woensdag 29 oktober 2008

Walen en Westvleteren

Oewie zekt dat er een communautaire problème iez? Dat iez nie oewaar! Mais enfin!

Telkens ik het kleuternederlands hoor van Joelle Milquet, krijg ik een lachkramp.
Ministers worden geacht tweetalig te zijn. Perfect tweetalig. Voor minder gun ik hen mijn belastingsgeld niet.
Milquet daarentegen, is tweezinnig. Daarmee bedoel ik dat ze er in het allerbeste geval in slaagt twee zinnen “Nederlands” te hakkelen. Daarna schakelt ze gauw over op het Frans. Op die twee zinnen heeft ze dan ongetwijfeld een half uur staan oefenen. Op enkele witte merels na (Rudy Demotte bv.) geldt datzelfde eveneens voor driekwart van haar confraters (ministers, parlementariërs en andere politiekers). Het is de perfecte illustratie van wat er in dit land misloopt. Eén landshelft die de taal van de andere niet begrijpt en/of niet spreekt. En dan weten dat we hier over de elite spreken, de hoger opgeleiden en universitairen. Het geeft te denken.


Wat zeg je? Dat Milquet haar best doet? Sorry – dat is niet genoeg, in dit geval. Die mensen verdienen minstens drie keer meer dan Jan Modaal – die voor zijn werk vaak wel de godganse dag in 4 talen mensen te woord moet staan – en hebben ervoor gekozen om aan nationale politiek te doen. Van mij moeten ze geen enkel medelijden verwachten. Dat ze maar op taalbad in Spa gaan!

Maar inderdaad, België kraakt in zijn voegen. Nooit eerder liepen de communautaire standpunten zo ver uiteen. En toch, en toch; is het allemaal zo simpel. Walen leer Nederlands, Vlamingen leer Frans! Meer moet er niet gebeuren. De praktische uitwerking ervan laat ik aan de dames en heren politici over. Maar een tip: begin er in de kleuterklas mee. Geef elk kind gedurende 2,5 dagen per week les in het Nederlands, en gedurende 2,5 dagen in het Frans. Binnen het jaar kennen die ukjes beide talen, en tegen dat ze naar het lager onderwijs gaan, zijn ze zo perfect tweetalig als Yves Leterminateur.
En oh ja, beste Walen: begin eens met het ondertitelen van films, interviews of gelijk welke TV uitzending waar iemand een andere taal praat dan het Frans. Want alles wordt daar “gedubt” , zelfs radio-interviews. Dan hoor je 3 seconden een Vlaming praten (of Amerikaan, of whatever) en hop het volume gaat dicht en één of andere Franstalige Clo-Clo neemt het over. Hoe kan men nu ooit een taal leren indien men ze niet mag beluisteren? Stop met dat dubben! En dan zouden jullie eindelijk ook eens weten hoe Arnold Schwarzenegger werkelijk klinkt (tamelijk belachelijk als je het mij vraagt).
Officer Crabtree van Allo Allo in het Frans? Fawlty Towers, Blackadder of Monty Python in het Frans? Kan je je dat voorstellen? Ik word niet goed, zou Sjef Van Oekel hebben uitgeroepen!

Zelf ben ik bijzonder gefrustreerd wanneer ik op reis ben in een land waarvan ik de taal niet ken. Je hoort mensen praten, je ziet krantenkoppen, men vraagt je iets: het klinkt allemaal Chinees en dan voel ik me oerdom en gefrustreerd. Met dat gevoel moeten honderduizenden Walen dus zitten. En allicht heel veel Vlamingen ook. Want zo fantastisch is het nu ook weer niet gesteld met de talenkennis van de doorsnee Vlaming. Akkoord, we spreken meestal een woordje Frans, Engels en Duits, maar perfect tweetalig kan je ons evenmin noemen. Maar kom, we slaan ons uit de slag.

Ik kom zo goed als elke dag in contact met Franstaligen. Via telefoon, mail of op vergaderingen. Geloof me vrij: de toestand is dramatisch. De meeste van hen kennen dus echt geen woord Nederlands, het is voor hen even onbegrijpelijk en abstract als Hongaars of Turks. Zij die het wel kennen, kunnen het in het allerbeste geval lezen of schrijven, maar amper praten en zeker niet verstaan. Maar aan dat laatste zijn we zelf vaak schuldig: Vlamingen praten onder elkaar immers geen Nederlands maar hun plaatselijk dialect. Indien zelfs een Hollander al niet kan volgen wanneer je hem in een gezelschap West-Vlamingen of Antwerpenaren zet, hoe kan je dan verwachten dat een Waal het zou kunnen?

Enfin… (ziedaar een Frans woord!) ik ga me er niet langer in opwinden. Ik wou het immers over iets totaal anders hebben, en wel over onze missie naar Westvleteren. Ik ben echt wel een liefhebber van Belgisch bier. Elke week worden ten huize De Bie wel enkele Rocheforts, Hoegaardens of Westmalles verzet. Maar één van de lekkerste bieren, Westvleteren Sixtus Abt 12, is zomaar niet te koop in de handel. Dat is nooit het geval geweest, dit bier (één van de 6 echte trappistenbieren van België) kon je enkel gaan kopen in de abdij zelf. Zoveel je wou. Dat ging jaren goed, tot in juli 2005 dit goddelijk gerstenat door de Amerikaanse site http://www.ratebeer.com/ werd verkozen tot “beste bier ter wereld”. Let wel: er waren 30000 andere bieren in de running. Uiteraard is zoiets een volledig subjectieve beoordeling, en ik kan me best voorstellen dat sommige mensen het bier zelfs niet lekker vinden: het heeft een buitengewoon volle, fruitige en gekarameliseerde smaak.
Dat veroorzaakte een ware stormloop. Kilometerlange files voor de abdij. Het werd een echte hype. Snode lieden doken op, die het bier aan woekerprijzen begonnen te verkopen. Zoek maar eens op Ebay, zo’n flesje gaat vlot voor 10 Euro weg! (overigens, ik heb oprecht te doen met al die Amerikanen, die zich blauw betalen om zo 1 of 2 flesjes naar de States te laten opsturen. Maar gelijk hebben ze: it is about the closest thing to an orgasm in a bottle).

De paterkes wisten niet waar ze het hadden. Maar, het moet gezegd, ze bleven trouw aan hun principes. In plaats van het bier massaal te beginnen exporteren - zoals alle andere abdijen wel deden - en er rijk van te worden, bedachten ze een reeks beperkende maatregelen. Ik bespaar jullie de historiek ervan, maar de situatie is nu als volgt. Via website of een speciaal telefoonnummer kan je te weten komen wanneer het bier beschikbaar is, want ze brouwen dat slechts nu en dan. Op die bepaalde dag – en enkel die dag! - kan je dan bellen naar een “biertelefoon”. Je kan dan je bestelling plaatsen, maar opgelet: maximaal 3 kratten van 24 flesjes per telefoonnummer en per nummerplaat en per maand!
Jawel, men noteert het nummer waarmee je belt (dus vanaf een anoniem nummer bellen gaat niet), en men wil weten met welke auto je het komt afhalen. Eens besteld, krijg je een datum en tijdstip om het te komen afhalen! En: je moet je engageren het bier niet verder te verkopen, het is enkel bestemd voor particulier gebruik!
Het is een mooi systeem, waarmee iedereen evenveel kans maakt, en waarmee vooral de echte bierliefhebber wordt bereikt, want je moet er nu echt al iets voor over hebben! In de praktijk bleek het echter niet zo eenvoudig als het klonk.
Op een goede dinsdag was het dus zo ver: je kon die dag telefonisch reserveren, enkel van 9u15 tot 12 u. Wel, ik heb die ochtend exact 2,5 uur lang geprobeerd om daar binnen te geraken. Het was nog erger dan tickets voor Metallica of AC/DC proberen te bestellen. Iets voor twaalven (ik had de hoop al opgegeven) kreeg ik dan toch zo een bruin paterke aan de lijn. Hij noteerde braaf mijn bestelling en nummerplaat en zegde: volgende week maandag afhalen om 15u45.
Lap! Dat kostte me een dag verlof. Maar het genot van een Westvleteren Sixtus 12 kent geen prijs. En zo kwam het dat Annette en ik die maandagmiddag richting Westvleteren tuften, een tocht van heen en weer zo’n 280 km want die abdij ligt dus echt wel ver weg in de Westvlaamse pampas. Het was mooi weer, en de veldweggetjes van de Westhoek lagen er schitterend bij. “Geguchten” met ronkende namen als Poperinge, Woesten of Elverdinge gleden voorbij. Tussen de soldatenkerkhoven en tractoren door slalommend, bereikten we stipt op tijd de abdij. Alles stond gereed en binnen het kwartier waren we de trotse eigenaars van 72 flesjes van het bruine sap. Puur vakmanschap overigens, dit is bier dat met broederliefde is gebrouwen, en wars is van alle protocol. Ongefilterd, ongepasteuriseerd. Bruine stevige flessen, zonder enig etiket en met als enige markering “Trappist”, in piepende, handgemaakte houten kratten. Meer moet dat niet zijn. En de prijs? Een belachelijke 1,5 Euro per flesje, daar koop je in de Delhaize nog geen Westmalle voor! Nee, die Sistercienzer-paters zijn echt wel integer tot en met. Voorzichtig reden we terug naar huis; in de koffer rinkelden 72 flesjes met een Ebay-straatwaarde van minstens 500 Euro een hemels melodietje…


Ziezo, met deze voorraad hopen we wel enkele jaren te kunnen doen, want zo’n Westvleteren drinken dat is een ritueel. Daar moet een goede aanleiding voor zijn! Om naar FC De Kampioenen te kijken zal een Chimay 8 en een zak chips ook wel volstaan!

