rondwandelende eenhoorn, bijvoorbeeld. Soms overviel me het gevoel dat ik had toen ik als 8-jarig kind door mijn vader werd meegetroond naar “2001, A Space Odyssey”, van Stanley Kubrick, ook al zo’n explosie van beelden, kleuren en klanken. Met het verschil dat ik 2001 nooit helemaal begrepen heb – ondanks ik hem toch wel een keer of vier gezien heb – terwijl Mr. Nobody hooguit voor enige verwarring zorgde, te wijten aan het intrigerende thema dat de film behandelt. 

De muziek, ronduit schitterend, en steeds toepasselijk, met Doo-Whop nummers uit de jaren ‘60, beats uit de jaren ‘80 (zoals de Eurythmics) en als kenwijsje het aanstekelijke “Mr Sandman… bring me a dream”

Maar waar gaat het nu over, zit er eigenlijk wel een verhaal in, vraagt u nu. Absoluut, meerdere verhalen tegelijk, oneindig veel verhalen zelf! Oei dat klinkt gecompliceerd. De film gaat over hoe toeval of keuzes ons verdere leven bepalen. Iets waar iedereen ongetwijfeld al vaak over heeft nagedacht, vooral wanneer er u een ongelukje is overkomen. Dan is het van “oh was ik maar” en “oh had ik maar”… Zo een toevalligheid (op een bepaald moment op een bepaalde plek zijn) of een bewuste keuze stuurt uw leven mogelijk een totaal andere weg uit dan wanneer het niet was voorgevallen of u er niet voor had gekozen. Soms komen die wegen later wel terug samen, soms ook niet. Van Dormael stelt het leven voor als een stratenplan. Aan het eerste kruispunt moet je een afslag kiezen. Die afslag leidt wat verder weer naar een kruispunt waar je weer moet kiezen. De vertakkingen en de mogelijke combinaties zijn eindeloos. Soms zijn het slechts kleine varianten van elkaar, soms zijn ze radicaal anders.

Het hoofdpersonage van de film, Nemo Nobody, blikt op 117-jarige leeftijd terug op zijn leven. Maar hij herinnert zich verschillende levens, die allen afhingen van bepaalde keuzes die hij maakte. Als klein kind stond hij voor een hartverscheurende keuze: zijn vader of zijn moeder volgen, toen die uit elkaar gingen. Met de ene keuze, zijn moeder, belandt hij in de USA, met de andere blijft hij bij zijn vader in Engeland. In Engeland was hij dan later met Elise getrouwd, een neurotische en depressieve vrouw, of met Jean, beeldschone Aziatische met wie hij een liefdeloos maar voor de rest perfect huwelijk zou hebben.In Amerika zou hij de liefde van zin leven ontmoet hebben, Anna, van wie hij jammerlijk genoeg weer gescheiden geraakt en die hij voor de rest van zijn leven zal achterna speuren.

Elke variante kent evenvele sub-variantes, afhankelijk van beslissingen of toevalligheden, die alles weer een geheel andere wending geven. Al deze verhaallijnen worden door de regisseur bijna tegelijkertijd uitgewerkt. We springen voortdurend van de toekomst naar het verleden en weer terug, van het ene verhaal naar het andere, we zien Nemo met verschillende vrouwen, verschillende kinderen, als succesrijk zakenman of als clochard, hij sterft of leeft evenvele malen. De ongelooflijke verdienste van Van Dormael is dat hij dit alles heeft kunnen weergeven zonder dat het een compleet zootje is geworden. Elk van de drie levens van Nemo heeft zijn eigen omgeving, zijn eigen sfeer, kleuren of kledij. Ik ben er echt niet tureluurs van geworden.

Maar boven alles, is dit een film over romantiek en liefde, en hoe die afhangen van onze eigen keuzes of het toeval. De onvoorwaardelijke liefde tussen Anna en Nemo loopt als een rode draad door de film en het is duidelijk dat, van al zijn levens, dat met Anna het leven is dat Nemo het liefst had geleefd. Jazeker, behalve een technisch en visueel hoogstandje, is dit een mooie en ontroerende film. Naast ons zat een viertal puberende en luidruchtige meisjes, druk in de weer met hun GSM’s, en gewapend met grote zakken chips. We vreesden het ergste, maar binnen het kwartier was het doodstil aan die kant van de cinema, en op het einde zaten ze nog even stilletjes op hun plaats en zegden tegen elkaar “ooh maar dat was een keischone film”. Inderdaad.

Is dit de beste film die ik ooit zag?  Weet niet, daarvoor zie ik er te weinig. Het is zeker en vast een van de betere films van de voorbije 10 jaar, en de beste Belgische film ooit. De eindgeneriek is een eindeloze lijst van namen (logisch voor zo een grote productie), velen daarvan Belgisch, en dat doet je nog maar eens beseffen: dit komt van bij ons!

De film duurt lang (2u17), en was gebaat geweest met een ietwat kortere versie (zo na een uurtje film geraakte de schwung er even wat uit, vond ik). Het is niet altijd even samenhangend; ach het leven is dat evenmin. Maar het is zeker de meest intrigerende film die ik ooit zag, één die mij achterliet met een gevoel van verwarring, van nostalgie en wat melancholie ook. Het is een film met veel vragen, maar weinig antwoorden. Een film over illusies (alles is mogelijk …als je maar de juiste keuze maakt), rond het universele thema “Wat als?”.

Na deze film stel je je vragen over je leven, en probeer je je die belangrijke momenten of beslissingen te herinneren die maakten dat je bent geworden wat je nu bent, met deze vrouw, deze kinderen, dit huis, dat beroep, die hobbies en je vraagt je af hoe het anders had kunnen zijn. En of je het anders had willen hebben. Het antwoord is nee, ik ben perfect gelukkig, maar ik heb natuurlijk niet, zoals Nemo, de mogelijkheid om al die diverse levens tegelijk te kunnen overschouwen. En dat is maar beter zo. Want zoals Van Dormael zelf zegde: al die levens zijn interessant en de moeite waard om geleefd te worden. Maar eens je ze kende, zou je niet meer kunnen kiezen.

