donderdag 19 juni 2008

Gotcha!

Vraag aan 10 mensen wat een CAPTCHA is en de kans is groot dat niemand het weet. Toch zijn ze er allicht al mee in contact gekomen en net als mij de muren van op gelopen. Ik heb daar namelijk beroepshalve regelmatig mee te maken en ik hààt die CAPTCHA’s!
CAPTCHA staat voor Completely Automated Public Turing test to tell Computers and Humans Apart.
Duidelijk nu?
Om de nijvere lezer maar meteen gerust te stellen en het gevoel van “ben ik nu zo dom dat ik nog steeds niet begrijp wat het is” even weg te nemen, ziehier een voorbeeldje:

Goed, u ziet nu wat een CAPTCHA is, en u bent dat vast en zeker al wel eens tegengekomen. En kunt u die letters lezen? Nee? Tja, mogelijk bent u inderdaad oerdom. Of hebt u, net als mij, een CAPTCHA-probleem.

Ik zal even kort de achtergrond van de zaak toelichten. Meer infomatie vind je in bv. Wikipedia:
http://en.wikipedia.org/wiki/CAPTCHA
of http://nl.wikipedia.org/wiki/CAPTCHA

Het fenomeen “Spam” zal u bekend zijn. Ongevraagde en ongewenste email die je massaal wordt toegezonden met reclame voor zaken die u natuurlijk niet nodig hebt, zoals penis- of borstvergrotingen (nee dank u, wij zijn reeds goed voorzien van oren en poten). De geschiedenis en evolutie van “spam” ga ik nu niet uit de doeken doen, dat is stof voor een ander artikeltje, maar omdat de meeste emailprogramma’s tegenwoordig vrij goede spamfilters aan boord hebben, kregen de spamverzenders het hoe langer hoe moeilijker hun berichtjes tot voor uw neus te krijgen.

Nu zijn die spammers bijzonder inventief. Op het Internet zijn er honderden miljoenen websites met discussieforums, er zijn nog veel meer blogs waarop je een reactie kan posten, of websites met een gastenboek enz. Dus kregen die spammers het lumineuze idee om daar hun dubieuze reclameboodschappen op te posten. Uiteraard tikten die mannen hun boodschapjes niet zelf in: dat zou hun enorm veel tijd kosten en weet dat spammers slechts enig rendement kunnen halen met hun kwalijke business, als ze gigantische hoeveelheden van hun reclame kunnen rondsturen. Dus bedachten en gebruikten ze computerprogramma’s, zgn. “robots” of “spambots” die dat voor hen deden, aan een vernietigend tempo en volume.
Binnen de kortste keren kreunde het Internet onder de vracht brol die er aldus op terecht kwam. Het aantal discussiegroepen dat totaal vergiftigd en virtueel onbruikbaar werd, en finaal de deuren moest sluiten, was astronomisch. Voor de speleologen onder ons: het “Café de Grot” van het VVS, of het forum van de VBSF zijn maar enkele voorbeelden.
Er werd gezocht naar methoden om die computerprogramma’s, die spambots, te kunnen onderscheiden van mensen. En ziezo: de CAPTCHA deed zijn intrede. Het principe is eenvoudig. Op een webpagina waarop je een berichtje kan posten, of waarop je een account kan creëren, onderwerp je de invuller ervan aan een kleine test. Je stelt hem een vraag (welke kleur heeft de lucht?), toont hem een rekentest (hoeveel is 5x4?) of je toont hem een afbeelding met wat willekeurige letters en vraagt hem die over te typen. Voor een computerprogramma is het quasi onmogelijk om daar juist op te antwoorden, vooral omdat die test telkens weer opnieuw anders is. Althans, dat was toch de theorie.

Toen de eerste CAPTCHA’s werden ingevoerd, bleken zij zeer effectief. En de doorsnee Internet gebruikers wist er wel weg mee; het was spotgemakkelijk. lang duurde de pret niet. De spammers schreven programma’s om die CAPTCHA’s te decoderen en de afbeeldingen om te zetten naar echte letters en cijfers en al gauw gingen zij lustig verder met hun spambombardementen. En toen… begon het uit de hand te lopen. Want om de spambots in de luren te leggen, zagen de makers van CAPTCHA’s zich verplicht om die afbeeldingen met cijfers en letters hoe langer hoe onduidelijker te maken. De karakters werden vervormd, tegenover een gekleurde achtergrond geplaatst waartegen ze slecht contrasteerden, er werd een boel “achtergrondruis” aangebracht: strepen, puntjes en vlekken enz.
Het bleek niets gekort te zijn. De spammers slaagden er nog steeds in om een groot aantal van die CAPTCHA’s volautomatisch te ontcijferen. Dus werden de CAPTCHA’s nog meer vervormd, nog meer verkleurd en vermangeld. Letters op hun kop, doorstreept, in spiegelschrift, minuscuul klein of veel te groot gemaakt.

We zijn nu in het stadium gekomen dat het voor een mens zo goed als onmogelijk is geworden om die CAPTCHA’s nog te lezen. Het zijn echte puzzels geworden, om niet te zeggen gokwerk. Het gevolg is dat het Internet, je weet wel dat grote, voor iedereen toegankelijke en oh zo eenvoudig te gebruiken Internet, plots bijna niet meer zo toegankelijk is.

Als we het over gebruiksvriendelijkheid en eenvoud hebben, dan denk je direct aan Google. Al wat Google doet, is van een ongelooflijk gebruiksgemak. Wie heeft al ooit de handleiding van pakweg Google Earth, Google Picassa of gewoon zelf Google Search bekeken? Niemand: het wijst zichzelf uit. Wel onlangs diende ik een account aan te maken bij Google en na 5 pogingen en evenveel onontcijferbare CAPTCHA’s heb ik het maar opgegeven.
Hieronder zowat willekeurige Google CAPTCHA’s. Je ziet: qua onduidelijkheid, een zeer verdienstelijke poging van Google!

Maar misschien doen hun naaste concurrenten van Yahoo dat beter? Noppes, hun CAPTCHA’s zijn nog grotere kopbrekers. Doen mij denken aan één of andere losgeslagen graffitispuiter die in Cyrillisch schrift de muur van het plaatselijke schooltje in de verf heeft gezet.

Maar het kan nog erger. Ik moest vorige week op een forum van McAfee zijn waarop ik een vraag wilde stellen. Na twee pogingen gaf ik het op. Maar je hebt dan al wel heel je vraag ingetikt en dus je tijd verdaan. Geraakt u er wijs uit? Zoek de 6 letters!


Die CAPTCHA’s, dat is de perfecte illustratie van “de remedie is erger dan het kwaad”. Het is zelfs bijzonder discriminerend. Als jonge mensen die CAPTCHA’s al een struikelblok vinden, wat dan met oude mensen (ja hoor: die oude knarren surfen ook op het Internet!)? Of slechtzienden? Of anderstaligen? Denk je dat een arabier of chinees zo’n catpcha in totaal vermangeld Westers schrift ontcijferd krijgt? Nochtans, op de website www.CAPTCHA.net lezen we in de richtlijnen:
“Accessibility. CAPTCHAs must be accessible. CAPTCHAs based solely on reading text — or other visual-perception tasks — prevent visually impaired users from accessing the protected resource. Such CAPTCHAs may make a site incompatible with Section 508 in the United States. Any implementation of a CAPTCHA should allow blind users to get around the barrier, for example, by permitting users to opt for an audio or sound CAPTCHA.”

Het moet ermee gedaan zijn! Ik roep op om die CAPTCHA’s te verbannen. Ik roep op tot administratieve vereenvoudiging! Vincent Van Quickenborne mag zich aan een aangetekende brief van mij verwachten.

donderdag 15 mei 2008

Ongelovige Thomas

Twee keer op een week tijd een rel over religie ! Ik voel me plots moreel verplicht om “mijn gedacht” te zeggen!


Eerst het optreden van een kwakzalver-oplichter-predikant genaamd Benny Hinn (nee nee, niet Benny Hill, die is jammer genoeg al jaren dood en bracht een iets hoogstaandere show) in het Antwerpse Sportpaleis. Onze sporttempel liep vol met goedgelovige landgenoten voor het spektakel genaamd “ The Benny Hinn Holy Spirit Miracle Crusade”. Halleluja! En ik die dacht dat de kruisvaarders al duizend jaar van deze aardkloot verdwenen waren. Hinn is slechts op één ding uit, en dat zijn centen. Onze centen, ja.

Tweede rel ging over de ontdekking van een brief geschreven door Albert Einstein in 1954 en die nu te koop wordt aangeboden.

Den Albert, die toch algemeen wordt aanzien als één van de knapste koppen die er ooit op deze planeet rondliepen, schreef immers: "Het woord Gods is voor mij niets meer dan een expressie en het product van menselijke zwakheid. De Bijbel is een verzamelwerk van legendes die achtenswaardig zijn maar ook primitief en kinderachtig". En verder: “het geloof is niks anders dan een kinderlijk bijgeloof”

Lap! Als statement kan dat tellen. Het geloof in God is een kinderlijk bijgeloof. Zouden Einstein en ik zielsverwanten zijn, want ik heb daar krek dezelfde mening over (maar ik zou het eerder formuleren als: het geloof in God is een georganiseerd en kinderlijk bijgeloof). Inderdaad, sinds vele jaren stel ook ik het geloof in God gelijk aan het geloven in smurfen, kabouters of in de Goede Sint.

Kinderen geloven in die dingen. Mijn oudste dochter was er vroeger zo van overtuigd, dat ze ooit op haar wensbrief voor Sinterklaas schreef: ik wil graag echte levende smurfen hebben. Schattig hé! Maar eens de kindertijd voorbij, staan die kinderen snel met hun beide voeten op de grond: de smurfen zijn slechts een uitvindsel van grote mensen, met als bedoeling om kleine hummels een paar uur kalm te houden door het lezen van een stripalbum, en Sinterklaas is vooral bedacht om hen wat te intimideren en in het gareel te laten lopen (braaf zijn hé, of de Sint komt niet).

De parallel met het geloof is frappant. God, de hemel, vagevuur en hel, engelen en duivels: bedacht door een aantal lepe potentaten, met slechts één bedoeling: het volk onder de knoet te houden. “Ik zal ze arm houden”, zei de koning. “En ik zal ze dan maar dom houden”, sprak de paus.