En oh ja, beste makkers, maten: willen jullie ook eens een Westvleteren 12 drinken, gelieve dan te bellen naar de bier-o-foon van de Sint-Sixtusabdij 070 21 00 45. Als je een echte liefhebber bent, dan heb je dat er wel voor over. Hier in Edegem houden wij ons strikt aan de afspraak: het bier is uitsluitend bestemd voor persoonlijk gebruik :-)) . Voor écht goede vrienden wil ik heel misschien een mogelijke, eventuele, optionele, grote uitzondering maken.
Schol!

donderdag 31 juli 2008

Google Ads

Hoe langer hoe meer websites gebruiken “Google Ads”. Eigenlijk kan je nog amper een website bezoeken, waar het niet krioelt van deze advertenties. Ze staan rechts, of links, of tussen de tekst: overal!
Het principe is als volgt: als je een website hebt, dan kan je een overeenkomst afsluiten met Google, waardoor deze reclameblokjes kunnen tonen op je webpagina’s. Google betaalt je een klein bedrag, telkens iemand zo een webpagina bezoekt. Hoe vaker je website wordt bezocht, hoe meer je verdient. Uiteraard rekent Google aan de adverteerders meer aan, dan ze jou betalen! Vooral de kranten, met hun veelbezochte websites, zijn massaal op die kar gesprongen.
Voor de adverteerders is het natuurlijk veel interessanter om hun reclame te kunnen tonen op een website die bezocht wordt door de doelgroep die zij viseren. Op een website over auto’s moet je reclame maken voor auto’s, autoverzekeringen of onderhoudsproducten. Op zo een site adverteren voor pampers, kleurspoelingen of waspoeder is immers weggesmeten geld. Geen autoliefhebber die daarin is geïnteresseerd.

Google zou Google niet zijn, mochten ze weer niet iets bedacht hebben om ervoor te zorgen dat er automatisch, in functie van de inhoud van de webpagina, de bijhorende reclame wordt getoond. AdSense, noemen ze die wonderbaarlijke technologie. En that’s where the fun begins, beste lezers! Want van enige "sense" is geen sprake, en wanneer je erop begint te letten, dan staat zelfs een bezoek aan de saaiste website garant voor hilariteit. Computers, of de computerprogramma’s die Google gebruikt, hebben immers geen enkel vermogen tot interpretatie van de context van de webpagina. Meer nog, ze begrijpen van de inhoud ervan geen bal. Ze zoeken gewoon naar wat sleutelwoorden, en schotelen je in functie daarvan reclame voor.
Dat kan alleen maar mislopen, denk ik dan.
Na dit fenomeen enkele dagen bestudeerd te hebben, beste lezers, kan ik u over die Google-computer alvast dit zeggen: het is bovenal een cynicus, en enige empathie is hem vreemd. Iemand met zijn sportwagen tegen een boom geknald: hop reclame voor Porsche erbij. Iemand van zijn trap gestuikt? Hop reclame voor een schrijnwerker. Vliegtuig neergestort? Reclame voor goedkope tickets van Ryanair.

Wat? U twijfelt aan mijn woorden?
Daarnet heb ik een kwartiertje rondgesnuisterd op enkele websites van kranten (De Morgen, Gazet van Antwerpen). Ik geef u telkens de eerste regels van het krantenartikel, gevolgd door de advertentie die Google eronder plaatste. Leest U mee? Ik heb er geen letter bij verzonnen!

Ontplofte autoband eist leven van 17-jarige jobstudent
In Kasterlee is een 17-jarige jobstudent woensdagochtend om het leven gekomen bij een arbeidsongeval in autobandenbedrijf Sooi. Een band ontplofte vlakbij de jongen, waarna de wieldop van de band sprong en de jongen wegkatapulteerde. Hij was op slag dood.

Bijhorende Google Advertentie:
Goodyear banden: omdat niet alle banden hetzelfde zijn!


Asielzoeker valt van kraan en raakt zwaargewond
Aan het De Brouckèreplein in Brussel is donderdagochtend omstreeks half vier een asielzoeker uit een kraan gevallen. De man werd zwaargewond afgevoerd naar het ziekenhuis.

Bijhorende Google Advertentie:
Afvallen in 7 Dagen.


Deurnenaar redt zoontjes, maar verdrinkt zelf
DV uit Deurne is zaterdag verdronken in de Spaanse badplaats Malgrat de Mar. Een golf sloeg het rubberen bootje om waarin hij met zijn zoontjes een eindje was gaan varen.

Bijhorende Google Advertentie:
Uw 2e huis in Thailand? Villa met eigen zwembad op 1200 m2 Geniet van de zee en witte stranden


Resten gevonden van 5 kinderen in tehuis Jersey
De politie heeft de resten van minstens vijf kinderen in het door schandalen omringde tehuis op het Kanaaleiland Jersey ontdekt. De verbrande en stukgesneden botten en tanden werden in een kelder van het voormalige kindertehuis Haute de la Garenne gevonden.

Bijhorende Google Advertentie:
Tandcorrectie in Turkije Gezonde & Mooie tanden in vakantie. Kronen & Implantaten nu betaalbaar


Beer met kop in jerrycan doodgeschoten
Een zwarte beer in de Amerikaanse staat Minnesota die in zijn zoektocht naar voedsel met zijn kop klem kwam te zitten in een grote jerrycan, is na een jacht van zes dagen door boswachters doodgeschoten.

Bijhorende Google Advertentie:
Welk beest zoeken we? Los deze puzzel nu op en win € 4.000 cash!


Thaise kinderpornozaak leidt naar Duitse agent
De vervolging van de politieman vloeit voort uit een onderzoek naar een Canadese verdachte in een proces wegens pedofilie in Thailand. De 32-jarige verdachte, Christopher Paul Neil, werd vorig jaar aangehouden nadat Interpol zijn portret had verspreid. Hij is aangeklaagd wegens seksueel misbruik van een Thaise jongen van negen jaar. Hij ontkent schuld.

Bijhorende Google Advertentie:
Dating Thailand. Thaise vrouwen voor dating en huwelijk. Schrijf je nu gratis in.


Belgacom maakt internet fors duurder
Consumentenorganisatie Test-Aankoop is niet te spreken over de drastische prijsverhoging van de goedkoopste telefoonlijnen die Belgacom doorvoert op 1 augustus.

Bijhorende Google Advertentie:
ADSL of Kabel? Kijk en Vergelijk Telenet = Sneller en goedkoper! www.telenet.be.


Ziezo, heb ik mijn punt bewezen?
Dat was het dan weer voor vandaag. Nog een halve dag werken, en dan op reis. Het zal hier dus even stil zijn, op Pollekes virtuele webstek.
Tot binnen een maand!

donderdag 19 juni 2008

Gotcha!

Vraag aan 10 mensen wat een CAPTCHA is en de kans is groot dat niemand het weet. Toch zijn ze er allicht al mee in contact gekomen en net als mij de muren van op gelopen. Ik heb daar namelijk beroepshalve regelmatig mee te maken en ik hààt die CAPTCHA’s!
CAPTCHA staat voor Completely Automated Public Turing test to tell Computers and Humans Apart.
Duidelijk nu?
Om de nijvere lezer maar meteen gerust te stellen en het gevoel van “ben ik nu zo dom dat ik nog steeds niet begrijp wat het is” even weg te nemen, ziehier een voorbeeldje:

Goed, u ziet nu wat een CAPTCHA is, en u bent dat vast en zeker al wel eens tegengekomen. En kunt u die letters lezen? Nee? Tja, mogelijk bent u inderdaad oerdom. Of hebt u, net als mij, een CAPTCHA-probleem.

Ik zal even kort de achtergrond van de zaak toelichten. Meer infomatie vind je in bv. Wikipedia:
http://en.wikipedia.org/wiki/CAPTCHA
of http://nl.wikipedia.org/wiki/CAPTCHA

Het fenomeen “Spam” zal u bekend zijn. Ongevraagde en ongewenste email die je massaal wordt toegezonden met reclame voor zaken die u natuurlijk niet nodig hebt, zoals penis- of borstvergrotingen (nee dank u, wij zijn reeds goed voorzien van oren en poten). De geschiedenis en evolutie van “spam” ga ik nu niet uit de doeken doen, dat is stof voor een ander artikeltje, maar omdat de meeste emailprogramma’s tegenwoordig vrij goede spamfilters aan boord hebben, kregen de spamverzenders het hoe langer hoe moeilijker hun berichtjes tot voor uw neus te krijgen.