Conclusie: gaat dat zien, voor ze hem niet meer spelen. Ik vrees dat deze film toch vooral de cinéfielen zal aanspreken en dus gauw weer uit de zalen zal verdwijnen, en ook internationaal loopt het precies niet storm. Duimen dat de Jaco er zijn broek niet aan zal scheuren.

Nog wat links:

De officiële website (die jammer genoeg niet veel voorstelt, maar je vindt er de trailer)

Film recensie The Hollywood Reporter

Film recensie Humo

Nog eentje

woensdag 20 januari 2010

Middagpauze

Eindelijk nog eens even tijd om wat te kletsen. Na een blik in de kranten zie ik dat er tientallen zaken zijn waarover ik wel eens mijn gedacht zou willen zeggen. De fratsen van minister Daerden (spreek uit “Daardenne”). De aardbeving in Haïti. De Jupiler geraakt op. De rand rond Brussel verfranst steeds meer. Ik voel de schrijfdrift al opkomen. Maar of daar nu iemand op zit te wachten? Ik denk het niet, maar allez kom ik pik er toch enkele items uit.

Aartsbisschop Léonard. Ik krijg rillingen van die man, die de verpersoonlijking is van de oerconservatieve, dogmatische, gefrustreerde en radicale katholieke kerk. Daarom heeft de paus die vent ook gekozen. Twee handen op één buik, die Uberleutenant Von Ratzinger, en onze Léonard. De meningen van Léonard zijn de perfecte illustratie dat de Kerk op een wolk leeft. Eén die zo hoog zweeft dat ze de voorbije 50 jaar niet meer heeft kunnen zien dat de wereld geëvolueerd is. Léonard is tegen homo’s. Gisteren hoorde ik hem nog zeggen op de vraag of een homosexuele leerkracht in een katholieke school mocht lesgeven: ja, maar enkel indien hij er niet voor uitkomt.  Katholiek = hypocriet. Altijd zo geweest en zal altijd zo zijn. Léonard is tegen echtscheidingen. Tegen de pil. Tegen condooms. Tegen stamcelonderzoek. Tegen het recht op waardig sterven. De lijst is lang. Maar opgepast: hij is ook voor sommige zaken. Voor het behoud van het priestercelibaat bijvoorbeeld. Wat dacht je? Dat hij voor iets positiefs zou zijn? Enfin, jullie kennen mijn ongezouten mening over katholieken en religie in het algemeen. Maar weet je wat mij nog het meeste stoort aan die Léonard? Zijn leeftijd. Die mens is 69. Mensen van 69 moeten stoppen met werken. Op pensioen gaan, en de plaats laten aan jongeren. En dat geldt niet alleen voor aartsbisschoppen. Luc Van den Brande wordt nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van de VRT. Mens is er 65. Zijn ze daar gek geworden in Brussel? Weg met die kerel! Zoek iemand van 30 of zo.

De signalen die wij van onze heren politiekers krijgen zijn echt niet meer te bevatten. Honderdduizenden jongeren zijn werkloos en dan gaan ze wat fossielen, die al lang met pensioen hadden moeten zijn, een job geven voor de rest van hun leven. En over dat pensioen gesproken:  we zullen langer moeten werken, horen we. Hoe valt dat te rijmen met 1.200.000 uitkeringsgerechtigden in België (cijfers RVA van 2008, in 2009 zijn er nog veel meer). Er is gewoon geen werk voor iedereen, en er zal er nog hoe langer hoe minder komen, dus hou asjeblieft op met dat gewauwel over werken tot ons 68 jaar. GRRR! Daar word ik nu echt boos van.

China in de clinch met Google. Ik weet al wie er gaat winnen: de Chinezen. Want die weten drommels goed dat, indien ze een ongecensureerde zoekmachine zouden toelaten, zulks op niet al te lange termijn (enkele decennia) het einde van de Chinese dictatuur zou betekenen. Een volk dat vrije toegang heeft tot alle informatie, of beter tot de waarheid, kan en zal zich niet meer laten onderdrukken. Dat is al zo vaak aangetoond (kijk naar ex-Oost-Europa), en toch blijven sommige van die wereldleiders in de illusie geloven dat het hen niet zal overkomen.

Nog van dat: China verbiedt de film Avatar. Hoe paranoïde kan je als regering wel niet zijn? Deze Science-fiction film (die ik dringend eens moet gaan zien) gaat over een volk op een verre planeet dat onderdrukt wordt door de bezetters, die op hun grondstoffen en natuurlijke rijkdommen uit zijn. En dat volk roert zich, komt in opstand en overwint. De Chinese regering ziet dus paralellen met de wijze waarop zij al jarenlang mensen behandelt. Hele dorpen of wijken die worden plat gebulldozerd om er shoppingcentra of kantoorgebouwen te bouwen. De mensen die er wonen hebben niets in de pap te brokken en worden manu militari uit hun huisjes ontzet. De Chinese propagandadiensten vrezen dat de film "mogelijk geweld kan uitlokken".

Een regering die liegt en bedriegt (wat zou censuur anders zijn?) om het volk onder de knoet te houden. Dat komt me bekend voor. De Katholieke Kerk is daar ook goed in geweest.

donderdag 7 januari 2010

Witse

Buurman bekent dubbele moord.

Wie had dat nu gedacht: die grijze, stille buurman. Vader van kinderen en een leerkracht zelfs. Vermoordt in koelen bloede twee jonge mensen, gaat rustig thuis slapen, en ‘s enkele dagen daarna doodgemoedeerd lesgeven aan een klas van kinderen, amper jonger dan diegenen die hij die nacht afgeknald had.  Totaal onverwacht toch wel, deze ontknoping, en snel ook. Een pluim voor de politie dus. En mijn gemeend medeleven aan de familie van deze jonge mensen. Maar het geeft toch weer te denken over onze maatschappij en de rol van de media.

En heb ik dan toch een loopbaan als “Witse” gemist?

Wie heeft er de voorbije week niet deze mysterieuze moordzaak gevolgd? Intrigerende zaak, niet?  Een jong stel, in de bloei van hun leven, die op nieuwjaarsnacht brutaal worden vermoord, en dat op een traject van amper enkele honderden meters tussen het café waar ze vertrokken en hun ouderlijke woning. Wat kon er in die enkele minuten gebeurd zijn?