Heel lang geleden, tienduizenden jaren geleden, toen mensen nog in berenvel gekleed rond hun kampvuurtje in hun grot zaten te kleumen, lag het allemaal wat anders. Donder, bliksem, orkanen, aardbevingen, noorderlicht, de sterren en de maan: indrukwekkende natuurverschijnselen waarvoor die mensen geen verklaring hadden. Dat kon niet anders dan van een hogere en onzichtbare macht komen. Dat Neanderthalers in God(en) geloofden, daar kan ik alle begrip voor opbrengen: die mensen probeerden zaken te verklaren, die zij vanuit hun perspectief en kennis onmogelijk konden verklaren.

In de duizenden jaren die volgden verschoof het accent enigszins. De mens kon de meeste natuurverschijnselen intussen wel verklaren, maar bleef worstelen met existentiële vragen (vanwaar komen wij? waarom leven wij? heeft dit leven wel zin?) maar vooral met angsten. Angst voor de dood, en voor wat er na zou komen. Ook hier kwam het geloof in een opperwezen (en in één moeite in een zogezegd leven na de dood) weer goed van pas. Voor een ongeneeslijk zieke, of iemand die net een dierbare heeft verloren, kan de gedachte dat er een hiernamaals is, inderdaad troostend zijn.
Kerk en Staat (één pot nat) maakten dankbaar gebruik van ’s mens zwakheden en onzekerheden. Zij die niet wilden geloven, werden bedreigd of kregen een schuldgevoel aangepraat. Het feit dat het hier over een totaal abstract, onzichtbaar en ontastbaar iets ging, kwam de Kerk uiteraard goed van pas. Zulke zaken zijn immers onbewijsbaar.

Dat echter de moderne mens nog in God gelooft, dat gaat mijn pet ver te boven. Hoe is het ooit zo ver kunnen komen dat het intelligentste schepsel dat hier op deze planeet rondloopt, nog steeds gelooft in dit collectieve en georganiseerde bedrog? (Mogelijke antwoorden: a) de mens is helemaal niet zo intelligent of b)tweeduizend jaar hersenspoeling van Kerk en Staat hebben hun effect niet gemist )

Ik kijk hier nu even uit mijn raam. Al wat ik zie lijkt me verklaarbaar, door onze huidige wetenschappelijke kennis. Auto’s op de parking, een eindeloze stoet vrachtwagens op de N49. Lucht, wolken, elektriciteitspylonen. In de verte een weide met koeien.

En God? Waar zit die ergens? 10 km hoger op een wolkje? Of zweeft die onzichtbaar overal tussen? Als een soort “aura”?
Komaan mensen. Serieus blijven hé. Er is geen God. Nooit geweest, zal er nooit komen, hoeveel kathedralen en moskeeën er ook nog gebouwd mogen worden en hoeveel telepredikanten er ook nog Halleluja mogen roepen. Hoe ik dat weet? Zomaar, met mijn gezond boerenverstand.

Wie mij kent, weet dat ik een nuchter en pragmatisch ingesteld iemand ben, die nooit iets zal aannemen zonder een rationele en overtuigende motivatie of argumentatie. Met dogma’s moet je hier niet afkomen! En over dit thema is er nog nooit, in de hele geschiedenis van welke religie dan ook, iemand in geslaagd om met een onderbouwde argumentatie af te komen die het bestaan van God kan bewijzen.

Onlangs kwam ik op een website met liefst zeven (7) bewijzen dat God bestaat. Ik heb er goed mee gelachen. Dat ging in de trant van:
- bewijs 6: Vervulde profetie bewijst Gods bestaan.
- bewijs 7: Verhoord gebed bewijst Gods bestaan.
of soms toch iets wetenschappelijker:
- bewijs 5: De volmaakte orde van het heelal getuigt van een ontwerp, een wereld die getuigt van ontwerp. Leven is afhankelijk van ander leven en sterven volgens een gecompliceerd ontwerp. Alles wat bestaat getuigt van een Plan. Er is een Ontwerper.

Zoals u ziet, buitengewoon overtuigend! Een skepticus als mij haal je daar niet mee over de streep. Overigens, op de website kon ik een zekere nieuwsgierigheid niet bedwingen: er stond een online test op waarmee ik kon vaststellen of ik in de Hemel zou komen. De uitslag was .. ahum... catastrofaal. Branden in de hel zult ge, Polleke Pik! Hoewel: ik kreeg op het einde nog de keuze tussen twee knopjes om op te drukken. Moeilijk was die keuze niet.

Sommigen zullen zeggen: maar bewijs jij dan eens het tegendeel? Hola, zo gaat dat niet hé, de rollen niet omdraaien! Wanneer jij mij komt zeggen dat er op Venus groene mannetjes rondlopen, met purperen tentakels en oranje haar, dan is het aan jou om dat te bewijzen, niet aan mij om het tegendeel te bewijzen. Wanneer jij mij zegt dat Kabouter Plop wel degelijk bestaat, zorg dan maar voor een arsenaal aan goede argumenten (en nee, de “Kabouter Plop Is Jarig” film is voor mij geen bewijs!)

Nu, er zijn vele, vele knappere koppen die zich toch al hebben bezig gehouden met het bewijzen van waarom God niet kan bestaan. Voor het merendeel van ’s werelds beroemde denkers of filosofen was dat een favoriet tijdverdrijf. Ik kan bv. onderstaande lectuur van Etienne Vermeersch warm aanbevelen:
http://www.etiennevermeersch.be/artikels/god_rel/kort-vertoog-over-de-god-van-het-christendom
En vooral dan zijn besluit:
Uit hetgeen voorafgaat volgt mijns inziens met een onontkoombare overtuigingskracht dat we het bestaan van de god van het christendom niet alleen om principiële redenen, maar ook op grond van 'zijn' Openbaring zowel op rationele als op ethische gronden niet kunnen aannemen..
Alles wat positief is in de wereld en in de Bijbel kunnen we op een wetenschappelijke, 'naturalistische' wijze verklaren zonder op zijn bestaan een beroep te doen. Alles wat negatief is, wordt, als we in de leiding en inspiratie van een goede, wijze en almachtige god geloven, volkomen onbegrijpelijk en absurd.


Dhr. Vermeersch heeft het hier nu over de God van het Christendom, maar uiteraard geldt dit alles evengoed voor alle andere goden van gelijk welke religie. En weet je wat: er zijn er zo honderden. Jawel er bestaan honderden verschillende religies en er hebben er duizenden bestaan. En nog straffer: die geloven allemaal dat er maar één god is, en wel die van hun. En al die andere zijn nepgoden en wie daarin gelooft moet bestreden worden op welke manier ook, tot en met bloedige oorlogen.

Ach, ik kan nog ergens aannemen dat mensen geloven in “iets”. Een soort universele kracht of energie, die ervoor zorgt dat planten en dieren leven ingeblazen krijgen (per slot van rekening zijn het anders toch maar dode koolstofverbindingen). Om dat “iets” dan te gaan verpersoonlijken, er een opperwezen van te maken en dat in kerken en tempels te gaan aanbidden, dat is er natuurlijk ver over. Persoonlijk geloof ik er geen snars van. Het feit dat 's werelds meest briljante koppen (à la Prof. Stephen Hawking) er ook zo over denken, sterkt me in mijn overtuiging.
Maar versta me niet verkeerd: ik zal nooit zeggen dat elke religie "slecht" is. Een geloof impliceert bijna steeds een bepaalde levenshouding, en dat is een paar ander mouwen. En die kan alle kanten uit: van extreme intolerantie tot extreme goedheid. Mocht de hele wereld Boedhistisch zijn, dan was de mensheid veel ellende en zelfs een paar wereldoorlogen bespaard gebleven (en stonden de WTC-torens nu nog overeind).

Oops, mijn lunchpauze is weeral bijna om. Gauw afronden dus. Beste mensen, je mag van mij geloven wat je maar wil: ieder heeft dat recht en ik respecteer dat. Willen jullie trouwen voor de kerk, er plechtige communicantjes zalven of boelekes dopen: doe maar gerust. Willen jullie in God, hellevuur en vagevuur en Sint-Pieter geloven: doe maar. Adam en Eva, de hele kosmos geschapen in 6 dagen: doe maar. Maar verwacht niet dat ik er begrip voor ga opbrengen. Respect en begrip zijn twee verschillende zaken. Sorry hoor.

En we sluiten af met een streepje muziek: om het met de woorden van Andy Partridge (XTC) te zeggen: If there's one thing I don't believe in it's you... Dear God

Dear God, by XTC, 1986

Dear God,
hope you got the letter, and...
I pray you can make it better down here.
I don't mean a big reduction in the price of beer
but all the people that you made in your image, see
them starving on their feet 'cause they don't get
enough to eat from God, I can't believe in you

Dear God, sorry to disturb you, but... I feel that I should be heard
loud and clear. We all need a big reduction in amount of tears
and all the people that you made in your image, see them fighting
in the street 'cause they can't make opinions meet about God,
I can't believe in you

Did you make disease, and the diamond blue? Did you make
mankind after we made you? And the devil too!

Dear God, don't know if you noticed, but... your name is on
a lot of quotes in this book, and us crazy humans wrote it, you
should take a look, and all the people that you made in your
image still believing that junk is true. Well I know it ain't, and
so do you, dear God, I can't believe in I don't believe in

I won't believe in heaven and hell. No saints, no sinners, no
devil as well. No pearly gates, no thorny crown. You're always
letting us humans down. The wars you bring, the babes you
drown. Those lost at sea and never found, and it's the same the
whole world 'round. The hurt I see helps to compound that
Father, Son and Holy Ghost is just somebody's unholy hoax,
and if you're up there you'd perceive that my heart's here upon
my sleeve. If there's one thing I don't believe in

it's you... Dear God.

dinsdag 29 april 2008

Toeristen

Jaja, het is hier heel stilletjes hé. Teken dat ik het druk heb, zowel privé als professioneel, meer moet je daar niet achter zoeken. Vorige week dan toch een paar dagen vakantie genomen, omdat we een bevriend Frans koppel over de vloer kregen: Stoche en Madé. Oei dat gooide het leven van de Biekes wel even overhoop. Alle plannen werden geschrapt en verplichtingen afgezegd (mijn agenda staat meestal vol voor de komende 2-3 weken); het huis werd grondig gepoetst en de indeling wat gereorganiseerd om die mensen een rustig slaapplekje te bezorgen.