Nu zijn die spammers bijzonder inventief. Op het Internet zijn er honderden miljoenen websites met discussieforums, er zijn nog veel meer blogs waarop je een reactie kan posten, of websites met een gastenboek enz. Dus kregen die spammers het lumineuze idee om daar hun dubieuze reclameboodschappen op te posten. Uiteraard tikten die mannen hun boodschapjes niet zelf in: dat zou hun enorm veel tijd kosten en weet dat spammers slechts enig rendement kunnen halen met hun kwalijke business, als ze gigantische hoeveelheden van hun reclame kunnen rondsturen. Dus bedachten en gebruikten ze computerprogramma’s, zgn. “robots” of “spambots” die dat voor hen deden, aan een vernietigend tempo en volume.
Binnen de kortste keren kreunde het Internet onder de vracht brol die er aldus op terecht kwam. Het aantal discussiegroepen dat totaal vergiftigd en virtueel onbruikbaar werd, en finaal de deuren moest sluiten, was astronomisch. Voor de speleologen onder ons: het “Café de Grot” van het VVS, of het forum van de VBSF zijn maar enkele voorbeelden.
Er werd gezocht naar methoden om die computerprogramma’s, die spambots, te kunnen onderscheiden van mensen. En ziezo: de CAPTCHA deed zijn intrede. Het principe is eenvoudig. Op een webpagina waarop je een berichtje kan posten, of waarop je een account kan creëren, onderwerp je de invuller ervan aan een kleine test. Je stelt hem een vraag (welke kleur heeft de lucht?), toont hem een rekentest (hoeveel is 5x4?) of je toont hem een afbeelding met wat willekeurige letters en vraagt hem die over te typen. Voor een computerprogramma is het quasi onmogelijk om daar juist op te antwoorden, vooral omdat die test telkens weer opnieuw anders is. Althans, dat was toch de theorie.

Toen de eerste CAPTCHA’s werden ingevoerd, bleken zij zeer effectief. En de doorsnee Internet gebruikers wist er wel weg mee; het was spotgemakkelijk. lang duurde de pret niet. De spammers schreven programma’s om die CAPTCHA’s te decoderen en de afbeeldingen om te zetten naar echte letters en cijfers en al gauw gingen zij lustig verder met hun spambombardementen. En toen… begon het uit de hand te lopen. Want om de spambots in de luren te leggen, zagen de makers van CAPTCHA’s zich verplicht om die afbeeldingen met cijfers en letters hoe langer hoe onduidelijker te maken. De karakters werden vervormd, tegenover een gekleurde achtergrond geplaatst waartegen ze slecht contrasteerden, er werd een boel “achtergrondruis” aangebracht: strepen, puntjes en vlekken enz.
Het bleek niets gekort te zijn. De spammers slaagden er nog steeds in om een groot aantal van die CAPTCHA’s volautomatisch te ontcijferen. Dus werden de CAPTCHA’s nog meer vervormd, nog meer verkleurd en vermangeld. Letters op hun kop, doorstreept, in spiegelschrift, minuscuul klein of veel te groot gemaakt.

We zijn nu in het stadium gekomen dat het voor een mens zo goed als onmogelijk is geworden om die CAPTCHA’s nog te lezen. Het zijn echte puzzels geworden, om niet te zeggen gokwerk. Het gevolg is dat het Internet, je weet wel dat grote, voor iedereen toegankelijke en oh zo eenvoudig te gebruiken Internet, plots bijna niet meer zo toegankelijk is.

Als we het over gebruiksvriendelijkheid en eenvoud hebben, dan denk je direct aan Google. Al wat Google doet, is van een ongelooflijk gebruiksgemak. Wie heeft al ooit de handleiding van pakweg Google Earth, Google Picassa of gewoon zelf Google Search bekeken? Niemand: het wijst zichzelf uit. Wel onlangs diende ik een account aan te maken bij Google en na 5 pogingen en evenveel onontcijferbare CAPTCHA’s heb ik het maar opgegeven.
Hieronder zowat willekeurige Google CAPTCHA’s. Je ziet: qua onduidelijkheid, een zeer verdienstelijke poging van Google!

Maar misschien doen hun naaste concurrenten van Yahoo dat beter? Noppes, hun CAPTCHA’s zijn nog grotere kopbrekers. Doen mij denken aan één of andere losgeslagen graffitispuiter die in Cyrillisch schrift de muur van het plaatselijke schooltje in de verf heeft gezet.

Maar het kan nog erger. Ik moest vorige week op een forum van McAfee zijn waarop ik een vraag wilde stellen. Na twee pogingen gaf ik het op. Maar je hebt dan al wel heel je vraag ingetikt en dus je tijd verdaan. Geraakt u er wijs uit? Zoek de 6 letters!


Die CAPTCHA’s, dat is de perfecte illustratie van “de remedie is erger dan het kwaad”. Het is zelfs bijzonder discriminerend. Als jonge mensen die CAPTCHA’s al een struikelblok vinden, wat dan met oude mensen (ja hoor: die oude knarren surfen ook op het Internet!)? Of slechtzienden? Of anderstaligen? Denk je dat een arabier of chinees zo’n catpcha in totaal vermangeld Westers schrift ontcijferd krijgt? Nochtans, op de website www.CAPTCHA.net lezen we in de richtlijnen:
“Accessibility. CAPTCHAs must be accessible. CAPTCHAs based solely on reading text — or other visual-perception tasks — prevent visually impaired users from accessing the protected resource. Such CAPTCHAs may make a site incompatible with Section 508 in the United States. Any implementation of a CAPTCHA should allow blind users to get around the barrier, for example, by permitting users to opt for an audio or sound CAPTCHA.”

Het moet ermee gedaan zijn! Ik roep op om die CAPTCHA’s te verbannen. Ik roep op tot administratieve vereenvoudiging! Vincent Van Quickenborne mag zich aan een aangetekende brief van mij verwachten.

donderdag 15 mei 2008

Ongelovige Thomas

Twee keer op een week tijd een rel over religie ! Ik voel me plots moreel verplicht om “mijn gedacht” te zeggen!


Eerst het optreden van een kwakzalver-oplichter-predikant genaamd Benny Hinn (nee nee, niet Benny Hill, die is jammer genoeg al jaren dood en bracht een iets hoogstaandere show) in het Antwerpse Sportpaleis. Onze sporttempel liep vol met goedgelovige landgenoten voor het spektakel genaamd “ The Benny Hinn Holy Spirit Miracle Crusade”. Halleluja! En ik die dacht dat de kruisvaarders al duizend jaar van deze aardkloot verdwenen waren. Hinn is slechts op één ding uit, en dat zijn centen. Onze centen, ja.

Tweede rel ging over de ontdekking van een brief geschreven door Albert Einstein in 1954 en die nu te koop wordt aangeboden.

Den Albert, die toch algemeen wordt aanzien als één van de knapste koppen die er ooit op deze planeet rondliepen, schreef immers: "Het woord Gods is voor mij niets meer dan een expressie en het product van menselijke zwakheid. De Bijbel is een verzamelwerk van legendes die achtenswaardig zijn maar ook primitief en kinderachtig". En verder: “het geloof is niks anders dan een kinderlijk bijgeloof”

Lap! Als statement kan dat tellen. Het geloof in God is een kinderlijk bijgeloof. Zouden Einstein en ik zielsverwanten zijn, want ik heb daar krek dezelfde mening over (maar ik zou het eerder formuleren als: het geloof in God is een georganiseerd en kinderlijk bijgeloof). Inderdaad, sinds vele jaren stel ook ik het geloof in God gelijk aan het geloven in smurfen, kabouters of in de Goede Sint.

Kinderen geloven in die dingen. Mijn oudste dochter was er vroeger zo van overtuigd, dat ze ooit op haar wensbrief voor Sinterklaas schreef: ik wil graag echte levende smurfen hebben. Schattig hé! Maar eens de kindertijd voorbij, staan die kinderen snel met hun beide voeten op de grond: de smurfen zijn slechts een uitvindsel van grote mensen, met als bedoeling om kleine hummels een paar uur kalm te houden door het lezen van een stripalbum, en Sinterklaas is vooral bedacht om hen wat te intimideren en in het gareel te laten lopen (braaf zijn hé, of de Sint komt niet).

De parallel met het geloof is frappant. God, de hemel, vagevuur en hel, engelen en duivels: bedacht door een aantal lepe potentaten, met slechts één bedoeling: het volk onder de knoet te houden. “Ik zal ze arm houden”, zei de koning. “En ik zal ze dan maar dom houden”, sprak de paus.

Heel lang geleden, tienduizenden jaren geleden, toen mensen nog in berenvel gekleed rond hun kampvuurtje in hun grot zaten te kleumen, lag het allemaal wat anders. Donder, bliksem, orkanen, aardbevingen, noorderlicht, de sterren en de maan: indrukwekkende natuurverschijnselen waarvoor die mensen geen verklaring hadden. Dat kon niet anders dan van een hogere en onzichtbare macht komen. Dat Neanderthalers in God(en) geloofden, daar kan ik alle begrip voor opbrengen: die mensen probeerden zaken te verklaren, die zij vanuit hun perspectief en kennis onmogelijk konden verklaren.

In de duizenden jaren die volgden verschoof het accent enigszins. De mens kon de meeste natuurverschijnselen intussen wel verklaren, maar bleef worstelen met existentiële vragen (vanwaar komen wij? waarom leven wij? heeft dit leven wel zin?) maar vooral met angsten. Angst voor de dood, en voor wat er na zou komen. Ook hier kwam het geloof in een opperwezen (en in één moeite in een zogezegd leven na de dood) weer goed van pas. Voor een ongeneeslijk zieke, of iemand die net een dierbare heeft verloren, kan de gedachte dat er een hiernamaals is, inderdaad troostend zijn.
Kerk en Staat (één pot nat) maakten dankbaar gebruik van ’s mens zwakheden en onzekerheden. Zij die niet wilden geloven, werden bedreigd of kregen een schuldgevoel aangepraat. Het feit dat het hier over een totaal abstract, onzichtbaar en ontastbaar iets ging, kwam de Kerk uiteraard goed van pas. Zulke zaken zijn immers onbewijsbaar.