Het spreekt vanzelf dat iedereen wel één of andere theorie had, maar het ergste (ja je hoort me al komen, dit wordt weer een tirade tegen slechte journalistiek) waren weer  de kranten. En ditmaal niet de eerste de beste rioolkrant, nee het kwaliteitsblad De Standaard, waarop ik notabene geabonneerd ben. Maar ook het VRT-nieuws ging gretig op deze piste verder.

Zij hadden al gauw geconcludeerd dat dit het werk was van “professionals”.  Kille, berekende moordenaars. Alles wees erop. De slachtoffers doodgeschoten, het ene met 3 kogels in het hoofd, het andere met een schot in de zij en één in de nek. De auto in brand gestoken, de slachtoffers onherkenbaar verkoold. Geconfronteerd met zo’n killers had dit jonge stel geen schijn van kans gehad. En het waren “daders” hé, in het meervoud. Ook dat wisten ze!

Ik citeer uit de Standaard dd. 5/1/2010:

Uit de autopsie heeft het gerecht wel geleerd dat de daders bijzonder professioneel te werk gingen. Eerst werd Kevin met drie kogels in het hoofd doodgeschoten. Daarna werd Shana met twee kogels gedood: één kogel in de zij en één kogel in de nek.

En verder:

De koelbloedige manier waarop de twee werden geëxecuteerd, toont dat de daders geen amateurs zijn. De precisie van de schoten en de manier waarop de daders zich in een half uur tijd van de lichamen ontdeden, wijzen erop dat ze wisten wat ze deden

Wel, de Witse in mij concludeerde iets geheels anders. Dit was het werk van een prutser, een panikeur. Alles wees erop, en daar heb ik mijn familieleden de voorbije dagen te pas en te onpas op gewezen.  Drie kogels in het hoofd zijn allerminst het visitekaartje van een professionele moordenaar, en evenmin een blijk van “precisie”.  Eén kogel volstaat ruimschoots, goed gemikt weliswaar! Elk schot meer, is een extra kans op ontdekking, zeker in het holst van de nacht. En dat gedoe met die auto: geen enkele professional die zich daarmee zou bezig houden. De tijd die daarin kruipt! En wat een risico, om met een wagen met slachtoffers erin te gaan rondrijden. En dan het ding als een fakkel laten branden, die kilometers ver te zien is. Een betere manier om de flikken binnen de paar minuten tot daar te krijgen is er niet.

En vooral: waarom? Om te beletten dat men de wagen zou identificeren? Nonsens, chassis- en motornummers zijn binnen de minuut nagetrokken, die wis je met een brandje niet uit en elke professional weet dat. Om te voorkomen dat men de slachtoffers zou identificeren dan? Onzinnig, we leven in de 21ste eeuw! DNA-onderzoek of gebitsanalyse maken dat men de identiteit meestal snel achterhaald heeft. Professionele killers kijken ook naar Witse, of Bones, en weten dat ook. Een GSM van een slachtoffer meenemen en dan nog urenlang ingeschakeld laten? Onzin, waarom nog niet met een vlag door de straat gaan lopen waarop staat “ik ben de moordenaar”. GSM’s zijn te traceren tot op honderden meters nauwkeurig.  Dus nogmaal: prutswerk.

Het bleek dus inderdaad een amateur te zijn, de buurman nog wel. De media zijn dus weer eens compleet de mist ingegaan. En zeggen dat ik een dochter heb die journalistiek studeert:  haar artikels zullen met extra aandacht door Papsie worden gelezen!

Weet je, de media hebben twee problemen. Ten eerste, de informatie die er is, geven ze bijna steeds foutief weer. Feiten, cijfers, namen, plaatsen, leeftijden: alles wordt verdraaid, opgeblazen of sensationeler gemaakt. Ten tweede, en nog erger: de informatie die er niet is, verzinnen ze er wel zelf bij, of ze halen er een “getuige” bij. Die weet dan meestal niks zinnigs te vertellen. Deze week was het weer van dat. Een 76-jarige dame komt met haar Cessna sportvliegtuig in een zware sneeuwstorm terecht en crasht jammerlijk in een dennenbos. De pilote en haar passagier kwamen allebei om het leven. Ook hier mijn oprechte deelneming en vooral respect voor deze kranige oude dame, die tot vorige week althans, het levende bewijs was dat er ook na 50 een avontuurlijk leven mogelijk is.

Maar het VRT-nieuws had dus ter plaatse een “getuige van de crash” gevonden en die werd ons dus in prime-time opgediend.

- Meneer, u was dus getuige van de crash?

- Euhh, niet direct.

- Maar u hebt toch iets gehoord?

- Ja, ik heb een boom horen kraken in het bos.

- En bent u dan gaan kijken, of hulp gaan bieden?

- Euh, nee, in het bos hoor ik wel meer bomen kraken.

Dat was het! Meer had die mens dus niet gezien of gehoord. Ongelooflijk. Ze hadden beter een boom in dat bos kunnen interviewen. En let wel hé: die mannen worden dus betaald door uw en mijn belastinggeld.