Dan volgden 4 dagen die in het teken stonden van het bruine gerstenat. Inderdaad na een paar jaar vriendschap met Belgen was Stoche al tot het inzicht gekomen dat het Belgische bier wel wat anders is dan het rode zure gegiste druivensap waar de Fransen zo prat op gaan.
Het hele scala werd er doorgedraaid; elke uitstap eindigde of begon wel ergens op een terrasje waar frisse Westmalles, Chimays, Orvals, Grand Cru's, Kwakken of Krieken werden gesavoureerd. De kers op de taart was de Westvleteren Sixtus 12. Man man, dat is ronduit goddelijk bier. Enkel van de geur al loopt het water je in de mond. Je mag van die paterkes zeggen wat je wil: bier brouwen dat kunnen ze.

Naast onze bierproeverijen, gingen we ook "gewoon toeristen". Dat was dan ook voor ons eens een goede gelegenheid om te zien wat ons landje te bieden heeft, want de Biekes zijn fervente speleologen en de laatste 25 jaar hoofdzakelijk in het Zuiden van ons land aan te treffen, en dan wel onder de grond. Op het programma:
Een daguitstap in de historische kern van Antwerpen, met bezoek aan een schitterend museum "Plantin Moretus" (een 16de eeuwse boekdrukkerij) en de voornaamste gothische kerken (waarbij het interieur van de Sint-Pauluskerk toch wel de max is). Een dag die ons langs diverse cafés voerde (Het Elfde Gebod, Groote Witte Arend) en eindigde in de gezellige Pelgrom, een café in middeleeuwse kelders.
's Anderendaags was dan Brugge aan de buurt, jawel Bruhhe, waar ik laatst was geweest als 12 jarige, tegen onze zin meegesleurd door Pa en Ma die hun moedwillige kroost wilden "cultiveren". Wel, dit keer viel het reuze mee. Het is toch wel een schitterend, gezellig en mooi stadje. En omdat het midden in de week was, liep je er niet over de koppen, maar ik kan me voorstellen dat het daar in het hoogseizoen niet te genieten is.

Na twee dagen oude huizen, kerken, begijnhoven en smalle kasseistraatjes zochten we de derde dag de natuur op, en wel in de glooiende landschappen van onze Ardennen. Han-sur-Lesse, Eprave en Rochefort waren ons doelwit. Niet alleen omwille van de vele grotten die we er konden bezien, maar ook omdat hier de bakermat ligt van het geliefkoosde speleologenbier: Rochefort. Dat werd dan ook ter plekke geproefd.
De 4de en laatste dag was het dan koppen lopen in Brussel, waar de Grote Markt en de straatjes er rond (Rue des Bouchers, waar overigens geen beenhouwers, maar visrestaurants floreren) overspoeld waren door bussen toeristen, vaak met spleetoogjes en allemaal een fototoestel rond de hals.

Enfin, 't was heel plezant, het weer viel reuze mee en we hebben nog eens beseft dat ons apenlandje best gezien mag worden.

zaterdag 2 februari 2008

Alleen thuis

En hoe gaat het met Polleke?
Slecht, barslecht. Nog steeds met één duim in de lucht, en dat nog voor lang. Mijn duim is namelijk vakkundig in mijn hand “vastgenageld” met twee stalen pennen en die moeten er liefst 8 weken in blijven. Nog 5 weken te gaan dus. Intussen steekt die duim onbeweeglijk star opzij en vormt een gevaarlijk en vooral lastig uitsteeksel. Het moreel is na zo’n 3 weken gedwongen stilzitten laag. Ik zou bijna zeggen: gelukkig moet ik volgende maandag weer gaan werken!

En alsof ik nog niet genoeg ellende moet verdragen, ben ik ook nog totaal aan mijn lot overgelaten door mijn trio vrouwen. Annette en Ellen zijn op lang weekend in Frankrijk, Kim zit bij haar vriend. Dus daar zit ik dan moederziel alleen. Bijna toch, maar aan onze hond heb je op zo’n ogenblik niet veel, die is al even ongelukkig. ’s Avonds mijn eigen potje moeten koken... of beter gezegd, de koelkast doorzocht tot ik een paar restjes vond die ik in de microgolf kon opwarmen.
Dan maar voor de TV gaan hangen. Meestal wordt die door de jongedames gemonopoliseerd die er dan naar de meest stupiede programma’s kijken, liefst met een hoge amusements- of realityfactor. Echter Steracteur-Sterartiest, de Songfestival-preselectie of Thuis zijn aan mij niet besteed.

Hah! vanavond had ik dus het TV-rijk voor mij alleen. Mijn situatie was dan toch niet zo zorgwekkend als eerst gedacht. Een Hoegaarden Grand Cru ingeschonken, een zak Doritos Nacho Cheese opengerukt, languit in een hernia-bevorderende houding in een fauteuil gaan hangen, met de voeten op de salontafel en de zapper in de hand.
En ja, je raadt het al. “Thirty channels of shit on the TV and nothing to choose from”, zong Roger Waters eens (ik laat het aan de muziekkenners over om de LP te herkennen). In paniek de HUMO erbij genomen, die mijn bange vermoeden bevestigde: inderdaad, geen kloten op de buis. Finaal toch iets gevonden dat mij mogelijk kon interesseren: SPAM, een satirisch programma van Patrick De Witte.
Ik kan die man best pruimen, zijn column in Humo is meestal beestig grappig, hij houdt van Zappa en de keren dat ik hem op TV aan het werk zag (o.m. in de Rechtvaardige Rechters) was hij live al even gevat als op papier.
(hij heeft trouwens een eigen blog http://pdw.blogspot.com/).
Evenwel, “SPAM” bleek buitengewoon flauw (ik zou zeggen, 97 op de flauwheidsschaal die van 0 tot 100 gaat) en was het zoveelste bewijs dat er niets moeilijker is dan een leuk satirisch programma brengen. Dat heeft Herman Van Molle destijds ook mogen ondervinden. PDW zelf kwam in het programma overigens niet voor. Enfin, na 20 minuten had mijn rechter mondhoek zich éénmaal exact twee millimeter bewogen - een glimlach laat zoiets zich niet noemen dacht ik - maar ik zette door tot het bittere einde. Oef, daar was de eindgeneriek. Goed voor één keer. PDW: ander en beter, jongen!
Dan maar wat rondgezapt. Niets, niets, niets te zien. Even op Nederland kijken. Waar is de tijd dat we met de hele familie voor NOS 1 of 2 plakten? Ver weg, minstens 35 jaar. Wat moeten die Nederlanders ongelukkige TV-kijkers zijn. Drie nationale zenders en daar is nu nooit, geen enkele dag van de week, ook maar iets op te zien. Geen goede films (zeg maar: geen films tout court), geen goede kwissen, praatshows of documentaires. In het beste geval één of ander zangfeest van de Evangelische Omproep. Daar blijven die hollanders echt wel berensterk in.

Finaal kwam mijn zappende hand tot stilstand op een natuurdocumentaire op BBC, over wolven in Antarctica. En aansluitend begon op Canvas een aflevering van Ushuaia, over de koraalriffen. En jawel, zoals steeds, bleek de beste TV nog diegene te zijn zonder menselijke acteurs. Genieten, vol bewondering over het harde maar mooie bestaan van plant en dier.

Intussen had ik zoveel Dorito’s gevreten dat ik tamelijk misselijk was. Ik had het pak al 3 keer dichtgemaakt, telkens wat verder van me af gelegd maar al even vaak weer opengedaan en weer gulzig in gegrabbeld. U herkent allicht dit tafereel.

Toen viel mijn oog in Humo op National Geographic. Die brachten om 22u30 “Trapped”, het verhaal van de ploeg van 7 Franse Speleologen die in november 1999 gedurende 10 dagen geblokkeerd werden in deze uitgestrekte grot, wegens een uitzonderlijke hevige overstroming. Een ongelooflijk verhaal en een al even ongelooflijke reddingsactie. Zie zeker eens de pagina's van Thierry Maillard hierover.

Shit, National Geographic hebben wij dat op onze TV?, vroeg ik me af. Even rondgezapt: niets te vinden. Dan maar in het menu van de TV gegaan, alle zenders weer laten detecteren en jawel, nu had ik het wel op kanaal 27. De video gereedgezet, nog even mijn mail gecheckt op de PC, en toen... was National Geographic verdwenen. Eén of ander infantiele zender “Life TV” had plots de zaak gekaapt. En rondzappend vond ik hem op maar liefst 2 andere kanalen ook terug. Was me dat balen! Voor 1,09 Euro per minuut kon Life TV me zelfs per telefoon psychiatrische bijstand verlenen, stelde ik vast. En die heb je na 5 minuten Life TV echt wel hard nodig!

Life TV, Fleet TV, Jim TV, Reality TV, ATV, Vitaya: de hoeveelheid pulp die over ons heen wordt gestort door de kabeldistributiemaatschappijen (Telenet in dit geval) is onvoorstelbaar.

Nieuw is dit fenomeen allerminst. Frank Zappa maakte er al in 1973 al een bijtende song over: “I am the slime”

I may be vile and pernicious
But you can't look away
I make you think I'm delicious
With the stuff that I say
I am the best you can get
Have you guessed me yet?
I am the slime oozin' out
From your tv set

Well, I am the slime from your video
Oozin' along on your livingroom floor

I am the slime from your video
Can't stop the slime, people, look at me go

woensdag 26 december 2007

Kerstsfeer

Jaja 't is hier stilletjes hé! Een teken dat het druk is ten huize Polleke Pik. Maar waar niet, in deze periode. Wat zal ik weer blij zijn dat de feestdagen achter de rug zijn. Hebt u ook zo'n hekel aan dat opgeklopte kerstsfeertje? En dat schijnt elk jaar vroeger te beginnen.
Overal dezelfde lichtslingers in de voortuintjes. Weer die 30 jaar oude kerstliedjes op de radio. Weer geen vrede op aarde, ondanks Ho-Ho-Ho en rinkelende belletjes alom. Inspiratieloos cadeautjes moeten gaan kopen. Nog inspiratielozer kerstkaartjes schrijven. 7-gangen kerstdiners waar je na de "entrée" al barstensvol van zit. Slapeloze nachten vanwege overvolle maag. Koude, donkere en korte dagen vol smogsneeuw. Kerstbomen die te vroeg hun naalden verliezen. Top 2000 op de radio, met een drammerige, banale plaat op nummer 1. Gaan werken omdat het moet - niet omdat er werk is. En heb je dan al eens een dagje vrij genomen, dan stel je tegen 's avonds gefrustreerd vast dat je toch geen bal hebt uitgevoerd, behalve dan het huis aan kant zetten voor de verwachte festiviteiten.

Tja, het leven is een strijd, nietwaar. Maar we zullen het wel weer overleven, 't is al zo vaak gelukt.