Dat echter de moderne mens nog in God gelooft, dat gaat mijn pet ver te boven. Hoe is het ooit zo ver kunnen komen dat het intelligentste schepsel dat hier op deze planeet rondloopt, nog steeds gelooft in dit collectieve en georganiseerde bedrog? (Mogelijke antwoorden: a) de mens is helemaal niet zo intelligent of b)tweeduizend jaar hersenspoeling van Kerk en Staat hebben hun effect niet gemist )

Ik kijk hier nu even uit mijn raam. Al wat ik zie lijkt me verklaarbaar, door onze huidige wetenschappelijke kennis. Auto’s op de parking, een eindeloze stoet vrachtwagens op de N49. Lucht, wolken, elektriciteitspylonen. In de verte een weide met koeien.

En God? Waar zit die ergens? 10 km hoger op een wolkje? Of zweeft die onzichtbaar overal tussen? Als een soort “aura”?
Komaan mensen. Serieus blijven hé. Er is geen God. Nooit geweest, zal er nooit komen, hoeveel kathedralen en moskeeën er ook nog gebouwd mogen worden en hoeveel telepredikanten er ook nog Halleluja mogen roepen. Hoe ik dat weet? Zomaar, met mijn gezond boerenverstand.

Wie mij kent, weet dat ik een nuchter en pragmatisch ingesteld iemand ben, die nooit iets zal aannemen zonder een rationele en overtuigende motivatie of argumentatie. Met dogma’s moet je hier niet afkomen! En over dit thema is er nog nooit, in de hele geschiedenis van welke religie dan ook, iemand in geslaagd om met een onderbouwde argumentatie af te komen die het bestaan van God kan bewijzen.

Onlangs kwam ik op een website met liefst zeven (7) bewijzen dat God bestaat. Ik heb er goed mee gelachen. Dat ging in de trant van:
- bewijs 6: Vervulde profetie bewijst Gods bestaan.
- bewijs 7: Verhoord gebed bewijst Gods bestaan.
of soms toch iets wetenschappelijker:
- bewijs 5: De volmaakte orde van het heelal getuigt van een ontwerp, een wereld die getuigt van ontwerp. Leven is afhankelijk van ander leven en sterven volgens een gecompliceerd ontwerp. Alles wat bestaat getuigt van een Plan. Er is een Ontwerper.

Zoals u ziet, buitengewoon overtuigend! Een skepticus als mij haal je daar niet mee over de streep. Overigens, op de website kon ik een zekere nieuwsgierigheid niet bedwingen: er stond een online test op waarmee ik kon vaststellen of ik in de Hemel zou komen. De uitslag was .. ahum... catastrofaal. Branden in de hel zult ge, Polleke Pik! Hoewel: ik kreeg op het einde nog de keuze tussen twee knopjes om op te drukken. Moeilijk was die keuze niet.

Sommigen zullen zeggen: maar bewijs jij dan eens het tegendeel? Hola, zo gaat dat niet hé, de rollen niet omdraaien! Wanneer jij mij komt zeggen dat er op Venus groene mannetjes rondlopen, met purperen tentakels en oranje haar, dan is het aan jou om dat te bewijzen, niet aan mij om het tegendeel te bewijzen. Wanneer jij mij zegt dat Kabouter Plop wel degelijk bestaat, zorg dan maar voor een arsenaal aan goede argumenten (en nee, de “Kabouter Plop Is Jarig” film is voor mij geen bewijs!)

Nu, er zijn vele, vele knappere koppen die zich toch al hebben bezig gehouden met het bewijzen van waarom God niet kan bestaan. Voor het merendeel van ’s werelds beroemde denkers of filosofen was dat een favoriet tijdverdrijf. Ik kan bv. onderstaande lectuur van Etienne Vermeersch warm aanbevelen:
http://www.etiennevermeersch.be/artikels/god_rel/kort-vertoog-over-de-god-van-het-christendom
En vooral dan zijn besluit:
Uit hetgeen voorafgaat volgt mijns inziens met een onontkoombare overtuigingskracht dat we het bestaan van de god van het christendom niet alleen om principiële redenen, maar ook op grond van 'zijn' Openbaring zowel op rationele als op ethische gronden niet kunnen aannemen..
Alles wat positief is in de wereld en in de Bijbel kunnen we op een wetenschappelijke, 'naturalistische' wijze verklaren zonder op zijn bestaan een beroep te doen. Alles wat negatief is, wordt, als we in de leiding en inspiratie van een goede, wijze en almachtige god geloven, volkomen onbegrijpelijk en absurd.


Dhr. Vermeersch heeft het hier nu over de God van het Christendom, maar uiteraard geldt dit alles evengoed voor alle andere goden van gelijk welke religie. En weet je wat: er zijn er zo honderden. Jawel er bestaan honderden verschillende religies en er hebben er duizenden bestaan. En nog straffer: die geloven allemaal dat er maar één god is, en wel die van hun. En al die andere zijn nepgoden en wie daarin gelooft moet bestreden worden op welke manier ook, tot en met bloedige oorlogen.

Ach, ik kan nog ergens aannemen dat mensen geloven in “iets”. Een soort universele kracht of energie, die ervoor zorgt dat planten en dieren leven ingeblazen krijgen (per slot van rekening zijn het anders toch maar dode koolstofverbindingen). Om dat “iets” dan te gaan verpersoonlijken, er een opperwezen van te maken en dat in kerken en tempels te gaan aanbidden, dat is er natuurlijk ver over. Persoonlijk geloof ik er geen snars van. Het feit dat 's werelds meest briljante koppen (à la Prof. Stephen Hawking) er ook zo over denken, sterkt me in mijn overtuiging.
Maar versta me niet verkeerd: ik zal nooit zeggen dat elke religie "slecht" is. Een geloof impliceert bijna steeds een bepaalde levenshouding, en dat is een paar ander mouwen. En die kan alle kanten uit: van extreme intolerantie tot extreme goedheid. Mocht de hele wereld Boedhistisch zijn, dan was de mensheid veel ellende en zelfs een paar wereldoorlogen bespaard gebleven (en stonden de WTC-torens nu nog overeind).

Oops, mijn lunchpauze is weeral bijna om. Gauw afronden dus. Beste mensen, je mag van mij geloven wat je maar wil: ieder heeft dat recht en ik respecteer dat. Willen jullie trouwen voor de kerk, er plechtige communicantjes zalven of boelekes dopen: doe maar gerust. Willen jullie in God, hellevuur en vagevuur en Sint-Pieter geloven: doe maar. Adam en Eva, de hele kosmos geschapen in 6 dagen: doe maar. Maar verwacht niet dat ik er begrip voor ga opbrengen. Respect en begrip zijn twee verschillende zaken. Sorry hoor.

En we sluiten af met een streepje muziek: om het met de woorden van Andy Partridge (XTC) te zeggen: If there's one thing I don't believe in it's you... Dear God

Dear God, by XTC, 1986

Dear God,
hope you got the letter, and...
I pray you can make it better down here.
I don't mean a big reduction in the price of beer
but all the people that you made in your image, see
them starving on their feet 'cause they don't get
enough to eat from God, I can't believe in you

Dear God, sorry to disturb you, but... I feel that I should be heard
loud and clear. We all need a big reduction in amount of tears
and all the people that you made in your image, see them fighting
in the street 'cause they can't make opinions meet about God,
I can't believe in you

Did you make disease, and the diamond blue? Did you make
mankind after we made you? And the devil too!

Dear God, don't know if you noticed, but... your name is on
a lot of quotes in this book, and us crazy humans wrote it, you
should take a look, and all the people that you made in your
image still believing that junk is true. Well I know it ain't, and
so do you, dear God, I can't believe in I don't believe in

I won't believe in heaven and hell. No saints, no sinners, no
devil as well. No pearly gates, no thorny crown. You're always
letting us humans down. The wars you bring, the babes you
drown. Those lost at sea and never found, and it's the same the
whole world 'round. The hurt I see helps to compound that
Father, Son and Holy Ghost is just somebody's unholy hoax,
and if you're up there you'd perceive that my heart's here upon
my sleeve. If there's one thing I don't believe in

it's you... Dear God.

dinsdag 29 april 2008

Toeristen

Jaja, het is hier heel stilletjes hé. Teken dat ik het druk heb, zowel privé als professioneel, meer moet je daar niet achter zoeken. Vorige week dan toch een paar dagen vakantie genomen, omdat we een bevriend Frans koppel over de vloer kregen: Stoche en Madé. Oei dat gooide het leven van de Biekes wel even overhoop. Alle plannen werden geschrapt en verplichtingen afgezegd (mijn agenda staat meestal vol voor de komende 2-3 weken); het huis werd grondig gepoetst en de indeling wat gereorganiseerd om die mensen een rustig slaapplekje te bezorgen.