woensdag 30 december 2009

Vlieg er eens uit

Amper twee weken geleden heerste er nog een Hoera-stemming toen we hoorden dat luchthavens eindelijk van plan waren om het verbod op het meenemen van vloeistoffen te versoepelen. Na wereldwijd 7 miljard flesjes cola, 320 miljoen tubes tandpasta en honderdduizenden liters after-shave te hebben afgepakt van onschuldige reizigers, en die mensen ellendig lange wachttijden en files te hebben laten doorstaan, waren de luchthavenauthoriteiten eindelijk tot het inzicht gekomen dat de kans dat een terrorist een “vloeistofbom” zou gebruiken, astronomisch klein was. En dat wisten wij natuurlijk al lang, maar paranoïa kent geen grenzen, zeker niet als hij komt overwaaien vanuit de Ustated Nights.
Maar helaas! Alsof de duivel ermee speelde: amper enkele dagen na deze goednieuwsshow probeerde een “onderbroekenbommer” een vliegtuig op te blazen met “the real thing”. Geen Coca-cola, Chanel No 5 of Williams Lawson’s ditmaal, nee met een verdomd krachtig explosief.
En je raadt het al, er is weer een nieuwe waslijst maatregelen op komst. Delta Airlines heeft als eerste nieuwe veiligheidsmaatregelen aangekondigd voor vluchten naar en binnen de VS:
  • een verbod op het gebruik van elektronica in het laatste uur van de vlucht (waarbij men zich de vraag kan stellen waarom enkel in het laatste uur; je kan een aanslag evengoed in het eerste uur plegen).
  • een verbod om nog op te staan in het laatste uur van de vlucht (zelfs niet om naar het toilet te gaan).
  • een verbod om kinderen, ouderlingen of hulpbehoevende passagiers bij te staan in het laatste uur van de vlucht.
  • dit betekent waarschijnlijk dat op vluchten van minder dan 90 minuten in het geheel niet meer mag worden opgestaan.
Jezus! Je zal maar een zwakke blaas hebben! En wie gaat dat controleren en afdwingen? Gaat er voortaan een politie-agent mee op elke vlucht? En dit zijn dan de maatregelen die gelden aan boord van het vliegtuig, maar het ergste moet nog komen: wat gaat er voor het inschepen gebeuren?
Indien we even de historiek overlopen…sedert een terrorist zijn schoenzolen vol springstof had gestopt en er in 2001 een vliegtuig mee wilde opblazen, worden op de meeste luchthavens onze schoenen nauwgezet van binnen en van buiten bestudeerd en besnuffeld. En nu is er dus een terrorist geweest die het spul  in zijn onderbroek heeft gestopt. Kan je wel nagaan wat ons te wachten staat. En ik die maar eens in de twee weken van onderbroek wissel! Ik zal me maar beter niet meer per vliegtuig verplaatsen. Maar of deze onderbroekinspectie gaat helpen? Neen hoor. Want waarom zo een terrorist dat spul in hemelsnaam in zijn onderbroek steekt, of in zijn schoenen, is mij een raadsel. Gewoon inslikken die bom! Of, even goed lubrificeren en schuif het dan je-weet-wel-waar. Oei, aan dit laatste durf ik echt niet te denken. Zo één mislukte aanslag en er staat ons een volledig rectaal onderzoek te wachten voor we aan boord mogen, en een verbod op het laten van scheten op vluchten van minder 90 minuten.
Tja, het probleem is dus dat je met zelfmoordterroristen te maken hebt. Ze zitten mee aan boord en gaan mee ten onder, en dus kan je als terrorist maar beter op een milliseconde tot filet-americain worden geblazen door die kilo springstof in je maag, dan minutenlang in steile duikvlucht omlaag te suizen in een vallend vliegtuig vol gillende passagiers. Nee, die kerels kan je echt niet tegenhouden hoor. Wanneer iemand bereid is om te sterven voor zijn ideologie, dan mag je verzinnen wat je wil: het zal niet helpen.
Het is een angstwekkende gedachte, voorwaar. En telkens weer opnieuw proberen regeringsleiders de bevolking te sussen, en te beliegen en te bedriegen, en wijs te maken dat men al die terroristen wel zal tegenhouden. Met een “Full Body Scanner” was deze terrorist zeker opgemerkt, hoor je dan. Nonsens! Mocht die terrorist hebben geweten dat hem een Full Body Scan te wachten stond, dan had-ie het spul wel ergens anders gestopt hoor.
Full Body Scanners, dat is nu weer wat er op ons afkomt. Gaan we daar allemaal in ons virtueel blootje staan voor een of andere veiligheidsagent, in een apparaat dat mogelijk ongezonde straling afgeeft.
 fullbodyscanuntitled
Mensen, ik mag er niet aan denken. En ik heb echt wel te doen met die veiligheidsagenten, die de hele dag op al die bierbuiken, hangborsten en blubberbillen moeten staren, in de hoop er ergens een Kalasjnikov in te herkennen. Want een mens in zijn blootje is niet steeds een opbeurend schouwspel, en de foto’s (zie boven) waarmee ze die apparaten willen bekend maken bij het grote publiek, zijn daar de perfecte illustratie van. Wat een griezels!
En gaat dat dan iets helpen, behalve dan aan het feit dat de fabrikanten van body-scanners gouden zaken gaan doen? Maar nee, zo’n apparaat scant enkel de lichaamsoppervlakte, en zoals eerder gezegd: IN een mens is er heel veel plaats om dingen weg te stoppen die het daglicht niet mogen zien. Wat ons dan automatisch tot de volgende stap brengt, die er ooit wel van zal komen: een verplichte passage in de MRI-scanner, voor een full-body-scan, van binnen en van buiten. Het spreekt vanzelf dat we ons dan geen drie uur, maar 24 uur op voorhand voor de check-in zullen moeten aanbieden.
Tenslotte: en wat met al die bagage in het ruim? Daar steek je toch gewoon in wat je wil? Wie controleert er dat?
Nee, het is allemaal uit de hand aan het lopen, vrees ik. Alle rationaliteit is ver te zoeken. De grens tussen “de veiligheid van passagiers waarborgen” en “Big Brother is watching you” is flinterdun geworden. En, is het u ook al opgevallen dat het steeds maar weer over vliegtuigen gaat? Maar een volgepakte autobus dat is ook gauw 100 man, een trein zijn er 500 of 1000 en op een ferry duw je minstens evenveel mensen op, maar dan nog samen met hun auto (al dan niet volgestouwd met dynamiet). Daar hoor je dus nooit iets over.
De luchtvaartsector is zich langzaam maar zeker om zeep aan het helpen. Wat ben je met een vliegtuig dat in anderhalf uur van Charleroi naar Rome vliegt, wanneer je 5 uur voor het vertrek al aanwezig moet zijn, om vervolgens urenlang te staan of zitten wachten en dan als een misdadiger te worden behandeld, uitgekleed, gefouilleerd en gescand, om daarna in een vliegtuig te worden gestopt waar je niet mag rechtstaan, en zelfs geen scheetje meer mag laten?
Ik neem voortaan wel weer de auto, of de TGV.

dinsdag 29 december 2009

Onderbroekbom

Ziezo hier zijn we weer. Natuurlijk verwacht iedereen dat ik het hier uitgebreid over de “drie Franse speleologen” ga hebben die vast zaten in een grot (vooral wetende dat het kameraden van mij waren, en dat ze op hetzelfde massief exploreren als wij: de Pierre-St-Martin). Maar nee hoor. Ik ben het nl. wat beu om tegen windmolens te vechten, de pers is zo een machtige tegenstander, daar kan je niet tegenop. Al gooi je de hele Toren van Pisa naar Berlusconi zijn kop.