Dit keer werd de zwaarste week van het jaar toch nog wat opgefleurd door een evenement of twee in het leven van Polleke. Het ene was de verkoop van mijn auto, het tweede de aankoop van een nieuwe. In die volgorde: van slechte timing gesproken! Mijn stalen ros, een Opel Zafira 2.0 DTI, had er immers 225000 km opzitten en met het Autosalon voor de deur, meende ik dat het moment gekomen was om afscheid te nemen van deze trouwe vierwieler (hoewel: zo trouw is hij niet altijd gebleken, nooit eerder zoveel kosten aan een auto gehad als aan deze! Duizenden Euro's aan herstellingskosten heeft dat vehikel me gekost.)

Een paar weken lang gingen de Biekes op zoek naar een nieuwe speleomobiel. Een Citroën Berlingo of VW Caddy leken echt wel functionele en ruime karretjes, schappelijk geprijsd en bijzonder populair in speleologenkringen. Na een testrit met die koekendoosjes was het enthousiasme enigszins getemperd. De ruimte viel toch wat tegen en het rijcomfort ook. En laat dat nu echt wel de twee voornaamste criteria zijn bij ons: enerzijds hebben speleologen gigantisch veel brol bij, anderzijds knotsen ze meerdere keren per jaar trajecten van 1300 of meer kilometers in één ruk af. Dan zit je toch wel beter in een fauteuil, en niet op een soort veredelde keukenstoel.

Dus toch weer een monovolume? Ja, maar één probleem: na een "tour de horizon" van Opel Zafira's, Citroen Picasso's C4 tot zelfs C8, Galaxy's, S-Maxen of Grands Scenics stond het wel vast: saloncondities of niet, dàt kon "den bruine" niet trekken. Voor minder dan 22 à 23000 Euro heb je niet veel onder je gat hoor!

Dan maar naar een goede tweedehandse op zoek. En dat gaat dankzij die fabuleuze uitvinding genaamd WWW bijzonder goed. Gauw intikken: enkel van particulier, diesel, monovolume, max. 2 jaar oud, max. 18000 Euro. En mijn criteria waren zo limiterend dat ik in heel België exact 3 auto's vond die mij bevielen. Eén ervan leek bijzonder intressant. Gauw getelefoneerd en twee dagen later stond mijn handtekening al onder het koopcontract van een nieuwe kar, een Hyundai Trajet 2.0 Crdi Family, met amper 21000 km op de teller en 13 maanden oud. Met een bull-bar nog wel! Een (lederen) salon op wielen, wat jammer dat het door een stel modderige speleologen zal worden misbruikt.

Restte mij nog enkel de verkoop van mijn oude Opel. Wie koopt er nu een bijna 8 jaar oude Zafira, met 225000 km op de teller, raampjes die je nog met de hand moet opendraaien, een diepe kras in de lak over de hele lengte, zonder airco en in het zwart metallic, dus 's zomers temperaturen tot 50° verzekerd? Ik zag dat vrij somber in. Ik zou er zelf nog geen 1500 Euro voor over hebben.

Het Internet kwam mij weer ter hulp. Ik had amper de advertentie in www.2dehands.be ingetikt of de telefoon ging al over. Terwijl ik praatte rinkelde mijn GSM eveneens.
Opel Zafira's waren blijkbaar waanzinnig populair bij onze Noordafrikaanse medemens!
Om het verhaal kort te maken: ik heb die avond met elke Marokaanse autohandelaar gesproken die in België woont, en dat zijn er verdomd veel, neem dat van mij aan.
Uiteraard wilden die gasten mij stropen. Maar zo gemakkelijk ging dat niet.
En hoewel mijn advertentie de auto tot in de puntjes beschreef, altijd weer diezelfde vraag:
- Meneer zit daar een airco in?
Waarop mijn standaard repliek:
- Jamaar het vriest buiten... waarvoor hebt ge nu een airco nodig?

Twee dagen later, na zoveel over de prijs te hebben gepingeld dat ik me soms een marktkramer in de soeks van Casablanca voelde, kon ik mijn karretje al uitwuiven, met in mijn achterzak drie keer zoveel Euro's als ik er zelf voor had willen geven. Nooit zo snel een auto verkocht, mensen. Te snel zelfs, want mijn (bijna) nieuwe Hyundai heb ik pas overmorgen. Dus dat is een beetje behelpen, zo zonder auto, dezer dagen. Maar wel het gedroomde excuus om niet achter kerstcadeautjes te hoeven!

woensdag 14 november 2007

Tettenzot

Net gelezen in de krant:
Zweedse feministes willen topless zwemmen in zwembaden
Met de slogan, 'Het zijn maar borsten' ijveren Zweedse vrouwen voor het recht om topless te zwemmen in zwembaden.


Die dames krijgen dus mijn welgemeende en enthousiaste steun. Inderdaad, het wordt hoog tijd dat we meer blote tieten te zien krijgen, want wat is daar nu voor bijzonders aan? Hoe is het toch mogelijk dat de mensheid in de loop der tijden is geëvolueerd van naakte aap, tot een wezen dat beschaamd is om bepaalde onderdelen van het lichaam te tonen? Borsten zijn niet meer dan een huidplooi, uitstulpend want gevuld met vet- of klierweefsel, en boven op het geheel prijkt een tepel, de kers op de taart om zo te zeggen. Een tsjoepke in het Antwerps, of een “mammalian protuberance” zoals Frank Zappa het zo bloemrijk omschreef (Wet T-shirt Night, uit Joe’s Garage Act I). En laat nu het menselijk lichaam vol uitstulpingen staan waarover we dan weer geen complexen hebben… neuzen en oren, om er maar een paar te noemen. Maar die borsten, oei oei oei dat is blijkbaar van een andere orde van grootte.

Trouwens, ook mannen hebben borsten, nagenoeg hetzelfde als vrouwenborsten, en zelfs inclusief een tsjoepke (wist u trouwens dat ook mannen borstvoeding kunnen geven, mits wat oefening?). Alleen is bij de meeste mannen de “uitstulping” wat minder geprononceerd, en blijkbaar maakt dat nu net het verschil. Mannen mogen dus in het zwembad wél hun borsten laten zien, vrouwen niet. Maar toch… zelfs een vrouw die door Moeder Natuur niet bijzonder bedeeld is - zo plat als een man dus - (waarom denk ik ineens nu aan Justine?) zou in het zwembad nog niet topless mogen rondlopen. Begrijpe wie kan. Hier is sprake van regelrechte discriminatie.

Nu, de vrouwen zelf zijn daar ook schuldig aan. De komedie die ze verkopen om hun tieten toch maar vooral niet te laten zien! Die preutsheid! Die schaamte! Als vader van twee bijna volwassen dochters weet ik er alles van.
Gelukkig zijn er dus vrouwen die nuchter en rationeel zijn, en beseffen hoe ridicuul de schaamte voor hun slappe huidzakjes wel niet is. En laat het nu net die blonde godinnen uit het hoge Noorden zijn! Dus, Zweedse vrouwen, go go go! Verleg die grenzen. Ga maar lekker topless rondploeteren; jullie hebben de steun van de ganse mannelijke Belgische bevolking. En hopelijk deint jullie actie uit tot ver over de landsgrenzen, zodat ik ook eens op een zaterdagochtend het genoegen mag kennen om weermonument Sabine Hagedoren topless van de wipplank te zien duiken. Bij de gedachte alleen al bekruipt mij de lust om stantepede naar het zwembad te rijden!

Want inderdaad, beste lezer, ik beken: ik ben wel een beetje een tettenzot. Van zodra er in mijn nabijheid een uierachtige substantie wordt gesignaleerd, beginnen mijn hormonen op te spelen. En ongetwijfeld ben ik niet alleen. Zoals Katastroof uit volle borst zong: “d’Er is ien dink woar da’k t’ierste op zal lette… da’s dikke tette!”
En vast en zeker, vinden we daar misschien wel de verklaring waarom de meeste vrouwen er nog niet aan zouden denken om topless naar het zwembad te gaan: omwille van al die loerende venten.

Maar dames, dames! Die venten loeren alleen maar, omdat de aanblik van al die meloenen, tennisballen en theezakjes ons al eeuwen wordt onthouden. Zoiets kweekt nieuwsgierigheid. Het is een vicieuze cirkel: hoe minder de mannen mogen zien, hoe meer ze willen zien. Het volstaat die cirkel te doorbreken, en binnen de paar jaar kijkt geen man nog op wanneer Veronique De Kock in shorts (en niet meer dan dat!) komt voorbij gefietst. Hooguit zegt men: “zeg zie daar Veronique De Kock, amaai wat heeft die nu lelijke knieën, zeg”. Ziet u? Totale desinteresse, zover moet het komen. Zo ongeïnteresseerd als een Bosjesman vanuit zijn luie hangmat zijn poedelnaakte buurvrouw bekijkt, terwijl die met vervaarlijk heen-en-weer zwiepende boobies maniok staat fijn te stampen, in de hut aan de overkant van de straat. Want die man ziet zoiets alle dagen.
Maar dames; u moet de eerste stap zetten, natuurlijk.


Nu we het toch over tieten hebben. Een tijdje geleden zag ik een documentaire over Lolo Ferrari, u weet wel, het (ooit) levende bewijs dat zelfs de elasticiteit van de menselijke huid zijn grenzen heeft (en de dagelijkse ochtendgymnastiek van mijn Jongeheer indachtig, weet ik dat die grenzen heel ver liggen!). Lolo bleek – ondanks haar Italiaanse artiestennaam – dus een mooie Française te zijn geweest, met donker haar, ietwat mollig, goed voorzien van oren en poten. Niks aan de hand ware het niet dat ze gecomplexeerd en labiel was, en in de grijpgrage klauwen was gesukkeld van een creatuur genaamd Eric Vigne, die haar liefhebbend echtgenoot en impressario werd. Deze kwam in de reportage ruim aan bod, het soort creep waar je rillingen van kreeg. Hij was het die Lolo ertoe had bewogen zich te laten ombouwen, niet één keer maar wel 22 keer, tot een soort van karikatuur van de ideale vrouw, met overgeblondeerd haar, gigantische borsten en opgespoten lippen. Ongetwijfeld was het vooral zijn droom geweest om er zo uit te zien, want de kerel leek sowieso al op een mislukte travestie, maar uit angst voor het scalpel had hij maar een arm wicht van straat geplukt waarop hij zijn bizarre fantasieën had geprojecteerd.