Dan volgden 4 dagen die in het teken stonden van het bruine gerstenat. Inderdaad na een paar jaar vriendschap met Belgen was Stoche al tot het inzicht gekomen dat het Belgische bier wel wat anders is dan het rode zure gegiste druivensap waar de Fransen zo prat op gaan.
Het hele scala werd er doorgedraaid; elke uitstap eindigde of begon wel ergens op een terrasje waar frisse Westmalles, Chimays, Orvals, Grand Cru's, Kwakken of Krieken werden gesavoureerd. De kers op de taart was de Westvleteren Sixtus 12. Man man, dat is ronduit goddelijk bier. Enkel van de geur al loopt het water je in de mond. Je mag van die paterkes zeggen wat je wil: bier brouwen dat kunnen ze.

Naast onze bierproeverijen, gingen we ook "gewoon toeristen". Dat was dan ook voor ons eens een goede gelegenheid om te zien wat ons landje te bieden heeft, want de Biekes zijn fervente speleologen en de laatste 25 jaar hoofdzakelijk in het Zuiden van ons land aan te treffen, en dan wel onder de grond. Op het programma:
Een daguitstap in de historische kern van Antwerpen, met bezoek aan een schitterend museum "Plantin Moretus" (een 16de eeuwse boekdrukkerij) en de voornaamste gothische kerken (waarbij het interieur van de Sint-Pauluskerk toch wel de max is). Een dag die ons langs diverse cafés voerde (Het Elfde Gebod, Groote Witte Arend) en eindigde in de gezellige Pelgrom, een café in middeleeuwse kelders.
's Anderendaags was dan Brugge aan de buurt, jawel Bruhhe, waar ik laatst was geweest als 12 jarige, tegen onze zin meegesleurd door Pa en Ma die hun moedwillige kroost wilden "cultiveren". Wel, dit keer viel het reuze mee. Het is toch wel een schitterend, gezellig en mooi stadje. En omdat het midden in de week was, liep je er niet over de koppen, maar ik kan me voorstellen dat het daar in het hoogseizoen niet te genieten is.

Na twee dagen oude huizen, kerken, begijnhoven en smalle kasseistraatjes zochten we de derde dag de natuur op, en wel in de glooiende landschappen van onze Ardennen. Han-sur-Lesse, Eprave en Rochefort waren ons doelwit. Niet alleen omwille van de vele grotten die we er konden bezien, maar ook omdat hier de bakermat ligt van het geliefkoosde speleologenbier: Rochefort. Dat werd dan ook ter plekke geproefd.
De 4de en laatste dag was het dan koppen lopen in Brussel, waar de Grote Markt en de straatjes er rond (Rue des Bouchers, waar overigens geen beenhouwers, maar visrestaurants floreren) overspoeld waren door bussen toeristen, vaak met spleetoogjes en allemaal een fototoestel rond de hals.

Enfin, 't was heel plezant, het weer viel reuze mee en we hebben nog eens beseft dat ons apenlandje best gezien mag worden.

zaterdag 2 februari 2008

Alleen thuis

En hoe gaat het met Polleke?
Slecht, barslecht. Nog steeds met één duim in de lucht, en dat nog voor lang. Mijn duim is namelijk vakkundig in mijn hand “vastgenageld” met twee stalen pennen en die moeten er liefst 8 weken in blijven. Nog 5 weken te gaan dus. Intussen steekt die duim onbeweeglijk star opzij en vormt een gevaarlijk en vooral lastig uitsteeksel. Het moreel is na zo’n 3 weken gedwongen stilzitten laag. Ik zou bijna zeggen: gelukkig moet ik volgende maandag weer gaan werken!

En alsof ik nog niet genoeg ellende moet verdragen, ben ik ook nog totaal aan mijn lot overgelaten door mijn trio vrouwen. Annette en Ellen zijn op lang weekend in Frankrijk, Kim zit bij haar vriend. Dus daar zit ik dan moederziel alleen. Bijna toch, maar aan onze hond heb je op zo’n ogenblik niet veel, die is al even ongelukkig. ’s Avonds mijn eigen potje moeten koken... of beter gezegd, de koelkast doorzocht tot ik een paar restjes vond die ik in de microgolf kon opwarmen.
Dan maar voor de TV gaan hangen. Meestal wordt die door de jongedames gemonopoliseerd die er dan naar de meest stupiede programma’s kijken, liefst met een hoge amusements- of realityfactor. Echter Steracteur-Sterartiest, de Songfestival-preselectie of Thuis zijn aan mij niet besteed.

Hah! vanavond had ik dus het TV-rijk voor mij alleen. Mijn situatie was dan toch niet zo zorgwekkend als eerst gedacht. Een Hoegaarden Grand Cru ingeschonken, een zak Doritos Nacho Cheese opengerukt, languit in een hernia-bevorderende houding in een fauteuil gaan hangen, met de voeten op de salontafel en de zapper in de hand.
En ja, je raadt het al. “Thirty channels of shit on the TV and nothing to choose from”, zong Roger Waters eens (ik laat het aan de muziekkenners over om de LP te herkennen). In paniek de HUMO erbij genomen, die mijn bange vermoeden bevestigde: inderdaad, geen kloten op de buis. Finaal toch iets gevonden dat mij mogelijk kon interesseren: SPAM, een satirisch programma van Patrick De Witte.
Ik kan die man best pruimen, zijn column in Humo is meestal beestig grappig, hij houdt van Zappa en de keren dat ik hem op TV aan het werk zag (o.m. in de Rechtvaardige Rechters) was hij live al even gevat als op papier.
(hij heeft trouwens een eigen blog http://pdw.blogspot.com/).
Evenwel, “SPAM” bleek buitengewoon flauw (ik zou zeggen, 97 op de flauwheidsschaal die van 0 tot 100 gaat) en was het zoveelste bewijs dat er niets moeilijker is dan een leuk satirisch programma brengen. Dat heeft Herman Van Molle destijds ook mogen ondervinden. PDW zelf kwam in het programma overigens niet voor. Enfin, na 20 minuten had mijn rechter mondhoek zich éénmaal exact twee millimeter bewogen - een glimlach laat zoiets zich niet noemen dacht ik - maar ik zette door tot het bittere einde. Oef, daar was de eindgeneriek. Goed voor één keer. PDW: ander en beter, jongen!
Dan maar wat rondgezapt. Niets, niets, niets te zien. Even op Nederland kijken. Waar is de tijd dat we met de hele familie voor NOS 1 of 2 plakten? Ver weg, minstens 35 jaar. Wat moeten die Nederlanders ongelukkige TV-kijkers zijn. Drie nationale zenders en daar is nu nooit, geen enkele dag van de week, ook maar iets op te zien. Geen goede films (zeg maar: geen films tout court), geen goede kwissen, praatshows of documentaires. In het beste geval één of ander zangfeest van de Evangelische Omproep. Daar blijven die hollanders echt wel berensterk in.

Finaal kwam mijn zappende hand tot stilstand op een natuurdocumentaire op BBC, over wolven in Antarctica. En aansluitend begon op Canvas een aflevering van Ushuaia, over de koraalriffen. En jawel, zoals steeds, bleek de beste TV nog diegene te zijn zonder menselijke acteurs. Genieten, vol bewondering over het harde maar mooie bestaan van plant en dier.

Intussen had ik zoveel Dorito’s gevreten dat ik tamelijk misselijk was. Ik had het pak al 3 keer dichtgemaakt, telkens wat verder van me af gelegd maar al even vaak weer opengedaan en weer gulzig in gegrabbeld. U herkent allicht dit tafereel.

Toen viel mijn oog in Humo op National Geographic. Die brachten om 22u30 “Trapped”, het verhaal van de ploeg van 7 Franse Speleologen die in november 1999 gedurende 10 dagen geblokkeerd werden in deze uitgestrekte grot, wegens een uitzonderlijke hevige overstroming. Een ongelooflijk verhaal en een al even ongelooflijke reddingsactie. Zie zeker eens de pagina's van Thierry Maillard hierover.

Shit, National Geographic hebben wij dat op onze TV?, vroeg ik me af. Even rondgezapt: niets te vinden. Dan maar in het menu van de TV gegaan, alle zenders weer laten detecteren en jawel, nu had ik het wel op kanaal 27. De video gereedgezet, nog even mijn mail gecheckt op de PC, en toen... was National Geographic verdwenen. Eén of ander infantiele zender “Life TV” had plots de zaak gekaapt. En rondzappend vond ik hem op maar liefst 2 andere kanalen ook terug. Was me dat balen! Voor 1,09 Euro per minuut kon Life TV me zelfs per telefoon psychiatrische bijstand verlenen, stelde ik vast. En die heb je na 5 minuten Life TV echt wel hard nodig!

Life TV, Fleet TV, Jim TV, Reality TV, ATV, Vitaya: de hoeveelheid pulp die over ons heen wordt gestort door de kabeldistributiemaatschappijen (Telenet in dit geval) is onvoorstelbaar.