Tienduizenden speleologen beoefenen elke week hun hobby in honderden grotten doorheen de wereld. Wat ze daar doen, en ontdekken, interesseert de pers geen bal. Enkel als er een ongeluk(je) gebeurt, wat hooguit enkele keren per jaar voorvalt (geen enkele andere sport kan zo’n lage ongevallenstatistiek voorleggen!), zijn die mediahaaien daar weer.

Wel, ik ben eigenlijk tot de conclusie gekomen dat we veel beter elke week een ongeluk zouden hebben. Immers, elke dag verongelukken er tientallen automobilisten of breken honderden skiers hun poten. Geen haan die er nog naar kraait, die zich vragen stelt over het menselijke leed en de kost voor de gemeenschap, die spreekt over het verbieden van auto’s of skisport. Het hoort er gewoon bij. Wel, zou het niet fantastisch zijn mochten de mensen eens beginnen inzien dat zo nu en dan een probleempje, 500 meter diep onder de grond, er eigenlijk ook bij hoort?

Weet je, ter illustratie van hoe de media echt maar enkel geïnteresseerd zijn in sensatie, enkele voorbeelden. Vorig jaar had er ook ergens een speleoloog een probleempje, de pers sprong er weer op en ik werd opgebeld door een journalist. Ik vroeg hem waarom ze ons enkel maar wisten te vinden wanneer er een probleem was. Waarom eens geen artikel over onze laatste ontdekkingen? Het verbaasde antwoord van de reporter: “jamaar meneer, dat heeft toch geen enkele nieuwswaarde?” En deze week was het weer van dat. Zaterdag contacteert een journaliste van een krant me. Ik ben aanvankelijk wat weigerachtig maar soit we komen tot een goed gesprek, deze dame belooft me haar huiswerk goed te maken en ik krijg inzage- en correctierecht in haar artikel dat ze zondagavond moet inleveren. Zondagavond weet ze me te melden: wegens een terrorist met een bom op een vliegtuig is er geen plaats meer voor een artikel over speleologie.

Geen plaats meer, laat me niet lachen! In een krant die 80 pagina’s dik is? Maar intussen waren de drie speleologen terecht, en zelfs volledig op eigen kracht en zonder “gered” te zijn, uit hun penibele situatie kunnen ontsnappen. Nieuwswaarde plots zero, natuurlijk. Hadden ze daar nu geen dag of 5 langer kunnen vastzitten?  Dàt hadden de media eigenlijk echt wel gehoopt en gewild. Maar die onderbroekenbommer, dat was nu plots weer het voorpaginanieuws. En toegegeven hoor: die knaap heeft het wel heel bont gemaakt. En de inzittenden van dat vliegtuig zijn echt wel aan de dood ontsnapt. Jan-met-de-pet die weer commentaar leverde van “och met zo’n paar grammetjes springstof had hij amper zijn ballen kunnen in de fik steken”, zat er ditmaal flink naast. Want met 80 gram pentriet blaas je probleemloos een gat in de romp van dat toestel: het is een van de krachtigste en snelste explosieven die er zijn. En zo het vliegtuig toch in de lucht was gebleven, was iedereen die 3 rijen voor of achter deze terrorist zat, op slag dood geweest. En het akelige is dat ik echt niet inzie hoe men op luchthavens dat allemaal gaat kunnen voorkomen. Volgens mij is het onder de grond toch heel wat veiliger dan hoog erboven!

Mijn dagelijkse wandeling doorheen de kranten verderzettend stuit ik op op dit nieuwsitem, dat ik toch wel in mijn Top 5 van 2009 moet onderbrengen.

GASLEK BLIJKT WINDERIG ZWIJN

Vijftien pompiers zijn in Australië met twee brandweerwagens uitgerukt voor een gaslek. Bij aankomst op de plaats des onheils bleek dat de stank veroorzaakt was door de scheten van een zwijn. "Eenmaal aangekomen bij het 'gaslek' konden we inderdaad een doordringende geur waarnemen", aldus de brandweercommandant. "We konden het 'lek' ook horen knorren. Het bleek om een winderig varken te gaan".

Hilarisch. Die pompiers toch! Altijd gereed om in de spotlights te komen. Staan ze niet met zijn vijftienen aan een grotingang te koekeloeren om aldus de indruk te wekken dat zij degenen zijn, die speleoreddingen uitvoeren, dan gaan ze wel ergens winderige varkens blussen. Overigens, ik ken mensen die gerust met dat zwijn kunnen wedijveren.  

donderdag 24 december 2009

Wie we daar weer hebben!

Jawel, Polleke Pik. Na een (zes)maandenlange afwezigheid op de blog-o-sfeer terug uit de doden herrezen. Waarom zo lang weggeweest? Wel, wie mij kent weet dat ik een bezige bij ben, stilzitten ligt niet in mijn aard. En als ik iets doe, probeer ik het goed te doen, middelmatigheid is een woord dat niet in mijn woordenboek staat. Allicht is dat één van mijn minder aangename kantjes, want wie bij mij afkomt met prutswerk, iets dat gauw in elkaar geflanst is of onvoldoende doordacht is, krijgt gegarandeerd de wind van voren. Sorry, het is sterker dan mezelf. Gelukkig zijn mijn huisgenoten ook al zo’n Pietjes Precies (vrouwlief is nog erger), anders zou dat alle dagen botsen.

Maar dit terzijde, waar het over ging was dat ik met heel veel ben bezig geweest en dat het allemaal veel tijd in beslag nam, omdat het goed moest zijn. Van de eerste keer, liefst. Dat waren dan werken in het huis (een nieuwe vloer of zolderisolatie bv.), maar vooral een massa zaken die te maken hebben met speleologie: de voorbereiding van de zomerexpedities, en de nasleep ervan (verslagen, foto’s, topo’s enz).