Toen Lolo, na een kort, tumultueus leven gaande van ster tot pornoactrice tot 3de rangs stripteaseuse, van miserie in verdachte omstandigheden “zelfmoord” pleegde, was die louche figuur de eerste verdachte. Na veel procederen en 1 jaar voorhechtenis werd hij vrijgesproken.

Enfin, het leven en sterven van Lolo doet niet terzake, het ging dus over haar tieten. Die waren werkelijk gigantisch. Na alle operaties was Lolo voorzien van een 6 kilogram zwaar synthetisch balkon met het formaat van twee basketballen en kon ze zich wereldrecordhoudster noemen. Of het allemaal zo praktisch was durf ik te betwijfelen; het arme wicht had rugklachten, slapen ging ook niet meer zo vlot en het lakken van de teennagels al evenmin. Haar favoriete hobby, touwtje springen, had ze ook al moeten opgeven! Kommer en kwel dus.
En met één ding zal de meerderheid der mannelijke mensheid het met mij wel eens zijn: mooi, opwindend of erotisch was het mens allerminst. Hooguit fascinerend of eigenlijk… grotesk. Waarmee nog maar eens bewezen wordt: groot is niet noodzakelijk beter.
Overigens de grootste vrees van Lolo was dat iemand, tijdens één van haar optredens, haar borsten lek zou prikken. En ik geef grif toe: dat idee is me tijdens die reportage meermaals te binnen geschoten. Mocht die Lolo met haar ballonnen voor mijn neus hebben staan zwaaien, ik zou er ook wel komaf mee hebben gemaakt. Voor zulke gelegenheid heb ik steeds een aangescherpt schroevendraaiertje op zak. Dames: het is maar dat u het weet.

vrijdag 19 oktober 2007

BAL123

Vanmorgen reed ik achter een motorfiets met nummerplaat MAX721. Geweldig, zo’n nummerplaat is de max natuurlijk, in vergelijking daarmee stelt mijn MKB756 niets voor.
Ik betrap mezelf er voortdurend op naar nummerplaten te kijken. Hilariteit gegarandeerd! Belgische nummerplaten zijn sedert 1973 samengesteld uit 3 letters gevolgd door 3 cijfers. En met die 3 letters kan je soms wel eens leuke dingen tegenkomen.
Overigens, die nummerplaat blijft bij de eigenaar van de wagen, of anders gezegd: die heb je voor de rest van je leven. Hopen maar dat de combinatie enigszins meevalt. Je zal maar de rest van je leven met VLD956 rondrijden, als je Jean-Marie Dedecker heet.

Veel systematiek zit er in feite niet in, in tegenstelling tot ons omringende landen waar men aan de nummerplaat kan zien van welke streek, stad of departement het voertuig afkomstig is. Gelukkig maar! Bijvoorbeeld, in Frankrijk is het een nationale sport om de banden van een Parijzenaar leeg te zetten (mocht u ook die drang voelen: dat zijn auto’s met nummerplaten eindigend met 91, 92, 93, 94 of 95).
Het enige dat je bij ons kan zien is hoe oud de combinatie is. Men is immers in 1973 begonnen met de letter A, en pas toen alle combinaties met een A “op” waren, overgeschakeld naar de “B” en zo verder. Een kerel die met een “A”-kenteken rijdt is dus een aankomende veertiger, en een die met een “R-kenteken” rijdt is een jonge brokkenpiloot.
Echte oude zakken rijden rond met de pré-1973 nummerplaten: 1 letter gevolgd door 4 cijfers, of 2 letters gevolgd door 3 cijfers. In België heb je dus maar naar het kenteken van de auto voor je te kijken om zijn weggedrag te kunnen voorspellen: plots de remmen dichtgooien, halsstarrig op het middenvak blijven rijden, dronken over de weg zigzaggen.

Honderd % sluitend is dit echter niet. Enerzijds zijn er een aantal beginletters gereserveerd. Alles wat met een “M” begint is een motorfiets (hoe origineel!), alles wat met een “U” begint een oplegger, een “Z” is een garageplaat enz. Anderzijds kan je sinds een aantal jaren een gepersonaliseerde plaat aanvragen. Dat kost je dan wel een smak geld, maar wie met stijl in een Jaguar wil rondrijden, heeft op zijn minst een nummerplaat “JAG001” nodig, niet? In zo'n kringen kan je je echt geen NEP432 of SUF764 permitteren!

Intussen is men aanbeland bij de “X” en zijn de beschikbare combinaties binnen zeer afzienbare tijd uitgeput. Dat gaat men overigens heel eenvoudig oplossen: in 2008 zullen de letters en cijfers worden omgewisseld. Nummerplaten zullen dus beginnen met 3 cijfers, gevolgd door 3 letters! Een geniale vondst, voorwaar! Men verdubbelt zomaar even het aantal beschikbare combinaties. De ambtenaar die dit lumineus idee had, verdient een prijs. Hoeveel combinaties levert dat dan wel niet op, hoor ik de bollebozen onder u al vragen? 17.576.000 (10 x 10 x 10 x 26 x 26 x 26).
Aha! Dus, dan hadden we vroeger ook al 17,5 miljoen combinaties (26 x 26 x 26 x 10 x 10 x 10) bedenk ik. Hoe kunnen die dan nu al “op” zijn? Er rijden in heel België “amper” 6 miljoen voertuigen rond. Hier is stront aan de knikker. Waar zijn die overige 11,5 miljoen nummerplaten heen? Wel, daar heb ik zo mijn eigen theorie over.

Is het je ook al opgevallen dat je nooit schunnige combinaties zit? Drieletterwoorden, bedoel ik. Zoals daar zijn: LUL, KUT, TET, PIK, SEX. Beste vrienden, dat ruikt hier naar een complot! Ergens, ver weg in een stoffig achterkamertje van de DIV (Dienst Inschrijving Voertuigen), zit er een ambtenaartje wiens enige taak eruit bestaat om elke nummerplaat die uit de persmachine rolt, desgewenst te censureren. Elk drieletterwoord dat door hem wordt gebrandmerkt, betekent 1000 nummerplaatcombinaties minder, en zo gaat het natuurlijk snel bergaf met de voorraad nog beschikbare kentekens. Overigens, de kans dat er een nummerplaat met zo een obscene lettercombinatie uitkomt is bijzonder klein want met drie letters kan men immers 17576 combinaties maken, dus kan je wel nagaan hoe zelden daar een “LUL” tussenzit. Dus, en daar ben ik echt van overtuigd, gaat die kerel uit pure frustratie en vooral ter rechtvaardiging van zijn job, ook andere, veel onschuldigere combinaties in de kiem smoren. Ik kan me die man zo inbeelden: grijze stofjas aan, leesbrilletje op de neuspunt, en potloodje achter het oor, dromend van het moment waarop er nog eens een "LUL" uit de machine komt gerold.
“En schatje, hoe was je dag vandaag?” vraagt zijn vrouw ’s avonds.
“Klote, klote! Weeral niks” grommelt die vent, “da’s verdorie al 7 maanden geleden dat er nog eens een echt vuil woord uitkwam.”
“Oei oei oei”, jammert zijn eega handenwringend, “pas maar op dat uw baas daar niet achter komt!”
“Maar nee, ik heb vandaag zeker 3 platen tegengehouden. Een ZAK, een RUK en een KUS. En met die KUS zat ik er anders dichtbij hé, één lettertje verder en ik had het groot lot gehad.”

Pure “In de Gloria”, niet? Met Frank Focketyn als muffe ambenaar die al 30 jaar lang naast een machine zit die nummerplaten uitspuwt.
Maar geloof me vrij: die kerel houdt twee nummerplaten op de drie tegen. Hebt u al een SUF gezien? Een KUL, een NEP, PIS of KAK? Een AAP, GEK of ZOT? Een CVP, VLD of CDH? Of een ASS, CUM of TIT? Een REM, OMD of ELO? Nee dus!
Dit is overduidelijk een complot, van staatswege georganiseerd. 11 Miljoen nummerplaten zijn al door deze collectieve paranoïa in de schrootbak beland. En nu zijn de combinaties op. En je zal zien: de dag dat ik mijn gepersonaliseerde PDB999 aanvraag, zal die grijze bureaumuis daar ook wel een stokje voor steken.

Wist u overigens, dat er nog andere landen zijn waar het kenteken op dezelfde manier als in België is samengesteld? Zweden bijvoorbeeld, heeft ook 3 letters en 3 cijfers. Daar ben ik toevallig achtergekomen nadat de flikken van Rochefort me kwamen vertellen dat mijn auto als gestolen geseind was. Bleek achteraf dat ze zich een beetje vergist hadden: het ging over een Zweedse auto, met dezelfde nummerplaat als de mijne, weliswaar.
Nu, de Zweden kennende, ben ik zeker dat zij helemaal niet moeilijk doen over een LUL457 of een KAK766. Dat volk is 30 lichtjaren vooruit op ons als het over ruimdenkendheid gaat.

donderdag 13 september 2007

Radioreclame

Met stip in mijn Top 5 van dingen waaraan ik me erger, staat radioreclame. Is er iets irritanter dan het opgefokte geluid van het heerschap dat ons met de regelmaat van de klok een nieuwe “Hebbes” radiospot toebrult?

Typerend voor zulke reclame is de snelheid ervan. Een machinegeweer, wat zeg ik, een hevige diarreeaanval is er niets tegen! Elke seconde kost handenvol geld, en dus wil men zo snel mogelijk een maximum aan informatie kwijt. Dan krijg je dus dames te horen die op 5 seconden tijd 38 woorden uitratelen. Waarschijnlijk, na het inspreken van het spotje, storten ze in ademnood neder en dienen ze ter plaatse gereanimeerd te worden.

Een andere eigenschap is het steevast opgewekte karakter van deze radiospotjes. Jawel, de mensen van de radioreclame zijn immer goed geluimd en springen zelfs op maandagochtend juichend uit hun bed, en hollen met drie treden tegelijk de trap af in blijde verwachting van weer een nieuwe, opwindende dag vol oogverblindend witte waspoeders, renteloze leningen, Internet-aan-lichtsnelheid of ultra-absorberend maandverband. De realiteit is echter wel wat anders: op maandagochtend is er ten huize Polleke Pik slechts één iemand opgewekt: de hond die steevast kwispelend de slaapdronken baasjes begroet.