Nieuw is dit fenomeen allerminst. Frank Zappa maakte er al in 1973 al een bijtende song over: “I am the slime”

I may be vile and pernicious
But you can't look away
I make you think I'm delicious
With the stuff that I say
I am the best you can get
Have you guessed me yet?
I am the slime oozin' out
From your tv set

Well, I am the slime from your video
Oozin' along on your livingroom floor

I am the slime from your video
Can't stop the slime, people, look at me go

woensdag 26 december 2007

Kerstsfeer

Jaja 't is hier stilletjes hé! Een teken dat het druk is ten huize Polleke Pik. Maar waar niet, in deze periode. Wat zal ik weer blij zijn dat de feestdagen achter de rug zijn. Hebt u ook zo'n hekel aan dat opgeklopte kerstsfeertje? En dat schijnt elk jaar vroeger te beginnen.
Overal dezelfde lichtslingers in de voortuintjes. Weer die 30 jaar oude kerstliedjes op de radio. Weer geen vrede op aarde, ondanks Ho-Ho-Ho en rinkelende belletjes alom. Inspiratieloos cadeautjes moeten gaan kopen. Nog inspiratielozer kerstkaartjes schrijven. 7-gangen kerstdiners waar je na de "entrée" al barstensvol van zit. Slapeloze nachten vanwege overvolle maag. Koude, donkere en korte dagen vol smogsneeuw. Kerstbomen die te vroeg hun naalden verliezen. Top 2000 op de radio, met een drammerige, banale plaat op nummer 1. Gaan werken omdat het moet - niet omdat er werk is. En heb je dan al eens een dagje vrij genomen, dan stel je tegen 's avonds gefrustreerd vast dat je toch geen bal hebt uitgevoerd, behalve dan het huis aan kant zetten voor de verwachte festiviteiten.

Tja, het leven is een strijd, nietwaar. Maar we zullen het wel weer overleven, 't is al zo vaak gelukt.

Dit keer werd de zwaarste week van het jaar toch nog wat opgefleurd door een evenement of twee in het leven van Polleke. Het ene was de verkoop van mijn auto, het tweede de aankoop van een nieuwe. In die volgorde: van slechte timing gesproken! Mijn stalen ros, een Opel Zafira 2.0 DTI, had er immers 225000 km opzitten en met het Autosalon voor de deur, meende ik dat het moment gekomen was om afscheid te nemen van deze trouwe vierwieler (hoewel: zo trouw is hij niet altijd gebleken, nooit eerder zoveel kosten aan een auto gehad als aan deze! Duizenden Euro's aan herstellingskosten heeft dat vehikel me gekost.)

Een paar weken lang gingen de Biekes op zoek naar een nieuwe speleomobiel. Een Citroën Berlingo of VW Caddy leken echt wel functionele en ruime karretjes, schappelijk geprijsd en bijzonder populair in speleologenkringen. Na een testrit met die koekendoosjes was het enthousiasme enigszins getemperd. De ruimte viel toch wat tegen en het rijcomfort ook. En laat dat nu echt wel de twee voornaamste criteria zijn bij ons: enerzijds hebben speleologen gigantisch veel brol bij, anderzijds knotsen ze meerdere keren per jaar trajecten van 1300 of meer kilometers in één ruk af. Dan zit je toch wel beter in een fauteuil, en niet op een soort veredelde keukenstoel.

Dus toch weer een monovolume? Ja, maar één probleem: na een "tour de horizon" van Opel Zafira's, Citroen Picasso's C4 tot zelfs C8, Galaxy's, S-Maxen of Grands Scenics stond het wel vast: saloncondities of niet, dàt kon "den bruine" niet trekken. Voor minder dan 22 à 23000 Euro heb je niet veel onder je gat hoor!

Dan maar naar een goede tweedehandse op zoek. En dat gaat dankzij die fabuleuze uitvinding genaamd WWW bijzonder goed. Gauw intikken: enkel van particulier, diesel, monovolume, max. 2 jaar oud, max. 18000 Euro. En mijn criteria waren zo limiterend dat ik in heel België exact 3 auto's vond die mij bevielen. Eén ervan leek bijzonder intressant. Gauw getelefoneerd en twee dagen later stond mijn handtekening al onder het koopcontract van een nieuwe kar, een Hyundai Trajet 2.0 Crdi Family, met amper 21000 km op de teller en 13 maanden oud. Met een bull-bar nog wel! Een (lederen) salon op wielen, wat jammer dat het door een stel modderige speleologen zal worden misbruikt.

Restte mij nog enkel de verkoop van mijn oude Opel. Wie koopt er nu een bijna 8 jaar oude Zafira, met 225000 km op de teller, raampjes die je nog met de hand moet opendraaien, een diepe kras in de lak over de hele lengte, zonder airco en in het zwart metallic, dus 's zomers temperaturen tot 50° verzekerd? Ik zag dat vrij somber in. Ik zou er zelf nog geen 1500 Euro voor over hebben.

Het Internet kwam mij weer ter hulp. Ik had amper de advertentie in www.2dehands.be ingetikt of de telefoon ging al over. Terwijl ik praatte rinkelde mijn GSM eveneens.
Opel Zafira's waren blijkbaar waanzinnig populair bij onze Noordafrikaanse medemens!
Om het verhaal kort te maken: ik heb die avond met elke Marokaanse autohandelaar gesproken die in België woont, en dat zijn er verdomd veel, neem dat van mij aan.
Uiteraard wilden die gasten mij stropen. Maar zo gemakkelijk ging dat niet.
En hoewel mijn advertentie de auto tot in de puntjes beschreef, altijd weer diezelfde vraag:
- Meneer zit daar een airco in?
Waarop mijn standaard repliek:
- Jamaar het vriest buiten... waarvoor hebt ge nu een airco nodig?

Twee dagen later, na zoveel over de prijs te hebben gepingeld dat ik me soms een marktkramer in de soeks van Casablanca voelde, kon ik mijn karretje al uitwuiven, met in mijn achterzak drie keer zoveel Euro's als ik er zelf voor had willen geven. Nooit zo snel een auto verkocht, mensen. Te snel zelfs, want mijn (bijna) nieuwe Hyundai heb ik pas overmorgen. Dus dat is een beetje behelpen, zo zonder auto, dezer dagen. Maar wel het gedroomde excuus om niet achter kerstcadeautjes te hoeven!

woensdag 14 november 2007

Tettenzot

Net gelezen in de krant:
Zweedse feministes willen topless zwemmen in zwembaden
Met de slogan, 'Het zijn maar borsten' ijveren Zweedse vrouwen voor het recht om topless te zwemmen in zwembaden.


Die dames krijgen dus mijn welgemeende en enthousiaste steun. Inderdaad, het wordt hoog tijd dat we meer blote tieten te zien krijgen, want wat is daar nu voor bijzonders aan? Hoe is het toch mogelijk dat de mensheid in de loop der tijden is geëvolueerd van naakte aap, tot een wezen dat beschaamd is om bepaalde onderdelen van het lichaam te tonen? Borsten zijn niet meer dan een huidplooi, uitstulpend want gevuld met vet- of klierweefsel, en boven op het geheel prijkt een tepel, de kers op de taart om zo te zeggen. Een tsjoepke in het Antwerps, of een “mammalian protuberance” zoals Frank Zappa het zo bloemrijk omschreef (Wet T-shirt Night, uit Joe’s Garage Act I). En laat nu het menselijk lichaam vol uitstulpingen staan waarover we dan weer geen complexen hebben… neuzen en oren, om er maar een paar te noemen. Maar die borsten, oei oei oei dat is blijkbaar van een andere orde van grootte.

Trouwens, ook mannen hebben borsten, nagenoeg hetzelfde als vrouwenborsten, en zelfs inclusief een tsjoepke (wist u trouwens dat ook mannen borstvoeding kunnen geven, mits wat oefening?). Alleen is bij de meeste mannen de “uitstulping” wat minder geprononceerd, en blijkbaar maakt dat nu net het verschil. Mannen mogen dus in het zwembad wél hun borsten laten zien, vrouwen niet. Maar toch… zelfs een vrouw die door Moeder Natuur niet bijzonder bedeeld is - zo plat als een man dus - (waarom denk ik ineens nu aan Justine?) zou in het zwembad nog niet topless mogen rondlopen. Begrijpe wie kan. Hier is sprake van regelrechte discriminatie.

Nu, de vrouwen zelf zijn daar ook schuldig aan. De komedie die ze verkopen om hun tieten toch maar vooral niet te laten zien! Die preutsheid! Die schaamte! Als vader van twee bijna volwassen dochters weet ik er alles van.
Gelukkig zijn er dus vrouwen die nuchter en rationeel zijn, en beseffen hoe ridicuul de schaamte voor hun slappe huidzakjes wel niet is. En laat het nu net die blonde godinnen uit het hoge Noorden zijn! Dus, Zweedse vrouwen, go go go! Verleg die grenzen. Ga maar lekker topless rondploeteren; jullie hebben de steun van de ganse mannelijke Belgische bevolking. En hopelijk deint jullie actie uit tot ver over de landsgrenzen, zodat ik ook eens op een zaterdagochtend het genoegen mag kennen om weermonument Sabine Hagedoren topless van de wipplank te zien duiken. Bij de gedachte alleen al bekruipt mij de lust om stantepede naar het zwembad te rijden!

Want inderdaad, beste lezer, ik beken: ik ben wel een beetje een tettenzot. Van zodra er in mijn nabijheid een uierachtige substantie wordt gesignaleerd, beginnen mijn hormonen op te spelen. En ongetwijfeld ben ik niet alleen. Zoals Katastroof uit volle borst zong: “d’Er is ien dink woar da’k t’ierste op zal lette… da’s dikke tette!”
En vast en zeker, vinden we daar misschien wel de verklaring waarom de meeste vrouwen er nog niet aan zouden denken om topless naar het zwembad te gaan: omwille van al die loerende venten.