Bovendien was het een zorgelijke periode op professioneel vlak. Twee jaar geleden kreeg het bedrijf waar ik werkte een nieuwe baas, een Hollander (say no more!). Ik wil aan die man niet teveel woorden vuil maken (ik heb die sector van mijn brein reeds geherformatteerd), alleen dat hij het levende bewijs was van het Peter’s Principle (in een loopbaan promoveert men tot op het niveau van zijn incompetentie), en dat hij een bloeiend en gezond bedrijf op een mum van tijd virtueel failliet heeft gekregen. De man is een maand geleden aan de deur gegooid… oef. Een nieuw leven begint, maar het zal moeilijk zijn want de firma is er slecht aan toe, zodanig zelfs dat er binnenkort een periode van tijdelijke economische werkloosheid begint, voor de bedienden.

Kortom, ik had wel andere dingen aan mijn hoofd dan verhaaltjes schrijven op mijn blogje. Maar er is beterschap in zicht! Binnen twee maanden word ik 50. Een vreselijke gedachte voor sommigen, maar ik kan amper wachten tot het zover is. Want, vanaf dan ga ik nog slechts halftijds werken. Hoezo? Leg uit!

Wel, ik heb met werken steeds een haat-liefde verhouding gehad. Elke dag werken is er één dat ik niet met mijn geliefkoosde hobby’s kan bezig zijn. Niet dat ik niet graag werk, maar als ik het één tegen het ander afweeg weet ik wel wat ik het liefste doe. Vandaar dat ik 10 jaar geleden reeds vrijwillig een dag per week heb laten vallen. Deeltijds dus, 4/5. Mijn collega’s verklaarden mij gek, dat was slecht voor mijn carrière, financieel onmogelijk, en de firma ging dat nooit toestaan. Maar eigenlijk waren ze gewoon een tikkeltje jaloers, en chagrijnig ook omdat zij niet de moed hadden om naar de baas te stappen en voor hun zaak op te komen. Maar, beste vrienden: geloof het van iemand die het kan weten: een mens zou wat vaker zijn hart moeten volgen in plaats van zijn rationeel verstand en zijn portemonnee. Elk weekend van de voorbije 10 jaar was er dus een van drie dagen…. wat een luxe! En financieel zijn we altijd rond gekomen… een mens past zich wel aan.

Maar… die weekends van drie dagen blijken nu al enkele jaren te kort te zijn, want ook dààr past een mens zich aan aan. Dus weer stress, want thuiskomen van je werk en vervolgens elke avond tot half twaalf bezig zijn met je hobby's, en de minder leuke kanten ervan (vergaderingen bv), is niet zo leuk.

Vandaar dat ik heb besloten om voortaan nog minder te werken. Vanaf de leeftijd van 50 jaar kan je immers in het stelsel van “Halftijds tijdskrediet 50+” stappen. Speciaal bedoeld om te “ontstressen” en je carrière rustig te eindigen. Minder radicaal dan gewoon stoppen, waarbij ook voor het bedrijf jouw kennis verloren gaat. Een zogenaamde “landingsbaan”: na een lange vlucht op grote hoogte komt het vliegtuig nu geleidelijk aan naar beneden. Je verdient nog maar de helft uiteraard, gelukkig is er een maandelijkse premie van de RVA, ter compensatie. Enkele honderden euro’s, verwacht van de RVA geen wonderen en bovendien zit onze op geld beluste regering daar geregeld aan te knabbelen. OK, de financiële kant van de zaak is dus minder interessant (maar ook daar zullen we ons aan aanpassen hoor), doch de voordelen zijn enorm.

Ten eerste, kan je in dat stelsel blijven tot aan je pensioen, en voor de berekening van je pensioen telt het mee als zijnde voltijds gewerkt. Ten tweede, heb je bij eventueel ontslag recht op een werkloosheidsvergoeding gebaseerd op een voltijds loon. En over ontslag gesproken: je wordt een beschermde werknemer, bij ontslag moet men je 6 maanden extra opzegvergoeding betalen. Maar het mooiste is: het is een recht. Je baas kan het niet weigeren, hooguit 12 maanden uitstellen, enkel indien je een sleutelpositie vervult in het bedrijf (maar die sleutelposities moet dan wel van tevoren in een CAO of arbeidsreglement beschreven zijn!). Wel is er een maximum drempel, afhankelijk van de sector, bij ons is het 7%: indien meer dan 7% van de werknemers dit stelsel aanvragen, kan men het wel weigeren. Doch, in die berekening tellen de 50-plussers die al in het stelsel zitten niet mee. Ik ga hier nu niet alle voorwaarden uit de doeken doen, het is wel wat ingewikkelder dan dat natuurlijk, maar waar het op neerkomt: een massa mensen zouden probleemloos een 4/5 of 1/2 tijdskrediet kunnen krijgen vanaf ze 50 jaar zijn, maar ze durven niet. Voor hun baas of voor hun centen. Als je hen dan vraagt is het van: “wat zal de baas denken” of “dat gaat hij nooit toestaan in mijn positie” of “dat mag hier op het werk niet voor mensen met mijn job”. Larie en apenkool! De baas heeft voor één keer niks te willen. Het is jouw recht. In het slechtste geval kan hij het 12 maanden uitstellen. En vanaf je de aanvraag hebt gedaan, word je al een beschermd werknemer. Enfin, ik wil niemand pushen, want financieel moet je het ook zien zitten natuurlijk, maar feit is dat veel mensen gewoon niet weten wat het is en wat hun rechten zijn.

Kortom, vanaf 1 maart 2010 ga ik dus nog maar 50% werken. Telkens een week van 3 werkdagen (dinsdag, woensdag en donderdag) gevolgd door een van 2 werkdagen (dinsdag en woensdag). Anders gezegd: weekends van telkens 4 of 5 dagen. En het eerste jaar heb je recht op al je vakantiedagen van het jaar ervoor, dus ik ga zwelgen in de vakantie (want met 2 dagen vakantie ben je al een week thuis of weg!).

Begrijp je nu waarom ik aftel naar mijn 50ste verjaardag? En ‘t is beloofd: er zal terug geblogd worden, over koetjes en kalfjes en dagdagelijkse zaken.

Maar wat ik me toch wel een beetje afvraag, soms…: zou ik me nu niet gaan vervelen?

maandag 8 juni 2009

Feest ze!