Een andere rode draad doorheen radiospotjes, is dat ze vaak grappig bedoeld zijn. De luisteraar wordt in een mum van tijd naar een meestal buitengewoon flauwe “pointe” gevoerd. Zo flauw, dat zelfs Geert Hoste hem niet zou kunnen gebruiken. En elke ervaren moppentapper weet dat een goede grap slechts eenmaal leuk is, en een flauwe grap nooit. Dat is een vuistregel, een universele wetmatigheid. Radioreclamemakers zouden er beter aan doen hiermee rekening te houden, alvorens hun geesteskind zes weken lang om het kwartier op de luisteraars los te laten. Maar ja, zij geloven nog in het adagium: de kracht van reclame is de herhaling.
En toch, en toch, is er soms radioreclame die mij kan doen glimlachen. Nu ja, glimlachen… eerder een nauwelijks waarneembare trilling van mijn rechtermondhoek. “Deze week in Humo…”. Tja, Guy Mortier en Humo hebben bij mij altijd een streepje voor gehad.

Heel vaak is zo een spotje opgebouwd rond een klassiek rollenspel. Een dialoog tussen twee vriendinnen, of tussen man en vrouw. Is het u ook al opgevallen dat de man dan bijna altijd een domme oen is, en de vrouw een voorbeeld van onaardse intelligentie? Dan hoor je de feministes niet klagen! En dat zijn ook altijd weer diezelfde stemmen hé! Alsof er in heel België slechts een dozijn mensen te vinden is om die spotjes in te spreken. Eerst bezweert een zwoele vrouwenstem je dat Danone Light (met actieve Bifidus !) goed voor je spijsvertering is, vervolgens hoor je krak datzelfde mens je Rennies aanpraten!

Eén ding hebben alle radiospotjes gemeen: het infantiele niveau. “Wij zijn de knakworstjes, ga allemaal opzij”, dat genre bedoel ik. Laat het duidelijk zijn: voor radioreclamemakers zijn de luisteraars domoren, kleuters, ezels, waartegen je kleutertaal moet praten, willen ze begrijpen waarover het gaat. En bij kleuters horen natuurlijk ook kleutermuziekjes, liefst “catchy”, zo van die kenwijsjes die blijven hangen. Wel, nadat ik een hele dag met “toe toetoe toe” (Ethias) of “fun fun fun fun” (Fun) in mijn hoofd heb gezeten, associeer ik die firma’s vooral met iets vervelend. Zoals een hondendrol waar je in hebt getrapt en waarvan de geur je, ondanks al je stiekeme pogingen om hem ergens aan het vasttapijt af te vegen, blijft achtervolgen.
Inderdaad, het is zeer zeker de bedoeling om een merknaam aan een kenwijsje of slogan te koppelen. Om aldus een soort Pavlov-reactie aan te kweken bij de arme luisteraar die bij het horen van de kreet “Aan tafel!” onmiddellijk visioenen moet krijgen van boordevolle potten met lillende mayonaise van Devos-Lemmens.

Is het u ook al opgevallen dat radioreclame overal bovenuit komt? Staat je radiootje het ene ogenblik nog zachtjes een onopvallend achtergrondmuziekje te spelen, dan krijst even later Gamma’s Franky Bakeljauw “Mannekens!" door de kamer, waarop al je collega’s “Ja vader!" antwoorden. Naar het schijnt is dat een technisch foefje. Niet enkel het volume wordt opzettelijk opgetrokken, ook de toonhoogte wordt aangepast. Ik hoorde dat sommige fabrikanten van radiotoestellen een soort reclamefilter inbouwen die de ergerlijk snerpende reclameblokken onderdrukt. Tot grote ergernis van de reclamemakers, natuurlijk.

De boodschap zelf dan. De inhoud. Tja, breek me de bek niet open. Dit gaat het bestek van mijn blog te buiten: Google biedt me maar 1 gigabyte ruimte. Toch, heel kort, wat commentaar. Er is de laatste jaren een nieuwe trend: gebruikers van een bepaald product een naam opkleven, waarschijnlijk in de hoop dat er een soort groepsgevoel ontstaat waardoor deze mensen eeuwig trouw blijven aan het product.
“Word Proximus en krijg honderd SMS’jes gratis!“
“Ben jij al Base?“
Nog even gezwegen over het taalkundig misbaksel dat een zin als “Word Proximus” in feite is (word groen, word blauw, word groot of word verstandig: dat is correct. Word kast, word auto, word Microsoft of word Proximus: ik zou mijn ex-leraar Nederlands eens moeten raadplegen, maar volgens mij schort er iets aan die constructie). Ik vind zo een slogan ook een grote inbreuk op mijn privacy. Alsof het afsluiten van een abonnement iemand het recht zou geven me een stempel “Proximus” op het voorhoofd te plaatsen.

Maar er is iets dat nog erger is dan radioreclame. Het summum van ergerlijkheid, zeg maar.
Dat kan niet, het is totaal onmogelijk dat er op deze aardkluit iets is, dat nog infantieler, opdringeriger, irritanter, stompzinniger, hemeltergender, debieler en opgefokter is dan radioreclame, roept u nu uit! Toch wel: Franstalige radioreclame. Ik heb namelijk de hele dag een Brusselse radiozender op staan; en ik bezweer u: daar kunnen wij Vlamingen nog iets van leren. Als u dacht dat die kerel van “Hebbes” hysterisch kon doen, dan stel ik voor: stem eens af op Classic 21. Maar keigoede muziek, dat wel. Luister: ze spelen net “Wish you were here” van Pink Floyd. Gedaan met bloggen: luisteren en genieten, Polleke!

So, so you think you can tell,
Heaven from Hell,
blue skies from pain.
Can you tell a green field from a cold steel rail?
A smile from a veil?
Do you think you can tell?

woensdag 5 september 2007

George W

Laat me het eens over politiek hebben vandaag.
Zonet lees ik in de krant “De Amerikaanse president George Bush vraagt zich af hoe de geschiedenis over hem zal oordelen.” Tja George, kwel jezelf toch niet met deze volstrekt retorische vraag. Er is immers slechts één antwoord op mogelijk, en wel dat je er een zootje van hebt gemaakt. Correctie: een ZOOI. Je hebt er voor gezorgd dat je opvolger (of opvolgster?) in feite met een achterstand van 8 jaar begint, want zolang zal het duren om alles weer recht te zetten wat jij in eenzelfde periode hebt verknoeid.
Blijkbaar ben je ook een beetje bezorgd over hoe je in de toekomst je dagen zal doorbrengen, want ik lees: “Bush geeft ook toe dat hij niet goed weet hoe hij later zijn tijd zal doorbrengen.” Terecht, George. Good thinking, voor een keer! Ik kan me eerlijk gezegd ook slechts weinig inbeelden waarmee iemand met jouw capaciteiten zich kan bezighouden. Louche predikant? Ambassadeur van de A.A.? Cliniclown? Ik suggereer maar wat hoor! Nee, even ernstig nu: doe gewoon niets! Neem het er rustig van, ga in je hangmat liggen en kom er de volgende 40 jaar niet meer uit. Want alles wat jij doet, heeft nare en verstrekkende gevolgen voor de wereldvrede, het milieu, de werkgelegenheid, de broodprijs en het aantal kikkers in mijn tuinvijver (17, bij de laatste telling!).

Nu, ik wil eigenlijk toch niet te negatief oordelen over G Double-U Bush. Hij is het levende bewijs van de American Dream: je kan in dat land àlles bereiken. Zelfs al ben je een alcoholicus geweest, zelfs al ben je een psychopaat, zelfs al kan je amper een voorgekauwde zin nazeggen waarin één moeilijk woord voorkomt, zelfs al zie je eruit als een sul, of als een chimpansee: je kan het tot op het hoogste schavotje schoppen. Zelfs tot President of the US.
En eerlijk gezegd, George, ik moet toegeven dat de balans van jouw presidentsschap niet geheel negatief uitvalt. Want één ding had je wel: gevoel voor humor. En dat is toch wel een van de belangrijkste zaken in het leven, niet? Wat hebben we vaak gelachen om jou! Tik in YouTube.com maar eens “George Bush” in, en je krijgt genoeg grappig materiaal voorgeschoteld om je drie avonden lang te pletter te lachen. Geen enkele andere mens op deze planeet, zelfs Urbanus niet, is zo grappig. Alleen al je versprekingen hebben stof geleverd voor tientallen legendarische videoclips, zoals deze: http://www.youtube.com/watch?v=xhqKoqqS0XI.
En dan die mimiek! Die hondenogen, dat pruilmondje: onweerstaanbaar grappig. Kom, een voorproefje: Bush verwikkeld in een waanzinnige conversatie met Condeleeza Rice: http://www.youtube.com/watch?v=zfwRb_XKFvA



De vraag waarmee jij worstelt, nl. hoe de wereld later over jou zal oordelen, is zelfs helemaal niet de vraag die de wereld nu bezig houdt. Het zal ons werkelijk worst wezen! Wat we ons vooral afvragen is, of de volgende president het beter zal doen. De pientere lezer merkt nu allicht op, dat het moeilijk slechter kan. Doch opgelet! Presidenten en premiers (en ik beperk me nu niet enkel tot Amerika) zijn maar al te vaak schertsfiguren gebleken. Schertsfiguren met bijzonder veel macht, jammer genoeg. Zelfs filmacteurs met volgend wereldbeeld konden 8 jaar lang de wereld regeren (klik op de tekening om ze te vergroten):


Hilarisch, niet? Maar wel vrij accuraat, dus eigenlijk eerder “tragisch”!

Ach, het collectieve geheugen van deze aardbol zal zich de heren Bush, Reagan, Berlusconi of Sarkozy niet lang herinneren. Ze zullen allicht nog een tijdje in de Wikipedia of in de rubriek “humor” van YouTube blijven rondhangen. De échte wereldleiders daarentegen, die zullen nog tientallen jaren nazinderen. Ghandi, Mandela, Martin Luther King of de Dalai Lama, om er maar enkele te noemen.

dinsdag 21 augustus 2007

Meer domheid dan waterstof

Een reactie van de echtgenoot van Annette Van Houtte, naar aanleiding van het speleoongeval in Spanje op 4 augustus 2007 en de manier waarop het in de media verhaald werd.

Frank Zappa zei dat er meer domheid dan waterstof in het universum was, en gelijk had hij. Je hoeft maar, op gelijk welke nieuwssite, de reacties te lezen van Jan-met-de-pet, om die boutade bevestigd te zien. De doorsnee Vlaming is sowieso al een krak als het over cafépraat gaat, maar eens verscholen achter de anonimiteit van een computertje, gaan alle remmen los. Over alles en nog wat wil hij (of zij) zich dan een mening vormen, ook over zaken waar hij geen moer van af weet. En laat nu net speleologie één van die activiteiten zijn waar het grote publiek zich werkelijk maar weinig bij kan voorstellen. Jammer maar helaas: grotten zijn een verborgen wereld, en de mensen die ze ontdekken en exploreren zijn evenmin zichtbaar. Wat doen ze daar? Hoe gaan ze te werk? Wat drijft hen? Hoe klimmen ze die putten uit? Zovele vragen blijven onbeantwoord, want speleologie is immers de enige activiteit ter wereld, waarbij de deelnemers uit het zicht verdwijnen van zodra ze van start gaan.