Maar dames, dames! Die venten loeren alleen maar, omdat de aanblik van al die meloenen, tennisballen en theezakjes ons al eeuwen wordt onthouden. Zoiets kweekt nieuwsgierigheid. Het is een vicieuze cirkel: hoe minder de mannen mogen zien, hoe meer ze willen zien. Het volstaat die cirkel te doorbreken, en binnen de paar jaar kijkt geen man nog op wanneer Veronique De Kock in shorts (en niet meer dan dat!) komt voorbij gefietst. Hooguit zegt men: “zeg zie daar Veronique De Kock, amaai wat heeft die nu lelijke knieën, zeg”. Ziet u? Totale desinteresse, zover moet het komen. Zo ongeïnteresseerd als een Bosjesman vanuit zijn luie hangmat zijn poedelnaakte buurvrouw bekijkt, terwijl die met vervaarlijk heen-en-weer zwiepende boobies maniok staat fijn te stampen, in de hut aan de overkant van de straat. Want die man ziet zoiets alle dagen.
Maar dames; u moet de eerste stap zetten, natuurlijk.


Nu we het toch over tieten hebben. Een tijdje geleden zag ik een documentaire over Lolo Ferrari, u weet wel, het (ooit) levende bewijs dat zelfs de elasticiteit van de menselijke huid zijn grenzen heeft (en de dagelijkse ochtendgymnastiek van mijn Jongeheer indachtig, weet ik dat die grenzen heel ver liggen!). Lolo bleek – ondanks haar Italiaanse artiestennaam – dus een mooie Française te zijn geweest, met donker haar, ietwat mollig, goed voorzien van oren en poten. Niks aan de hand ware het niet dat ze gecomplexeerd en labiel was, en in de grijpgrage klauwen was gesukkeld van een creatuur genaamd Eric Vigne, die haar liefhebbend echtgenoot en impressario werd. Deze kwam in de reportage ruim aan bod, het soort creep waar je rillingen van kreeg. Hij was het die Lolo ertoe had bewogen zich te laten ombouwen, niet één keer maar wel 22 keer, tot een soort van karikatuur van de ideale vrouw, met overgeblondeerd haar, gigantische borsten en opgespoten lippen. Ongetwijfeld was het vooral zijn droom geweest om er zo uit te zien, want de kerel leek sowieso al op een mislukte travestie, maar uit angst voor het scalpel had hij maar een arm wicht van straat geplukt waarop hij zijn bizarre fantasieën had geprojecteerd.

Toen Lolo, na een kort, tumultueus leven gaande van ster tot pornoactrice tot 3de rangs stripteaseuse, van miserie in verdachte omstandigheden “zelfmoord” pleegde, was die louche figuur de eerste verdachte. Na veel procederen en 1 jaar voorhechtenis werd hij vrijgesproken.

Enfin, het leven en sterven van Lolo doet niet terzake, het ging dus over haar tieten. Die waren werkelijk gigantisch. Na alle operaties was Lolo voorzien van een 6 kilogram zwaar synthetisch balkon met het formaat van twee basketballen en kon ze zich wereldrecordhoudster noemen. Of het allemaal zo praktisch was durf ik te betwijfelen; het arme wicht had rugklachten, slapen ging ook niet meer zo vlot en het lakken van de teennagels al evenmin. Haar favoriete hobby, touwtje springen, had ze ook al moeten opgeven! Kommer en kwel dus.
En met één ding zal de meerderheid der mannelijke mensheid het met mij wel eens zijn: mooi, opwindend of erotisch was het mens allerminst. Hooguit fascinerend of eigenlijk… grotesk. Waarmee nog maar eens bewezen wordt: groot is niet noodzakelijk beter.
Overigens de grootste vrees van Lolo was dat iemand, tijdens één van haar optredens, haar borsten lek zou prikken. En ik geef grif toe: dat idee is me tijdens die reportage meermaals te binnen geschoten. Mocht die Lolo met haar ballonnen voor mijn neus hebben staan zwaaien, ik zou er ook wel komaf mee hebben gemaakt. Voor zulke gelegenheid heb ik steeds een aangescherpt schroevendraaiertje op zak. Dames: het is maar dat u het weet.

vrijdag 19 oktober 2007

BAL123

Vanmorgen reed ik achter een motorfiets met nummerplaat MAX721. Geweldig, zo’n nummerplaat is de max natuurlijk, in vergelijking daarmee stelt mijn MKB756 niets voor.
Ik betrap mezelf er voortdurend op naar nummerplaten te kijken. Hilariteit gegarandeerd! Belgische nummerplaten zijn sedert 1973 samengesteld uit 3 letters gevolgd door 3 cijfers. En met die 3 letters kan je soms wel eens leuke dingen tegenkomen.
Overigens, die nummerplaat blijft bij de eigenaar van de wagen, of anders gezegd: die heb je voor de rest van je leven. Hopen maar dat de combinatie enigszins meevalt. Je zal maar de rest van je leven met VLD956 rondrijden, als je Jean-Marie Dedecker heet.

Veel systematiek zit er in feite niet in, in tegenstelling tot ons omringende landen waar men aan de nummerplaat kan zien van welke streek, stad of departement het voertuig afkomstig is. Gelukkig maar! Bijvoorbeeld, in Frankrijk is het een nationale sport om de banden van een Parijzenaar leeg te zetten (mocht u ook die drang voelen: dat zijn auto’s met nummerplaten eindigend met 91, 92, 93, 94 of 95).
Het enige dat je bij ons kan zien is hoe oud de combinatie is. Men is immers in 1973 begonnen met de letter A, en pas toen alle combinaties met een A “op” waren, overgeschakeld naar de “B” en zo verder. Een kerel die met een “A”-kenteken rijdt is dus een aankomende veertiger, en een die met een “R-kenteken” rijdt is een jonge brokkenpiloot.
Echte oude zakken rijden rond met de pré-1973 nummerplaten: 1 letter gevolgd door 4 cijfers, of 2 letters gevolgd door 3 cijfers. In België heb je dus maar naar het kenteken van de auto voor je te kijken om zijn weggedrag te kunnen voorspellen: plots de remmen dichtgooien, halsstarrig op het middenvak blijven rijden, dronken over de weg zigzaggen.

Honderd % sluitend is dit echter niet. Enerzijds zijn er een aantal beginletters gereserveerd. Alles wat met een “M” begint is een motorfiets (hoe origineel!), alles wat met een “U” begint een oplegger, een “Z” is een garageplaat enz. Anderzijds kan je sinds een aantal jaren een gepersonaliseerde plaat aanvragen. Dat kost je dan wel een smak geld, maar wie met stijl in een Jaguar wil rondrijden, heeft op zijn minst een nummerplaat “JAG001” nodig, niet? In zo'n kringen kan je je echt geen NEP432 of SUF764 permitteren!

Intussen is men aanbeland bij de “X” en zijn de beschikbare combinaties binnen zeer afzienbare tijd uitgeput. Dat gaat men overigens heel eenvoudig oplossen: in 2008 zullen de letters en cijfers worden omgewisseld. Nummerplaten zullen dus beginnen met 3 cijfers, gevolgd door 3 letters! Een geniale vondst, voorwaar! Men verdubbelt zomaar even het aantal beschikbare combinaties. De ambtenaar die dit lumineus idee had, verdient een prijs. Hoeveel combinaties levert dat dan wel niet op, hoor ik de bollebozen onder u al vragen? 17.576.000 (10 x 10 x 10 x 26 x 26 x 26).
Aha! Dus, dan hadden we vroeger ook al 17,5 miljoen combinaties (26 x 26 x 26 x 10 x 10 x 10) bedenk ik. Hoe kunnen die dan nu al “op” zijn? Er rijden in heel België “amper” 6 miljoen voertuigen rond. Hier is stront aan de knikker. Waar zijn die overige 11,5 miljoen nummerplaten heen? Wel, daar heb ik zo mijn eigen theorie over.

Is het je ook al opgevallen dat je nooit schunnige combinaties zit? Drieletterwoorden, bedoel ik. Zoals daar zijn: LUL, KUT, TET, PIK, SEX. Beste vrienden, dat ruikt hier naar een complot! Ergens, ver weg in een stoffig achterkamertje van de DIV (Dienst Inschrijving Voertuigen), zit er een ambtenaartje wiens enige taak eruit bestaat om elke nummerplaat die uit de persmachine rolt, desgewenst te censureren. Elk drieletterwoord dat door hem wordt gebrandmerkt, betekent 1000 nummerplaatcombinaties minder, en zo gaat het natuurlijk snel bergaf met de voorraad nog beschikbare kentekens. Overigens, de kans dat er een nummerplaat met zo een obscene lettercombinatie uitkomt is bijzonder klein want met drie letters kan men immers 17576 combinaties maken, dus kan je wel nagaan hoe zelden daar een “LUL” tussenzit. Dus, en daar ben ik echt van overtuigd, gaat die kerel uit pure frustratie en vooral ter rechtvaardiging van zijn job, ook andere, veel onschuldigere combinaties in de kiem smoren. Ik kan me die man zo inbeelden: grijze stofjas aan, leesbrilletje op de neuspunt, en potloodje achter het oor, dromend van het moment waarop er nog eens een "LUL" uit de machine komt gerold.
“En schatje, hoe was je dag vandaag?” vraagt zijn vrouw ’s avonds.
“Klote, klote! Weeral niks” grommelt die vent, “da’s verdorie al 7 maanden geleden dat er nog eens een echt vuil woord uitkwam.”
“Oei oei oei”, jammert zijn eega handenwringend, “pas maar op dat uw baas daar niet achter komt!”
“Maar nee, ik heb vandaag zeker 3 platen tegengehouden. Een ZAK, een RUK en een KUS. En met die KUS zat ik er anders dichtbij hé, één lettertje verder en ik had het groot lot gehad.”