Gisterenavond hebben we ten huize Polleke onze lekkerste trappistjes uit de kelder gehaald want er viel iets te vieren: het Vlaams Behang dat zomaar ineens pats-boem 1/3 van zijn stemmen kwijtspeelde tijdens de verkiezingen van 7 juni 2009 voor het Vlaams Parlement. Over heel Vlaanderen geraakten ze nog amper aan 15%, in Antwerpen vallen ze terug van 35% naar 23%.

Dat ik dat nog mag meemaken. Thank you, Lord! The Rise and Fall of the VB, starring Filip, Gerolf, Bruno, Marie-Rose and many more. Nu maar hopen dat de neergaande trend in dezelfde lijn verdergaat en dat er ooit een tijd komt, dat heel die nare troep fascisten, neo-nazis en racisten dood en vergeten is.

image

Ach, hebben ze het niet aan zichzelf te danken? Wat een kleffe campagne: affiches die associaties met Arische zuiverheid en übermenschen opwekken, met een klein blond jongetje erop met Vlaamse oorlogskleuren en een slagzin van het zelfde soort als "Jüden Raus". Jakkes! Overigens, enkele jaren geleden stond er een auto voor mij met een zelfklever van het VB met daarop een blank kind en het onderschrift “’t is fijn blank te zijn”. Om te kotsen! Tegenwoordig verkoopt het VB die stickers niet meer, ze moesten nl. wat aan hun racistische imago doen, herinnert u zich nog wel? Maar toch: ‘t is maar dat je weet wat met wat voor gespuis je te maken hebt.

Brulboei Dedecker zijn haring braadde ook al veel minder goed dan er eerst werd voorspeld. Op zijn lokale fanclub na, liep het in de rest van Vlaanderen niet storm voor ‘s mans “programma”. Oef… en ook daar hef ik het glas trappist op!

Het enorme stemmenverlies van het VB toont overigens aan dat de gemiddelde Vlaming minder racistisch en extremistisch is ingesteld dan men denkt. Ongetwijfeld was het een groot deel van hun vroeger kiezerspubliek daar ook niet om te doen, maar wel om het uitsproken Vlaams karakter van de partij. Nu er enkele andere partijen zijn (NVA, LDD) die datzelfde thema bespelen, zijn die kiezers maar wat blij dat ze bij die gorilla’s-in-maatpak van het VB kunnen gaan lopen en ergens anders hun pro-Vlaamse stem uitbrengen.

De winnaar van de verkiezingen is het NVA en kopman Bart De Wever, de “bijna-slimste mens ter wereld”. Wel het is hem gegund, die Bart. Ik kan hem best pruimen, de kerel is zeer intelligent, uitermate welbespraakt, een droge humorist en hij vecht voor zijn zaak op een nette manier, zonder te vervallen in gebrul (LDD) of racistische praat (VB). Mijn stem kreeg hij niet, daarvoor ligt zijn standpunten wat te ver van de mijne vandaan. Niet dat ik niet om de Vlaamse zaak geef hoor. Van mij mag BHV direct, in minder dan 5 minuten opgelost worden, want wat daar gebeurt is een schande. En daarvoor moet je geen grondwetspecialist zijn om het te weten. Dat weten zelfs onze Waalse vrienden, alleen durven ze het niet toegeven.

Ik ben zeker voorstander van een verdere staatshervorming. Ik zeg “verdere”, want er zijn er al enkele geweest hé. En als je iets goed, doe het dan goed. Nu zitten we met een situatie waarin bepaalde materies gefederaliseerd zijn, en andere niet. Een echte vis-noch-vlees situatie, en die moet eens uitgeklaard worden. Maar het is me niet direct prioriteit nummer één. Er zijn belangrijker varkentjes te wassen. En wat ik al zeker niet wil is een onafhankelijk Vlaanderen: België moet blijven bestaan, het is zo al klein genoeg. Vlaanderen en Wallonië horen samen, voor eeuwig en altijd. Vandaar dat Bartje De Wever mijn stem niet krijgt, en nooit zal krijgen. Tenzij hij morgen afstapt van zijn idee om België te splitsen, en afkomt met constructieve oplossingen om de eenheid in dit land te herstellen. Met behoud van ieders rechten, taal en eigenheid... maar zorg wel dat nu eens eindelijk iedereen elkaars taal spreekt. Perfecte tweetaligheid, voor elke Belg. Daar droom ik van, en de politieker die daarvoor wil vechten, heeft mijn stem.

Nu, zoveel reden tot feestvieren was er eigenlijk ook weer niet. Want we stellen toch wel vast dat Vlaanderen hoe langer en meer verrechtst, en dat is geen gezonde zaak. De linkervleugel in Vlaanderen is nu nog amper 20% groot… terwijl het in Wallonië net omgekeerd is, daar bekoorde links meer dan de helft van de kiezers. Ecolo won de verkiezingen (proficiat!) en de Parti Socialiste bleef – ondanks alle schandalen – standhouden. En ook het CDH is uitgesproken links. Vlaanderen en walloniê lagen nooit zo ver uiteen. Hoewel? Een half uur rijden en je bent er. Zo zie je maar hoe relatief het allemaal wel niet is.

dinsdag 21 april 2009

Lentekriebels

De vogeltjes die al om 5 uur ‘s ochtends een waanzinnig kwetterconcert inzetten. De Japanse kerselaars in de straat die in bloei staan (en bij de minste windstoot voor roze sneeuwbuien zorgen). Paasbloemen in de tuin. Kikkervisjes in de vijver. De eerste vlinder gezien (een Atalanta). Mijn korte broek aangetrokken gisteren. Mijn Teva-sandalen vanonder het stof gehaald. Tortelduifjes in de boom op de oprit. Zoveel primeurs kan maar één ding betekenen: het is weer lente!

Ha die lente! Kale takken worden op enkele weken tijd frisgroen. De rabarber begint te groeien. Vogeltjes slepen verwoed takjes en twijgjes aan. Iedereen leeft op. Weg met die wintermoeheid, je voelt je herboren en weer jong (zolang je niet in de spiegel kijkt, want dat is de beste manier om met de voeten op de grond te worden gezet: je bent een vent van bijna 50, Polleke.) Eindelijk weer met de fiets kunnen gaan werken zonder met afgevroren poten thuis te komen. ‘s Avonds aperitieven in de tuin. Van mij mag de lente het hele jaar door duren!