In het allerbeste geval heeft de brave burger al eens een toeristische grot bezocht, u weet wel zo een spelonk met trappen, betonnen paadjes, TL-verlichting en een horizontaal parcours. De kans daar nog een losliggend rotsblok op je tenen te krijgen is vrijwil nihil. Met wat geluk kan hij daarna een stalactiet van een stalagmiet onderscheiden, maar dit volstaat echt niet om zich nog maar in de verste verte een beeld te vormen van een grot die 1000 of meer meters diep gaat (jawel recht omlaag dus!), zich over tientallen kilometers uitstrekt, waarin woeste ondergrondse rivieren bulderen, gigantische zalen voorkomen waarin je moeiteloos het Heyzelstadion kan nabouwen, rotsblokken liggen zo groot als 40 ton zware vrachtwagens, of die met verticale putten beginnen waarin je de Onze-Lieve-Vrouwe kathedraal van Antwerpen 3 keer op elkaar kan stapelen.
Grotten waarin tochten geen 45 minuten duren, zoals het klassieke wandelingetje in de Grotten van Han, maar wel 24 uur, of meerdere dagen. Grotten waarvan het exploreren fysiek, technisch en organisatorisch overeenkomt met het beklimmen van 8000 meter hoge bergen in de Himalaya… Alleen is hier niemand om je gade te slaan en achteraf te zeggen: knappe prestatie. Neen, meestal hoor je: “Zeg wat hadden die gasten daar eigenlijk te zoeken in die grot? Kunnen ze zo'n grotten niet beter afsluiten?”

Speleologie is een waardevolle activiteit. Mogelijk waardevoller dan een massa andere bezigheden - skiën bv. - waarin mensen op één week tijd overigens meer benen en voeten breken dan in de hele wereldwijde speleogeschiedenis (skiërs worden in het winterseizoen met volle gipsbussen of -vliegtuigen tegelijk naar huis afgevoerd - maar opgelet: mij hoor je niet klagen. Laat de mensen gerust hun sport beoefenen).

Moet een hobby persé een (maatschappelijk) nut hebben? Neen, gelukkig maar, anders konden we zowat elke vorm van vrijetijdsbesteding opdoeken. Maar laat speleologie nu net wél iets zijn dat op tal van domeinen een belangrijke bijdrage levert. Enkele voorbeelden - willekeurig en allerminst limitatief:
Dankzij het exploratiewerk van Vlaamse speleologen hebben dorpen op het Yemense eiland Soqotra (woestijnklimaat) nu drinkbaar water. Diverse skistations in de Franse Alpen worden voorzien van water, opgepompt uit ondergrondse rivieren die door speleologen zijn ontdekt. Speleologen liggen aan de grondslag van vele grote archeologische ontdekkingen (de in 1994 ontdekte Grotte Chauvet bv. met de meeste, mooiste en oudste grotschilderingen ter wereld). Alle toeristische grotten, die jaarlijks miljoenen bezoekers aanlokken en zelfs volledige dorpen van inkomsten voorzien (Han-sur-Lesse), zijn door speleologen ontdekt, geëxploreerd en in kaart gebracht. Dankzij de goede samenwerking van Belgische Speleologen en het Waals Gewest, weten burgers dat ze geen bouwgrond kopen waaronder zich een grot bevindt, waardoor hun huisje een paar jaar later scheefzakt (Zie Atlas du karst Wallon).
Speleologie is een sport, maar met vele wetenschappelijke zijwegen: biologie, geologie, hydrologie, archeologie, paleontologie, cartografie om er maar enkele te noemen, en met al die disciplines zijn speleologen bezig en begaan. Een doorsnee speleoloog is een sportman én wetenschapper tegelijk. Een boeiender hobby kan je amper bedenken.

Het exploratiewerk van Annette's club, SC Avalon, wordt op internationaal niveau geprezen. Gaat u eens met de Spaanse of Franse autoriteiten praten daar ter plekke, u zal niet horen praten over "verbieden, afschaffen" maar wel "die Belgen leveren hier al 10 jaar lang puik werk". De grot waarin Annette haar ongeluk had, ligt immers midden in een natuurreservaat. Speleologie gebeurt er in strikte samenwerking met de overheid, en wordt door de Spaanse autoriteiten zelfs als “wetenschappelijk werk” aanzien.
De Anialarra-grotten maken deel uit van een bergmassief van ongeveer 10 bij 15 km groot. Reeds 50 jaar lang wordt dit gebied elke jaar intensief geëxploreerd door speleologen uit o.m. Frankrijk, Spanje, Nederland of België, onder de overkoepelende vlag van ARSIP. In totaal zijn er nu meer dan 500 km (vijfhonderd kilometer, u leest goed) aan ondergrondse galerijen ontdekt, zijn er daar nu 4 grotten die dieper zijn dan 1000 m, en 17 die dieper zijn dan 500 m. Dat zijn kleppers, gelooft u mij gerust.

Speleoclub Avalon vzw bracht op 10 jaar tijd de Anialarra-grot van 9 naar 22 km lengte, voor een verticale diepte van 734 m.
(Nota dd. maart 2023: de jaarlijkse Anialarra-exploraties zijn nog steeds gaande, en tijdens de expeditie van 2022, bereikte de grot de lengte van 49 km en een diepte van 853 m). 

Daar doe je het voor. Twee exploratieteams lossen elkaar af, op 600 m diepte, en wisselen informatie uit. De gezichten spreken boekdelen: de grot loopt verder, er zijn weer nieuwe gedeelten ontdekt.


Speleologie is één van de weinige activiteiten ter wereld waarin nog onverkende gebieden kunnen worden ontdekt. Plaatsen waar nooit iemand tevoren, in geen honderdduizenden jaren, een voet heeft gezet. Het gevoel om als allereerste mens ooit ergens te komen, is onbeschrijflijk! Exploratie heet zoiets, en er was een tijd dat explorators gehuldigd werden, in plaats van harteloos te worden neergesabeld door tooghangers.

Elke berg is al beklommen, elke vierkante meter van deze planeet is bekeken, bestudeerd en gefotografeerd en vanuit onze luie stoel kunnen we met Google Earth er zelfs virtueel heen vliegen en ons even op de top van de Everest neervlijen. Met grotten gaat dat echter niet, en dat is net de charme van speleologie.
Speleologie is het laatste echte avontuur. Zelfs in ons kleine landje, is er nog een onbekende wereld te ontdekken. Speleoclub Avalon ontdekte meer dan 15 km aan nieuwe grotten in België, waarvan sommigen zo waardevol zijn dat ze door de Belgische overheid werden geklasseerd!
Maar helaas: speleologie is voor het publiek zo onbekend, zo vreemd en vooral zo weinig mediatiek dat er met deze vorm van exploratie bitter weinig eer te behalen valt. Niemand die ons bij onze thuiskomst staat op te wachten om ons tot ridder te huldigen. En eigenlijk, beste lezer, vinden we dat niet zo erg want we werken het liefst van al in de obscuriteit. Media-aandacht is ons vreemd. Voor de kwatongen die durven insinueren dat Annette na het ongeval zelf die media heeft opgezocht, zelf heeft gevraagd om persconferenties: integendeel, wij hebben geprobeerd de pers te mijden, maar het is totaal onmogelijk om aan die druk te weerstaan. Tientallen telefoontjes, e-mails, of ze staan gewoon voor je deur: u kan het zich niet inbeelden. Na onze terugkomst in België, hadden wij gehoopt dat het intussen "oud nieuws" zou zijn, en dat wij verder konden met ons leven. Niet dus. De media wilden persé het verhaal afronden...

Maar wat we wél erg vinden, is dat die media-aandacht ons enkel ten deel schijnt te vallen wanneer er eens uitzonderlijk iets misloopt. Dan lijkt het alsof hemel en aarde vergaat en alsof morgen de belastingen omhoog moeten gaan om die reddingskosten te kunnen betalen. Het ongeval van Annette was daar een goed voorbeeld van. Het was volle komkommertijd en dat hebben we geweten.
Uit vroegere ervaringen weet ik al wel dat je minstens de helft van wat er in de krant staat, met een zware korrel zout moet nemen. Deze keer hebben we vastgesteld dat het eerder 75% moet zijn. Een teenbreuk werd een beenbreuk; een diepte van 500 m werd 5 kilometer; tijden, leeftijden, gewichten, afstanden werden naar eigen goeddunken gehalveerd of verviervoudigd. Er werden kaartjes getoond van compleet andere grotten zoals de Gouffre de la Pierre St Martin terwijl het ongeluk gebeurde in het Systeem van Anialarra. 

Het nieuws (VTM/ATV) viste oude archiefbeelden op van een redding in een andere grot (je zag brandweerlui in de weer met pompen en slangen... maar de berg waar wij exploreren is gortdroog: alle water zit 400 m diep onder de oppervlakte!). Men toonde te pas en te onpas “de grotingang” doch het was wel een andere, die er zowat 6 kilometer van verwijderd ligt maar toevallig vlak naast de weg, en niet ver van het restaurant waar de voltallige persmeute zijn kamp had opgeslagen. Sommige nieuwszenders gingen zelfs onze leegstaande woning filmen, en de buren interviewen. Men pikte ongegeneerd foto's van onze website.

VTM diste een journalist op die kwam beweren dat Annette totaal uitgeput was (moe was ze zeker, echter tot op het laatste moment lucide en alert), dat ze zich schuldig voelde, vergiffenis aan haar redders had gevraagd, stijf stond van de antibiotica die ze ondergronds had gekregen (ze is allergisch aan antibiotica, en de speleoartsen hebben dat dan ook niet durven toedienen), dat het de grootste reddingsactie ooit was, een nachtmerrie, een catastrofe. En wat te denken van "ze vertrok naar het ziekenhuis zonder haar redders te bedanken": hoe grof kan een journalist wel niet zijn?
Sorry kerel: droom maar lekker verder, maar hou een volgende keer je sensationele fantasieën voor jezelf, in plaats ze aan half tv-kijkend Vlaanderen voor te schotelen. Je speelt met mensen hun gevoelens, en ik ben vrij zeker dat je het zelf evenmin zou op prijs stellen, mocht iemand over jou op tv nonsens staan uitkramen. En kijk eens wat meer naar de collega's van VRT, die de hele reddingsactie heel wat serener en objectiever brachten.