Pure “In de Gloria”, niet? Met Frank Focketyn als muffe ambenaar die al 30 jaar lang naast een machine zit die nummerplaten uitspuwt.
Maar geloof me vrij: die kerel houdt twee nummerplaten op de drie tegen. Hebt u al een SUF gezien? Een KUL, een NEP, PIS of KAK? Een AAP, GEK of ZOT? Een CVP, VLD of CDH? Of een ASS, CUM of TIT? Een REM, OMD of ELO? Nee dus!
Dit is overduidelijk een complot, van staatswege georganiseerd. 11 Miljoen nummerplaten zijn al door deze collectieve paranoïa in de schrootbak beland. En nu zijn de combinaties op. En je zal zien: de dag dat ik mijn gepersonaliseerde PDB999 aanvraag, zal die grijze bureaumuis daar ook wel een stokje voor steken.

Wist u overigens, dat er nog andere landen zijn waar het kenteken op dezelfde manier als in België is samengesteld? Zweden bijvoorbeeld, heeft ook 3 letters en 3 cijfers. Daar ben ik toevallig achtergekomen nadat de flikken van Rochefort me kwamen vertellen dat mijn auto als gestolen geseind was. Bleek achteraf dat ze zich een beetje vergist hadden: het ging over een Zweedse auto, met dezelfde nummerplaat als de mijne, weliswaar.
Nu, de Zweden kennende, ben ik zeker dat zij helemaal niet moeilijk doen over een LUL457 of een KAK766. Dat volk is 30 lichtjaren vooruit op ons als het over ruimdenkendheid gaat.

donderdag 13 september 2007

Radioreclame

Met stip in mijn Top 5 van dingen waaraan ik me erger, staat radioreclame. Is er iets irritanter dan het opgefokte geluid van het heerschap dat ons met de regelmaat van de klok een nieuwe “Hebbes” radiospot toebrult?

Typerend voor zulke reclame is de snelheid ervan. Een machinegeweer, wat zeg ik, een hevige diarreeaanval is er niets tegen! Elke seconde kost handenvol geld, en dus wil men zo snel mogelijk een maximum aan informatie kwijt. Dan krijg je dus dames te horen die op 5 seconden tijd 38 woorden uitratelen. Waarschijnlijk, na het inspreken van het spotje, storten ze in ademnood neder en dienen ze ter plaatse gereanimeerd te worden.

Een andere eigenschap is het steevast opgewekte karakter van deze radiospotjes. Jawel, de mensen van de radioreclame zijn immer goed geluimd en springen zelfs op maandagochtend juichend uit hun bed, en hollen met drie treden tegelijk de trap af in blijde verwachting van weer een nieuwe, opwindende dag vol oogverblindend witte waspoeders, renteloze leningen, Internet-aan-lichtsnelheid of ultra-absorberend maandverband. De realiteit is echter wel wat anders: op maandagochtend is er ten huize Polleke Pik slechts één iemand opgewekt: de hond die steevast kwispelend de slaapdronken baasjes begroet.

Een andere rode draad doorheen radiospotjes, is dat ze vaak grappig bedoeld zijn. De luisteraar wordt in een mum van tijd naar een meestal buitengewoon flauwe “pointe” gevoerd. Zo flauw, dat zelfs Geert Hoste hem niet zou kunnen gebruiken. En elke ervaren moppentapper weet dat een goede grap slechts eenmaal leuk is, en een flauwe grap nooit. Dat is een vuistregel, een universele wetmatigheid. Radioreclamemakers zouden er beter aan doen hiermee rekening te houden, alvorens hun geesteskind zes weken lang om het kwartier op de luisteraars los te laten. Maar ja, zij geloven nog in het adagium: de kracht van reclame is de herhaling.
En toch, en toch, is er soms radioreclame die mij kan doen glimlachen. Nu ja, glimlachen… eerder een nauwelijks waarneembare trilling van mijn rechtermondhoek. “Deze week in Humo…”. Tja, Guy Mortier en Humo hebben bij mij altijd een streepje voor gehad.

Heel vaak is zo een spotje opgebouwd rond een klassiek rollenspel. Een dialoog tussen twee vriendinnen, of tussen man en vrouw. Is het u ook al opgevallen dat de man dan bijna altijd een domme oen is, en de vrouw een voorbeeld van onaardse intelligentie? Dan hoor je de feministes niet klagen! En dat zijn ook altijd weer diezelfde stemmen hé! Alsof er in heel België slechts een dozijn mensen te vinden is om die spotjes in te spreken. Eerst bezweert een zwoele vrouwenstem je dat Danone Light (met actieve Bifidus !) goed voor je spijsvertering is, vervolgens hoor je krak datzelfde mens je Rennies aanpraten!

Eén ding hebben alle radiospotjes gemeen: het infantiele niveau. “Wij zijn de knakworstjes, ga allemaal opzij”, dat genre bedoel ik. Laat het duidelijk zijn: voor radioreclamemakers zijn de luisteraars domoren, kleuters, ezels, waartegen je kleutertaal moet praten, willen ze begrijpen waarover het gaat. En bij kleuters horen natuurlijk ook kleutermuziekjes, liefst “catchy”, zo van die kenwijsjes die blijven hangen. Wel, nadat ik een hele dag met “toe toetoe toe” (Ethias) of “fun fun fun fun” (Fun) in mijn hoofd heb gezeten, associeer ik die firma’s vooral met iets vervelend. Zoals een hondendrol waar je in hebt getrapt en waarvan de geur je, ondanks al je stiekeme pogingen om hem ergens aan het vasttapijt af te vegen, blijft achtervolgen.
Inderdaad, het is zeer zeker de bedoeling om een merknaam aan een kenwijsje of slogan te koppelen. Om aldus een soort Pavlov-reactie aan te kweken bij de arme luisteraar die bij het horen van de kreet “Aan tafel!” onmiddellijk visioenen moet krijgen van boordevolle potten met lillende mayonaise van Devos-Lemmens.

Is het u ook al opgevallen dat radioreclame overal bovenuit komt? Staat je radiootje het ene ogenblik nog zachtjes een onopvallend achtergrondmuziekje te spelen, dan krijst even later Gamma’s Franky Bakeljauw “Mannekens!" door de kamer, waarop al je collega’s “Ja vader!" antwoorden. Naar het schijnt is dat een technisch foefje. Niet enkel het volume wordt opzettelijk opgetrokken, ook de toonhoogte wordt aangepast. Ik hoorde dat sommige fabrikanten van radiotoestellen een soort reclamefilter inbouwen die de ergerlijk snerpende reclameblokken onderdrukt. Tot grote ergernis van de reclamemakers, natuurlijk.

De boodschap zelf dan. De inhoud. Tja, breek me de bek niet open. Dit gaat het bestek van mijn blog te buiten: Google biedt me maar 1 gigabyte ruimte. Toch, heel kort, wat commentaar. Er is de laatste jaren een nieuwe trend: gebruikers van een bepaald product een naam opkleven, waarschijnlijk in de hoop dat er een soort groepsgevoel ontstaat waardoor deze mensen eeuwig trouw blijven aan het product.
“Word Proximus en krijg honderd SMS’jes gratis!“
“Ben jij al Base?“
Nog even gezwegen over het taalkundig misbaksel dat een zin als “Word Proximus” in feite is (word groen, word blauw, word groot of word verstandig: dat is correct. Word kast, word auto, word Microsoft of word Proximus: ik zou mijn ex-leraar Nederlands eens moeten raadplegen, maar volgens mij schort er iets aan die constructie). Ik vind zo een slogan ook een grote inbreuk op mijn privacy. Alsof het afsluiten van een abonnement iemand het recht zou geven me een stempel “Proximus” op het voorhoofd te plaatsen.

Maar er is iets dat nog erger is dan radioreclame. Het summum van ergerlijkheid, zeg maar.
Dat kan niet, het is totaal onmogelijk dat er op deze aardkluit iets is, dat nog infantieler, opdringeriger, irritanter, stompzinniger, hemeltergender, debieler en opgefokter is dan radioreclame, roept u nu uit! Toch wel: Franstalige radioreclame. Ik heb namelijk de hele dag een Brusselse radiozender op staan; en ik bezweer u: daar kunnen wij Vlamingen nog iets van leren. Als u dacht dat die kerel van “Hebbes” hysterisch kon doen, dan stel ik voor: stem eens af op Classic 21. Maar keigoede muziek, dat wel. Luister: ze spelen net “Wish you were here” van Pink Floyd. Gedaan met bloggen: luisteren en genieten, Polleke!

So, so you think you can tell,
Heaven from Hell,
blue skies from pain.
Can you tell a green field from a cold steel rail?
A smile from a veil?
Do you think you can tell?