Hoewel. Hooikoorts. Het gras elke week afrijden. De haag om de maand knippen. De wegenwerken die weer overal beginnen. Die files! Die Hollanders met hun sleurhutten op de weg. Maar vooral: verkiezingen in aantocht. Ik krijg daar nu al het zuur van. Net terug van een weekje vakantie en wat is het eerste waar je mee geconfronteerd wordt: de fratsen van Jean-Marie Dedecker, die in plaats van te doen waar hij voor betaald wordt – parlementslid zijn – zich Hercule Poirot waant en privé-detective speelt. 

dedecker 12Jean-Marie Dedecker, de buffel, “de man die zijn gedacht durft zeggen”.  Wil je mijn gedacht weten? Venten die Jean-Marie heten, daar heb ik mijn gedacht over! Ze kunnen het niet zelf helpen, maar het is mij wat te toevallig:  Pfaff, Happart, Le Pen zijn ook allemaal met die halve vrouwennaam opgezadeld. Maar kom, ik gun ze het voordeel van de twijfel, tenzij ze de “H” en de “G” niet kunnen uitspreken. En daarin faalt Dedecker jammerlijk, dus is die kerel bij mij geklasseerd. Enkele maanden geleden hoorde ik hem bezig bij Kathleen Cools (een dame die ik best kan pruimen) over het “gele” land. Kathleen herhaalde met een fijn glimlachje “het Gele land, meneer Dedecker?” waarop de Dedecker een hoofd als een tomaat kreeg en stotterde; “dat zei ik toch, het Hele land”. Hilarisch. Terug naar de kleuterklas, Jean-Marie, leer maar eens eerst praten. Overigens, dat er simpele zielen zijn (en veel, volgens de peilingen) die op deze populistische, platvloerse, corrupte, opvliegende, gestoempten boer zouden stemmen, blijft een van de wonderlijkste zaken van de afgelopen jaren. Die man dat is één grote bubbel van gebakken lucht. Dat zie je, dat ruik je en dat hoor je onmiddellijk, en als je ‘s mans handel en wandel de voorbije jaren wat hebt gevolgd dan weet je het ook. Hij heeft over alles iets te zeggen maar in feite heeft hij niks te zeggen. Even de (40!) standpunten bekeken: http://www.lijstdedecker.com/nl/onze-standpunten-762.htm.   Een voorbeeld:

Leefmilieu: Milieu en energie zijn geen bedreiging, maar een opportuniteit voor meer welvaart. De uitdaging voor een gezond milieu en de zoektocht naar nieuwe energiebronnen zullen de komende decennia zowel de wetenschap als het bedrijfsleven in hun greep houden.

Dat is het. Meer niet. Een vaststelling dus, zelfs geen standpunt. Twee regeltjes lang. Ziehier wat Lijst Dedecker over het thema “leefmilieu” weet te zeggen, een thema waarover zelfs de mening van een 12-jarige minstens 3 bladzijden bestrijkt. En wat zijn nu in feite uw concrete voorstellen en oplossingen, Jean-Marie? Humm… nog niet over nagedacht? Vraag het anders eens aan die Troela Werbrouck uit uw LDD-entourage. Heel benieuwd wat zij hierover te vertellen heeft.

Idem ditto voor de andere 40 standpunten. Het is allemaal zo schraal, zo flinterdun, zo voorspelbaar en vooral zo populistisch. De boetes zijn te hoog. Er staan teveel flitscamera’s. De elektriciteit is te duur. Er zijn teveel wetten en regeltjes. Er zijn teveel profiteurs (werklozen, bruggepensioneerden). De Walen pikken ons geld. BHV moet gesplitst worden. Prins Laurent verdient te veel. Er staan teveel windmolens. En te weinig kerncentrales. We betalen teveel belastingen. En we krijgen te weinig pensioen.

GEEEUW!!

Tuurlijk, Jean-Marie, je hebt soms gelijk. Maar het is niet met een waslijstje te maken van 40 voor de hand liggende zaken die de gemiddelde tooghanger frustreren, dat je je een politieker kan/mag noemen. Oplossingen moeten er worden voorgesteld. Concreet uitgewerkte plannen. Hoe gaan we dat doen, wanneer, wie, wat gaat dat kosten, hoe gaan we dat realiseren en financieren. Dàt noem ik een partijprogramma.

Maar zover is JMDD nog niet. Eerst brullen, verkozen geraken en dan zien we wel verder.

En voor zo iemand zou 16% van de Vlamingen gaan stemmen? Tja… ergens ben ik niet verbaasd, wetende dat er ook nog eens 15 à 20% voor een fascistische partij stemt waarvan één kopstuk op een Neanderthaler met één doorlopende wenkbrauw lijkt, een ander op een beenhouwer die met zijn smoelwerk in de gehaktmolen is gevallen en een derde op een plechtige communicant.

Arm Rechts Vlaanderen. Het wordt er niet beter op.

Maar! Toch kunnen de Jean-Maries, Filippen of Gerolfen van deze wereld mijn goed lentehumeur niet bederven. Er is trouwens nog iets anders dat me de voorbije weken geregeld toelaat mijn zwaarwichtige beslommeringen over het steeds rechtser wordende Vlaanderen van mij af te zetten. Ik kreeg nl. enige tijd terug van één van mijn goede vrienden, die zich terecht muziekverzamelaar mag noemen, een massa oude platen cadeau. Netjes gedigitaliseerd, zodat ik nu tijdens mijn computerwerk ‘s avonds steeds muziek in de oren heb. En zo ontdek ik weer vergeten pareltjes van uit mijn jeugd, zoals gisteren nog, de eerste soloplaat van Peter Gabriel. Genieten, van parels als Solsburry Hill, Moribund the Burgemeister, Humdrum. En vooral Modern Love, met niets aan de verbeelding overlatende, magistrale lyrics. In geen 20 jaar gehoord, en toch kende ik ze nog woord per woord:

So I worship Diana, by the light of the moon

When I pull out my pipe, she screams out of tune

Da’s nogal wat anders dan “obladi, oblada, life goes on”.

Zeg en euh, merci hé Rudi. Steeds tot wederdienst bereid.