Maar het ergste van al: iemand - allicht een zelfverklaarde specialist in speleologiereddingen - ging eens zelf even becijferen hoeveel die redding zou kosten, en kwam na een ongerijmde berekening op 125000 Euro. Wat resulteerde in een tekst in een artikel: Redding kost ‘maar’ 125000 Euro. Let op de ‘maar’ die door de journalist bewust tussen aanhalingstekens werd geplaatst.
Vertelt u mij eens: wat is de journalistieke waarde van zo’n kop? Waarom die ‘maar’ met aanhalingstekens?
Bedoelde hij, dat de burger nog van geluk mocht spreken, dat het niet meer was?
Die titel was overduidelijk bedoeld om wat vuur te stoken.
En inderdaad, dit bedrag werd door de andere kranten overgenomen en ging gauw een eigen leven leidden. En bepaalde oude dametjes die nu eenmaal alles geloven wat er in de krant staat, begonnen zich alvast zorgen te maken en hielden hun hand stevig op hun “sakosje” en hun portemonnee. Want wie weet draaiden zij daar wel voor op, voor die Van Houtte, dat roekeloos stuk BV! Vast en zeker had ze haar voet opzettelijk gebroken, om aldus ook eens op tv te kunnen komen.

Wel sta me toe om even wat toelichting te geven. De berekening van onze journalist is te absurd voor woorden. Wat te denken van 4000 Euro voor een mobiel hospitaal (dat er niet was), of 23000 (drieëntwintigduizend!) Euro voor voedsel voor het reddingsteam: dacht hij soms dat we elke dag in het plaatselijke driesterrenrestaurant zijn gaan eten? De reddingswerkers zijn drie dagen in de weer geweest, hoofdzakelijk in de grot, en daar speel je op 24 uur in het beste geval een paar Snickers en een suikerwafel binnen. De mensen buiten hebben twee keer een uitgedroogde sandwich gegeten. That’s it. Een reddingsactie betekent: alles geven dat je in je hebt, niet slapen, geen tijd voor eten, het is werken en nog eens werken.
En ons wiskundig genie baseerde zich ook op 74 "specialisten" gedurende 3 dagen, aan 25 Euro per uur. Onze cijferaar was al wel zo goed geïnformeerd dat hij wist dat brandweer, Guardia Civil e.d. niet in rekening mochten worden gebracht (zie verder), maar dat die "specialisten" dus de gewone Franse en Belgische speleologen waren, die daar quasi gratis de redding hebben uitgevoerd, zover ging zijn kennis niet. Een bedrag van zomaar even 70000 à 80000 Euro becijferde hij daarvoor. Mag ik alvast de bankrekening van onze club geven? Van onze expeditie alleen al, namen er 12 mensen gratis aan de redding deel!

Tevens even opmerken dat er op geen enkel moment zoveel mensen tegelijk bezig zijn geweest. Zo gaat dat: een reddingsactie bouwt zich op en er worden ploegen gevormd, die elkaar aflossen. Er waren meer dan 15 verschillende ploegjes aan het werk, die elk hun deel van de klus klaarden en dan weer uit de grot gingen.

Mensen denken blijkbaar dat zo een redding enkel gebeurt door de bekende hulpdiensten zoals brandweer, gendarmerie of Civiele Bescherming. Die indruk wordt opnieuw door de media gewekt, die natuurlijk veel liever en gemakkelijker een spectaculaire rode Landrover met een blauw knipperlicht filmen, dan een ploeg hardwerkende speleologen die zich diep onder de grond, en ver van de camera’s, in het zweet werkt. De media die telkens weer opnieuw in het nieuws zeggen: "reddingswerkers van de brandweer zijn bezig met de redding uit te voeren."
Nee, VRT, VTM en anderen, schrijf het op, pin het boven uw bed, leer het nu eens van buiten: een redding in een grot wordt uitgevoerd door speleologen. Aangezien het afdalen in grotten veel kennis vereist van speciale technieken, en het uit een grot takelen van een brancard nog veel meer, gebeurt de ondergrondse redding enkel door mensen die het ondergronds milieu kennen en zich daar veilig in weten voort te bewegen. Speleologen redden zichzelf en/of elkaar, en dat is een uniek gegeven dat in vrijwel geen enkele andere sport bestaat. Professionals? Nee, het spijt me u te moeten teleurstellen, er zijn geen professionele speleologen.

Amateurs wel dus, mensen zoals Annette zelf. Mensen die speleologie als hobby beoefenen, in clubverband, en die zich daarenboven ook nog eens geschoold hebben in ondergrondse reddingstechnieken, om aldus hun medespeleoloog in noodsituaties te kunnen helpen. Deze mensen zijn georganiseerd en gestructureerd in een orgaan dat “Speleo Secours” heet, maar nogmaals: het is geen officiële overheidsinstelling, maar wordt wel erkend (en in België is er bv. een conventie tussen de Spéléo Secours Belge en de Protection Civile).
En neen, die mensen riskeren daar hun leven niet, een reddingsactie verschilt niet zoveel van een gewone grotuitstap. Die mensen zitten in een (ondergronds) milieu dat ze door en door kennen, waarin ze zich goed voelen en graag vertoeven.
De meeste speleo’s zijn trouwens terug uit de grot gekomen met fonkelende ogen. Doodmoe, maar gelukkig en blij. Blij om aan de redding van een vriendin te hebben kunnen meewerken (want Annette kende het merendeel van haar redders al sinds jaren), maar ook blij om zo een mooie en formidabele grot te hebben kunnen bezoeken als de Anialarra. Sommigen hebben zelfs hun diepterecord gebroken, zoals de speleodokter, Ph. Cretal, die in het eerste team zat dat bij het slachtoffer is geraakt. De man was nooit 600 m diep gegaan en is nu een ervaring rijker.

De berekening van onze journalisten loopt dus manker dan mank. Ikzelf heb reeds enkele malen deelgenomen aan een reddingsactie in België, en ik kan me echt niet herinneren dat ik daar rijk mee geworden ben. Sterker nog: ik zou er nog niet voor betaald willen worden! Speleologen onderling zijn zeer solidair. Ik red jou, de volgende keer red jij mij. Centen hoeven we daar niet voor.
Het is wel zo dat in sommige landen, die vrijwilligers een kleine vergoeding krijgen voor de uren dat zij bezig waren (en was het maar 25 Euro/u, zoals de journalist becijferde! Het is er nog geen fractie van!), maar deze kost wordt niet aan het slachtoffer aangerekend, vanuit het principe: reddingsdiensten zijn gratis, in de meeste Europese landen.
Nota: na de reddingsactie ontvingen de 12 speleologen van Speleoclub Avalon en de Anialarra Expeditie, die meewerkten aan de redding, elk +/- 100 € onkostenvergoeding. Zonder enige uitzondering hebben zij allen dit luttele bedrag afgestaan ten bate van de expeditie zelf.  

En volgens datzelfde principe, is ook de interventie van Brandweer, Civiele Bescherming of Guardia Civil, gratis. Want inderdaad, die hulpdiensten zijn soms eveneens bij zo een redding betrokken, maar dan voor logistieke ondersteuning, zwaar materieel, radioverbindingen, eventueel helikoptertransport. En zij vervullen een zeer nuttige en noodzakelijke rol, en tijdens deze redding was de samenwerking tussen al deze diensten en de Speleo Secours, optimaal, en wij danken hen van ganser harte.
Die diensten, die bestaan al, die staan reeds ter beschikking van de hulpbehoevende bevolking. Of er nu al dan niet een huis in brand staat, een verdwaalde wandelaar van een berg moet worden gehaald of uw kelder moet worden leeggepompt, of er zelfs gewoonweg niets te redden en te helpen is die dag! Zo is onze democratische maatschappij nu eenmaal georganiseerd, en de dag dat uw huis in brand staat, uw kelder ondergelopen is of u uit een autowrak moet worden gepeuterd, zal u daar héél blij om zijn en het nut van deze diensten allerminst in vraag stellen (en hoogstwaarschijnlijk evenmin aandringen om toch maar een factuur te krijgen).
Uiteraard, hebben deze diensten tijdens een interventie extra kosten: overuren, benzine, materiaal, enz. Doch deze zijn niet in de grootte-orde van wat sommige kranten hebben doen circuleren! En mochten er toch van dergelijke kosten worden aangerekend: elke speleoloog van het Verbond van Vlaamse Speleologen, is verplicht zich te verzekeren. En een belangrijke waarborg van die verzekering betreft het luik “reddings- en opzoekingskosten”.

Ter info: bij wijze van oefening hebben we, samen met de mensen van de Speleo Secours Français, de kosten geraamd. We kwamen aan 1/10 van het bedrag van onze journalist-specialist. En is tenslotte, al dit gecijfer niet totaal ongepast? Want uiteindelijk, wat zijn we nu aan het berekenen? Juist ja, de prijs van een mensenleven.

Om af te ronden: er gebeuren in speleologie uitzonderlijk weinig ongevallen. Slaat u er de kranten van een heel jaar maar eens op na. De weinige ongevallen (in België +/- 2 per jaar) die er dan nog gebeuren, zijn meestal banaal, en komen vaak voor bij dagjesmensen die voor de eerste keer in hun leven eens een grottochtje maken. Dat zijn zelfs geen speleologen!
Echte speleologen zijn zich terdege bewust van de risico’s en proberen, door doorgedreven training en oefeningen, deze tot een minimum te beperken. Doch, zo eens in de 40 jaar (mijn vrouw beoefent WEKELIJKS speleologie, sinds haar 9de) gebeurt er dan toch eens een ongelukje. Een rotsblok dat plots omkantelt, een voet die zich op de verkeerde plaats bevindt. Een fractie van een seconde... en te laat.
Ook de beste automobilist maakt wel eens brokken, op een 40-jarige carrière, en het is verdomd hard om daarop te worden afgerekend, zeker wanneer het je fout niet was… zoals bij Annette.

Vrouwtje, je bent een kei, trek je van alle praat op de nieuwssites niets aan. Binnen een paar maanden sta je er weer, en verkennen wij samen weer nieuwe werelden. Laat die Jan en Maria Modaal gerust denken wat ze willen, verder hun pint leegdrinken en hun breiwerk hervatten. En wat een geluk dat ze niet allemaal in die grotten willen kruipen. Het is er zo al soms krap genoeg.